Einde inhoudsopgave
Regeling bodemkwaliteit 2022
Artikel 5.6 (uitvoering onderzoek)
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2024
- Bronpublicatie:
18-11-2022, Stcrt. 2023, 1338 (uitgifte: 19-01-2023, regelingnummer: IENW/BSK-2022/203483)
- Inwerkingtreding
01-01-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
05-04-2023, Stb. 2023, 113 (uitgifte: 07-04-2023, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Afhankelijke geldigheid
Treedt tegelijk in werking met art. VII van het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (25-02-2021, Stb. 98).
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Bodem
1.
Ter voorbereiding van de afgifte van een verklaring op grond van een partijkeuring voor een partij grond of baggerspecie wordt in het kader van een partijkeuring een onderzoek verricht volgens de artikelen 5.7 tot en met 5.14.
2.
In het onderzoek worden voor verontreinigende stoffen, andere parameters en bodemvreemd materiaal bepaald:
- a.
de concentraties van de stoffen die in bijlage B zijn vermeld en deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket en de gehalten van de parameters lutum en organische stof;
- b.
de concentraties van de stoffen die in bijlage B zijn vermeld en geen deel uitmaken van het standaardonderzoekspakket, als de stoffen zijn vermeld in het rapport, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid;
- c.
de concentraties van de andere verontreinigende stoffen dan in bijlage B vermeld, als de stoffen zijn vermeld in het rapport, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid;
- d.
de waarden of gehalten van andere relevante parameters als de parameters zijn vermeld in het rapport, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid;
- e.
de aard en hoeveelheid van het bodemvreemde materiaal als daarvan melding is gemaakt in het rapport, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid; en
- f.
de emissies van stoffen die in bijlage B zijn vermeld, als de wens bestaat om in de verklaring op grond van een partijkeuring te vermelden dat de partij de specifieke kwaliteit ‘emissiearme grond’ of ‘emissiearme baggerspecie’ bezit.