Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA)
Artikel 35 Procedures bij uitvoer naar EVA-landen
Geldend
Geldend van 15-07-2006 tot 22-05-2026
- Bronpublicatie:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Inwerkingtreding
15-07-2006
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
1.
Voor de uitvoer uit de Gemeenschap van afvalstoffen die bestemd zijn voor verwijdering in EVA-landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel, geldt mutatis mutandis titel II, met de wijzigingen en aanvullingen van de leden 2 en 3.
2.
De volgende wijzigingen zijn van toepassing:
- a)
de bevoegde autoriteit van doorvoer buiten de Gemeenschap beschikt na de verzending van de bevestiging van ontvangst van de kennisgeving over een termijn van 60 dagen om aanvullende informatie over aangemelde overbrenging te vereisen, of om stilzwijgende of — al dan niet aan voorwaarden verbonden — schriftelijke toestemming te verlenen, indien het betrokken land afgezien heeft van voorafgaande schriftelijke toestemming en de overige partijen hierover heeft geïnformeerd overeenkomstig artikel 6, lid 4, van het Verdrag van Bazel, en
- b)
de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap neemt pas een besluit over de uit hoofde van artikel 9 vereiste toestemming voor een overbrenging nadat zij schriftelijke toestemming heeft ontvangen van de bevoegde autoriteiten van bestemming en eventueel schriftelijke of mondelinge toestemming van de bevoegde autoriteit van doorvoer buiten de Gemeenschap en ten vroegste 61 dagen na de verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van doorvoer. De bevoegde autoriteit van verzending mag haar besluit nemen voordat de periode van 61 dagen is verstreken indien zij de schriftelijke toestemming heeft van de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
3.
De volgende aanvullende bepalingen zijn van toepassing:
- a)
de bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap zendt de kennisgever een bevestiging van ontvangst van de kennisgeving;
- b)
de bevoegde autoriteiten van verzending en eventueel van doorvoer in de Gemeenschap zenden een afgestempeld afschrift van hun toestemming voor de overbrenging aan het douanekantoor van uitvoer en aan het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap;
- c)
een afschrift van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven bij het douanekantoor van uitvoer en het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap;
- d)
zodra de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap een afgestempeld afschrift van het vervoersdocument aan de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap waarin het verklaart dat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten;
- e)
indien de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap 42 dagen nadat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten geen bericht van de inrichting heeft gekregen dat deze de afvalstoffen heeft ontvangen, stelt zij terstond de bevoegde autoriteit van bestemming op de hoogte; en
- f)
- i)
de inrichting de kosten draagt die voortvloeien uit de verplichting de afvalstoffen terug te brengen naar het rechtsgebied van de bevoegde autoriteit van verzending en uit de nuttige toepassing of verwijdering op een andere, ecologisch verantwoorde wijze, indien de ontvanger een onjuiste verklaring van verwijdering afgeeft op grond waarvan de borgsom wordt vrijgegeven;
- ii)
de inrichting aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteiten binnen drie dagen na ontvangst van de voor verwijdering bestemde afvalstoffen een afschrift zendt van het volledig ingevulde vervoersdocument, met uitzondering van de onder iii) bedoelde verklaring van verwijdering; en
- iii)
de inrichting zo snel mogelijk, doch uiterlijk 30 dagen nadat de verwijdering voltooid is en uiterlijk één kalenderjaar na de ontvangst van de afvalstoffen, onder haar verantwoordelijkheid verklaart dat de verwijdering heeft plaatsgevonden en afschriften van het vervoersdocument met deze verklaring aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteiten zendt.
4.
De overbrenging mag pas aanvangen wanneer:
- a)
de kennisgever schriftelijke toestemming heeft ontvangen van de bevoegde autoriteit van verzending, van de bevoegde autoriteiten van bestemming en eventueel van doorvoer buiten de Gemeenschap, en wanneer aan de gestelde voorwaarden is voldaan;
- b)
- c)
- d)
het ecologisch verantwoord beheer als bedoeld in artikel 49 gewaarborgd is.
5.
Bij uitvoer van afvalstoffen vindt de verwijdering plaats in een inrichting die conform de toepasselijke nationale wetgeving in het land van invoer geëxploiteerd wordt of mag worden.
6.
Indien een douanekantoor van uitvoer of een douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap een illegale overbrenging ontdekt, stelt het hiervan terstond de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor in kennis, en deze:
- a)
stelt hiervan terstond de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap in kennis; en
- b)
zorgt ervoor dat de overbrenging van de afvalstoffen wordt tegengehouden totdat de bevoegde autoriteit van verzending een besluit heeft genomen en dit schriftelijk aan de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor heeft meegedeeld.