Einde inhoudsopgave
Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000
Artikel 40 [Vergoedingen aan deurwaarders]
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2026
- Redactionele toelichting
Dit besluit, zoals dat luidde op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van deze wijziging, blijft van toepassing op toevoegingen die zijn afgegeven of de ambtshandelingen die zijn verricht vóór 01-02-2026.
- Bronpublicatie:
04-12-2025, Stb. 2025, 415 (uitgifte: 09-12-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
04-12-2025, Stb. 2025, 415 (uitgifte: 09-12-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
1.
Gerechtsdeurwaarders aan wie in een zaak waarin op grond van een toevoeging rechtsbijstand wordt verleend dan wel waarin een verklaring is afgegeven overeenkomstig artikel 7, derde lid, onder e van de wet waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de bepalingen van hoofdstuk V, afdeling 1 van de wet, het uitbrengen van een exploot of het opmaken van een proces-verbaal is opgedragen, of die bijstand hebben verleend bij de tenuitvoerlegging van de in een zodanige zaak gegeven uitspraak, ontvangen van rijkswege 75% van het bedrag dat zij volgens het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders zouden hebben mogen berekenen, met dien verstande dat de verschotten voor rekening van de opdrachtgever blijven.
2.
Gerechtsdeurwaarders die overeenkomstig het eerste lid aan een rechtsbijstandverlener bijstand hebben verleend, zenden met een afschrift van het exploot of de akte, vermeldende dat in de desbetreffende zaak rechtsbijstand is verleend, een aanvraag in voor vergoeding van de verrichte werkzaamheden bij een door Onze Minister aan te wijzen instantie. Deze instantie draagt zorg voor de uitbetaling van de vergoeding.