Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten
Artikel 63 Vrijwaringsmechanisme voor nieuwe aanplant
Geldend
Geldend vanaf 18-03-2026
- Bronpublicatie:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/471 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/471)
- Inwerkingtreding
18-03-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
24-02-2026, PbEU L 2026, 2026/471 (uitgifte: 26-02-2026, regelingnummer: 2026/471)
- Vakgebied(en)
Agrarisch recht (V)
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Internationaal publiekrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De lidstaten stellen elk jaar vergunningen voor nieuwe aanplant beschikbaar voor ofwel:
- a)
1 % van de totale werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied, zoals gemeten op 31 juli van het voorgaande jaar, of
- b)
1 % van een oppervlakte die bestaat uit de totale werkelijk met wijnstokken beplante oppervlakte op hun grondgebied, zoals gemeten op 31 juli 2015, en de oppervlakte op hun grondgebied waarvoor overeenkomstig artikel 85 nonies, artikel 85 decies of artikel 85 duodecies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 aan producenten aanplantrechten zijn verleend die op 1 januari 2016 beschikbaar waren voor omzetting in vergunningen als bedoeld in artikel 68 van deze verordening.
2.
De lidstaten kunnen besluiten:
- a)
op nationaal niveau een lager dan het in lid 1 vermelde percentage toe te passen;
- b)
de afgifte van vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau te beperken, of vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau niet af te geven, voor specifieke oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming, voor oppervlakten die in aanmerking komen voor de productie van wijnen met een beschermde geografische aanduiding, of voor oppervlakten zonder geografische aanduiding;
- c)
de afgifte van vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau te beperken, of vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau niet af te geven, voor specifieke oppervlakten of voor wijnstokken die een specifiek soort wijn produceren, waar nationale of Uniemaatregelen betreffende distillatie van wijn, groen oogsten of rooiing zijn toegepast in gerechtvaardigde crisisgevallen.
Lidstaten die de afgifte van vergunningen voor nieuwe aanplant op regionaal niveau beperken overeenkomstig de eerste alinea, punt b) of c), kunnen eisen dat dergelijke vergunningen in de desbetreffende regio's worden gebruikt.
3.
Elk van de in lid 2 bedoelde en toegepaste beperkingen draagt bij tot het beheer van het productiepotentieel. Zij worden op een of meer van de volgende specifieke gronden gerechtvaardigd:
- a)
de noodzaak om een aantoonbaar risico van overaanbod van wijnproducten in verhouding tot de marktvooruitzichten voor die producten te vermijden, indien de beperkingen niet verder gaan dan nodig is om aan die noodzaak tegemoet te komen;
- b)
de noodzaak om een aantoonbaar risico van aanzienlijke waardevermindering of van oneigenlijk gebruik door derden die willen profiteren van de reputatie van een bepaalde beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding te vermijden;
- c)
de wil om bij te dragen aan de ontwikkeling van de betrokken producten en tegelijkertijd de kwaliteit van die producten in stand te houden.
3 bis.
De lidstaten kunnen alle nodige regelgevende maatregelen nemen om te voorkomen dat marktdeelnemers op grond van de leden 2 en 3 genomen beperkende maatregelen omzeilen.
4.
De lidstaten maken alle ingevolge lid 2 genomen besluiten openbaar en motiveren deze naar behoren. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle door hen genomen besluiten, met de motivering.