Einde inhoudsopgave
Regeling projectsubsidies voor publicaties
Artikel 6 Beoordelingscriteria
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2013
- Bronpublicatie:
01-11-2012, Stcrt. 2012, 26954 (uitgifte: 28-12-2012, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2013
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-11-2012, Stcrt. 2012, 26954 (uitgifte: 28-12-2012, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
1.
De aanvragen worden per subsidieronde in een rangorde geplaatst volgens een vergelijkende beoordeling op grond van de volgende twee criteria:
- a)
de te verwachten literaire kwaliteit van de publicatie,
- b)
de mate waarin de publicatie bijdraagt aan de diversiteit van het literaire aanbod in Nederland.
2.
Bij de beoordeling van de te verwachten literaire kwaliteit van de publicatie worden de volgende deelcriteria gehanteerd:
- —
de literaire kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de aanvrager opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarin;
- —
de literaire kwaliteit van het meest recent in boekvorm gepubliceerde werk of opgevoerde toneelwerk van de aanvrager;
- —
de kwaliteit van het ingediende werkplan, genoemd in artikel 5, vijfde lid.
3.
Bij de beoordeling van de bijdrage aan de diversiteit worden de volgende deelcriteria gehanteerd:
- —
de mate waarin de publicatie een aanvulling vormt op het bestaande literaire oeuvre van de aanvrager;
- —
de mate waarin de publicatie een aanvulling vormt op het bestaande literaire aanbod;
- —
de mate waarin de publicatie bijdraagt aan een evenwichtige balans tussen de verschillende door het Letterenfonds te subsidiëren literaire genres en aan de verscheidenheid binnen elk genre.
4.
Voor toekenning van de aanvraag dient in ieder geval het oordeel over de te verwachten literaire kwaliteit van de publicatie positief te zijn.