Einde inhoudsopgave
Vaststellingsregeling tarieven voor doorlopend toezicht Wet financiële dienstverlening
Artikel 2
Geldend
Geldend vanaf 31-08-2011
- Redactionele toelichting
Op 01-01-2007 is deze regeling vervallen. De bedragen zijn ingevolge art. 1:40 van de Wet op het financieel toezicht gewijzigd. Deze wijziging is niet van toepassing op kosten van werkzaamheden die op het tijdstip van haar inwerkingtreding reeds bij onherroepelijke beschikking in rekening zijn gebracht.
- Bronpublicatie:
23-08-2011, Stcrt. 2011, 15613 (uitgifte: 30-08-2011, regelingnummer: FM/2011/9477M)
- Inwerkingtreding
31-08-2011
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-08-2011, Stcrt. 2011, 15613 (uitgifte: 30-08-2011, regelingnummer: FM/2011/9477M)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
Het bedrag, bedoeld in artikel 6 van de Regeling toezichtkosten Wet financiële dienstverlening, wordt vastgesteld op:
- a.
€ 0 voor financiële dienstverleners die ingevolge artikel 13, eerste lid, van de wet in Nederland financiële diensten mogen verrichten;
- b.
€ 0 voor financiële dienstverleners die zijn vrijgesteld ingevolge artikel 9, eerste lid, van de wet;
- c.
€ 0 voor financiële dienstverleners waaraan een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 18 van de wet;
- d.
€ 1.935 voor kredietinstellingen of financiële instellingen die ingevolge artikel 52, tweede lid onder a of b van de Wet toezicht kredietwezen 1992 zijn ingeschreven in dat[lees: in het in dat] artikel bedoelde register;
- e.
€ 750 voor levensverzekeraars als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d van de wet;
- f.
€ 750 voor schadeverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d of e van de wet;
- g.
€ 750 voor aanbieders van krediet met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de wet of een inschrijving als bedoeld in artikel 8, onderdeel c van de regeling;
- h.
€ 0 voor aanbieders van betaal- en spaarfaciliteiten met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de wet of een inschrijving als bedoeld in artikel 8, onderdeel c van de regeling;
- i.
€ 0 voor aanbieders van elektronisch geld met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de wet of een inschrijving als bedoeld in artikel 8, onderdeel c van de regeling;
- j.
€ 726 voor aanbieders van levensverzekeringen met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de wet of een inschrijving als bedoeld in artikel 8, onderdeel c van de regeling;
- k.
€ 750 voor aanbieders van schade- of natura-uitvaartverzekeringen met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de wet of een inschrijving als bedoeld in artikel 8, onderdeel c van de regeling;
- l.
€ 5.000 voor aanbieders van beleggingsobjecten met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de wet of een inschrijving als bedoeld in artikel 8, onderdeel c van de regeling;
- m.
€ 20.000 voor aanbieders van een financieel product als bedoeld in artikel 3 van het Besluit financiële dienstverlening;
- n.
€ 745 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars en ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de wet of een inschrijving als bedoeld in artikel 8, onderdeel c van de regeling;
- o.
€ 406 voor adviseurs en bemiddelaars in een financieel product, daaronder begrepen herverzekeringsbemiddelaars, ondergevolmachtigde agenten en gevolmachtigde agenten, met een vergunning als bedoeld in artikel 10 van de wet of een inschrijving als bedoeld in artikel 8, onderdeel c van de regeling, die participeren in een stelsel van zelftoezicht als bedoeld in artikel 15 van de Regeling toezichtkosten Wet financiële dienstverlening.