Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 4.2.45 Hoogte subsidie
Geldend
Geldend van 01-01-2026 tot 01-01-2028
- Redactionele toelichting
Deze wijziging is niet van toepassing op aanvragen die in de periode van 1 mei 2025 tot en met 31 maart 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.113 en aanvragen die in de periode van 5 januari tot en met 12 februari 2026 zijn ingediend op grond van artikel 4.2.44 en passen binnen MOOI-missie Elektriciteit, innovatiethema 5.
- Bronpublicatie:
15-12-2025, Stcrt. 2025, 43110 (uitgifte: 18-12-2025, regelingnummer: WJZ/101744474)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-12-2025, Stcrt. 2025, 43110 (uitgifte: 18-12-2025, regelingnummer: WJZ/101744474)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
De subsidie bedraagt voor een MOOI-project:
- a.
voor zover deze betrekking heeft op industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of overige projectactiviteiten die uitgevoerd worden door een onderneming:
- 1°
40% van de subsidiabele kosten indien de aanvrager een grote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de grote onderneming;
- 2°
50% van de subsidiabele kosten indien de aanvrager een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de middelgrote onderneming;
- 3°
60% van de subsidiabele kosten indien de aanvrager een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de kleine onderneming;
- b.
80% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op niet-economische activiteiten of op overige niet-economische projectactiviteiten van onderzoeksorganisaties.
2.
De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden verlaagd met 15 procentpunten indien niet voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, onder i, aanhef en eerste of tweede streepje van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3.
De subsidie bedraagt:
- a.
ten minste € 25.000 per deelnemer in het samenwerkingsverband; en
- b.
ten hoogste € 4.000.000 per MOOI-project.
4.
Onverminderd het derde lid bedraagt de subsidie per onderneming in moeilijkheden als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening ten hoogste € 300.000 over een periode van drie jaar.
5.
De subsidie voor overige projectactiviteiten bedraagt ten hoogste 5% van de totale subsidiabele kosten van het MOOI-project, en niet meer dan € 350.000 per MOOI-project.
6.
Onverminderd het vijfde lid bedraagt de subsidie, voor zover het overige projectactiviteiten betreft die door een onderneming worden uitgevoerd, per onderneming in een samenwerkingsverband ten hoogste € 300.000 over een periode van drie jaar.