Einde inhoudsopgave
Landsverordening bevordering arbeidsparticipatie jongeren en jong volwassenen [Curaçao]
Artikel 2
Geldend
Geldend vanaf 09-07-2025. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-07-2025
- Bronpublicatie:
08-07-2025, Publicatieblad van Curaçao 2025, 95 (uitgifte: 08-07-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
09-07-2025, terugwerkend tot: 01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
08-07-2025, Publicatieblad van Curaçao 2025, 96 (uitgifte: 08-07-2025, regelingnummer: 25/1671)
- Vakgebied(en)
Belastingen overzeese Koninkrijksdelen / Curaçao
1.
Onder te stellen voorwaarden en aanwijzingen kan de heffing en afdracht van loonbelasting en sociale lasten over het loon van een werknemer achterwege blijven.
2.
De werkgever die een arbeidsoverenkomst aangaat en een verzoek voor vrijstelling, als bedoeld in het derde lid aanvraagt, is vrijgesteld ter zake verschuldigde sociale lasten.
3.
De werkgever verzoekt de Inspecteur om toepassing van de vrijstelling. De Inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking op het verzoek, binnen een termijn van twee weken na ontvangst van het verzoek dat voldoet aan het bepaalde in het vijfde lid. Indien de Inspecteur binnen de gestelde termijn geen beschikking heeft afgegeven, wordt het verzoek geacht onder voorwaarden, te zijn toegewezen.
4.
De Inspecteur kan aan de beschikking van rechtswege alsnog voorschriften verbinden of de beschikking intrekken voor zover dit nodig is om ernstige gevolgen voor het algemeen belang te voorkomen.
5.
Het verzoek, bedoeld in het derde lid, wordt door de werkgever binnen drie maanden na aanvang van de tewerkstelling van de werknemer bij de Inspecteur ingediend. Het verzoek bevat de volgende gegevens:
- a.
de CRIB-nummer van de werkgever en werknemer;
- b.
het curriculum vitae van de werknemer;
- c.
het afschrift van de arbeidsovereenkomst met inbegrip van een externe opleidingsplan;
- d.
het uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens van Curaçao;
- e.
indien van toepassing de afschriften van de geldige werk- en verblijfsvergunning.
6.
Het bepaalde in het eerste en tweede lid vindt slechts toepassing, indien:
- a.
door de werkgever een regelmatige boekhouding wordt gevoerd, met geregelde jaarlijkse afsluitingen;
- b.
aan de werkgever gedurende de laatste twee jaren voorafgaande aan de indiening van het verzoek bedoeld in het tweede lid geen vergrijpboete is opgelegd als bedoeld in Hoofdstuk III van de Agemene[lees: Algemene] Landsverordening Landsbelastingen ten aanzien van de inkomstenbelasting, ingeval van een natuurlijk persoon dan wel de winstbelasting ingeval van een rechtspersoon, de omzetbelasting, de loonbelasting, dan wel geen administratieve sanctie als bedoeld in artikel 28a van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen is opgelegd.
- c.
de werkgever een bijdrage levert aan de opleidingskosten van de werknemer ter ontwikkeling van de benodigde competenties om de functie naar behoren te kunnen uitoefenen;
- d.
de werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor ten minste zes maanden met de werknemer sluit;
- e.
het belastbaar loon van de werknemer minder bedraagt dan het laagste bedrag van het belastbaar inkomen vermeld in artikel 24, eerste lid van de Landsverordening op de inkomstenbelasting.
- f.
aan de ondernemer gedurende de laatste twee jaren voorafgaande aan de indiening van het verzoek bedoeld in het tweede lid geen vergrijpboete is opgelegd als bedoeld in Hoofdstuk III van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen ten aanzien van de inkomstenbelasting, ingeval van een natuurlijk persoon dan wel de winstbelasting ingeval van een rechtspersoon, de omzetbelasting, de loonbelasting, dan wel geen administratieve sanctie als bedoeld in artikel 28a van de Algemene Landsverordening[lees: Algemene] Landsverordening Landsbelastingen is opgelegd.
7.
De beschikking, die door de Inspecteur is afgegeven, als bedoeld in het derde lid, is voor een periode van ten hoogste twee jaar, te rekenen vanaf de eerste dag van de tewerkstelling geldig. Voor de beschikking die van rechtswege is ontstaan dient de Inspecteur binnen twee weken schriftelijk hiervan kennis te geven aan de werkgever. Indien de werkgever vóór het verstrijken van de periode, genoemd in de eerste volzin, aannemelijk maakt dat hij aan de verplichtingen en voorwaarden gesteld bij of krachtens deze landsverordening geheel heeft nageleefd, kan de termijn, genoemd in de eerste volzin, eenmalig worden verlengd met ten hoogste drie jaar.
8.
Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen ten aanzien van de in het eerste lid genoemde vrijstelling nadere voorwaarden worden gesteld.