Einde inhoudsopgave
Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Artikel 193
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2016
- Bronpublicatie:
04-11-2015, Stb. 2015, 426 (uitgifte: 24-11-2015, kamerstukken: 33691)
- Inwerkingtreding
01-02-2016
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
18-01-2016, Stb. 2016, 39 (uitgifte: 28-01-2016, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Staatsrecht / Staatsinrichting
1.
De Rijksvertegenwoordiger geniet een bezoldiging, die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt geregeld. De bezoldiging komt ten laste van de begroting van Onze Minister.
2.
Bij de algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld betreffende tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en betreffende andere voorzieningen die verband houden met de vervulling van het ambt van Rijksvertegenwoordiger.
3.
Buiten hetgeen hem bij of krachtens de wet is toegekend, geniet de Rijksvertegenwoordiger als zodanig geen inkomsten, in welke vorm ook, ten laste van het Rijk.
4.
De Rijksvertegenwoordiger geniet geen vergoedingen, in welke vorm ook, voor werkzaamheden, verricht in nevenfuncties welke hij vervult uit hoofde van het ambt van Rijksvertegenwoordiger. Indien deze vergoedingen worden uitgekeerd, worden zij gestort in de Rijkskas.
5.
Tot vergoedingen als bedoeld in het vijfde lid, behoren inkomsten, onder welke benaming ook, uit nevenfuncties die de Rijksvertegenwoordiger neerlegt bij beëindiging van het ambt.
6.
Andere inkomsten dan die bedoeld in het vijfde lid worden met de bezoldiging verrekend overeenkomstig artikel 3 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.
7.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop de Rijksvertegenwoordiger gegevens over de inkomsten, bedoeld in het zevende lid, verstrekt, en de gevolgen van het niet verstrekken van deze gegevens.
8.
De rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister ten behoeve van de verrekening de benodigde gegevens.