Einde inhoudsopgave
Statuut voor de personeelsleden van Europol
Artikel 6
Geldend
Geldend vanaf 05-12-2006
- Bronpublicatie:
04-12-2006, PbEU 2006, C 311 (uitgifte: 01-01-2006, regelingnummer: 2006/C311/01)
- Inwerkingtreding
05-12-2006
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
04-12-2006, PbEU 2006, C 311 (uitgifte: 01-01-2006, regelingnummer: 2006/C311/01)
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Bijzondere onderwerpen
Elke Europol-functionaris, of hij nu is aangesteld in een functie die uitsluitend kan worden bezet door personeelsleden die bij de in artikel 2, lid 4, van de Europol-overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteiten zijn aangeworven dan wel in een functie die niet aan die beperking is onderworpen, wordt aanvankelijk voor een vaste periode van één tot vijf jaar in dienst genomen.
De eerste arbeidsovereenkomst kan worden verlengd. In totaal is de duur van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, met inbegrip van de duur van een eventuele verlenging, ten hoogste negen jaar.
Alleen personeelsleden die zijn aangesteld in een functie die niet uitsluitend kan worden bezet door personeelsleden welke bij de in artikel 2, lid 4, van de Europol-overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteiten zijn aangeworven, kunnen voor onbepaalde tijd in dienst worden genomen nadat zij op basis van twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd naar grote tevredenheid hebben gewerkt gedurende een diensttijd van ten minste zes jaar.
De raad van bestuur van Europol verleent jaarlijks toestemming, voorzover de directeur van Europol het voornemen heeft arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd te sluiten. De raad van bestuur kan maxima vaststellen voor het totale aantal van dergelijke overeenkomsten.