Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 2.4.4 Hoogte subsidie
Geldend
Geldend van 01-04-2026 tot 01-04-2031
- Bronpublicatie:
07-02-2026, Stcrt. 2026, 4180 (uitgifte: 05-03-2026, regelingnummer: WJZ/103975578)
- Inwerkingtreding
01-04-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-02-2026, Stcrt. 2026, 4180 (uitgifte: 05-03-2026, regelingnummer: WJZ/103975578)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
1.
De subsidie bedraagt:
- a.
voor de aanschaf van een landbouwmachine: 25% van de subsidiabele kosten;
- b.
voor de aanschaf van een landbouwtractor met een continu elektrisch motorvermogen van 29 tot en met 74 kW, oftewel 40 tot en met 100 pk: 35% van de subsidiabele kosten;
- c.
voor de aanschaf van een landbouwtractor met een continu elektrisch motorvermogen van meer dan 74 kW, oftewel 100 pk: 55% van de subsidiabele kosten;
- d.
voor de aanschaf van een DC-laadstation:
- 1°
€ 9.760, – voor een DC-laadstation met een vermogen van 50 tot 100 kW;
- 2°
€ 17.700, – voor een DC-laadstation met een vermogen van 100 tot 150 kW;
- 3°
€ 24.400,– voor een DC-laadstation met een vermogen vanaf 150 kW.
2.
De subsidie bedraagt ten minste € 3.000, – per aanvraag en ten hoogste € 600.000, – per landbouwonderneming of agrarisch loonwerkbedrijf per kalenderjaar.