Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen
Artikel 28 Overgang van het ingeschreven Uniemodel
Geldend
Geldend van 08-12-2024 tot 01-07-2026
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-07-2026.
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Inwerkingtreding
08-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2822 (uitgifte: 18-11-2024, regelingnummer: 2024/2822)
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
1.
De overgang van een ingeschreven Uniemodel geschiedt schriftelijk en wordt ondertekend door de partijen bij de overeenkomst, tenzij zij het gevolg is van een rechterlijke uitspraak.
Een overgang van een ingeschreven Uniemodel die niet voldoet aan de in de eerste alinea vermelde eisen is nietig.
2.
Op verzoek van een van de partijen wordt de overgang van een ingeschreven Uniemodel ingeschreven in het register en gepubliceerd.
3.
Een aanvraag om inschrijving van een overgang in het register bevat gegevens aan de hand waarvan het ingeschreven Uniemodel, de nieuwe houder en, in voorkomend geval, de vertegenwoordiger van de nieuwe houder kunnen worden geïdentificeerd. Het bevat tevens bescheiden die naar behoren bewijs leveren van de overgang overeenkomstig lid 1.
4.
Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor de inschrijving van een overgang, zoals neergelegd in lid 1 van dit artikel of in de in artikel 28 bis bedoelde uitvoeringshandelingen, stelt het Bureau de aanvrager in kennis van de gebreken. Indien de gebreken niet binnen een door het Bureau gestelde termijn worden verholpen, wijst het Bureau de aanvraag om inschrijving van de overgang af.
5.
Voor twee of meer ingeschreven Uniemodellen hoeft maar één enkele aanvraag om inschrijving van een overgang te worden ingediend, mits voor al die ingeschreven Uniemodellen de ingeschreven houder en de rechtsopvolger dezelfden zijn.
6.
Zolang de overgang niet in het register is ingeschreven mag de rechtverkrijgende zich niet op de uit de inschrijving van het ingeschreven Uniemodel voortvloeiende rechten beroepen.
7.
Indien in betrekkingen met het Bureau bepaalde termijnen in acht moeten worden genomen, mag de rechtverkrijgende de betrokken verklaringen tegenover het Bureau afleggen wanneer het verzoek om inschrijving van de overgang door het Bureau is ontvangen.
8.
Alle documenten waarvan overeenkomstig artikel 66 aan de houder van het ingeschreven Uniemodel kennis moet worden gegeven, worden toegezonden aan degene die als houder in het register ingeschreven staat.