Einde inhoudsopgave
Verdrag inzake de internationale inning van levensonderhoud voor kinderen en andere familieleden
Artikel 37 Rechtstreekse verzoeken aan bevoegde autoriteiten
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2013
- Bronpublicatie:
23-11-2007, Trb. 2011, 144 (uitgifte: 19-08-2011, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2013
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-03-2021, Trb. 2021, 34 (uitgifte: 16-03-2021, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Alimentatie
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
1.
Het Verdrag sluit de mogelijkheid niet uit dat gebruik wordt gemaakt van eventueel krachtens het nationale recht van een verdragsluitende staat beschikbare procedures waarbij een persoon (een verzoeker) zich rechtstreeks kan wenden tot een bevoegde autoriteit van die staat betreffende een aangelegenheid waarop het Verdrag van toepassing is, waaronder, met inachtneming van artikel 18, de vaststelling of wijziging van een beslissing inzake levensonderhoud.
2.
Artikel 14, vijfde lid, en artikel 17, onderdeel b), en de bepalingen van de hoofdstukken V, VI, VII en dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 40, tweede lid, artikel 42, artikel 43, derde lid, artikel 44, derde lid, en de artikelen 45 en 55, zijn van toepassing op verzoeken om erkenning en tenuitvoerlegging die rechtstreeks worden ingediend bij een bevoegde autoriteit van een verdragsluitende staat.
3.
Voor de toepassing van het tweede lid, is artikel 2, eerste lid, onderdeel a), van toepassing op een beslissing tot toekenning van levensonderhoud aan een kwetsbare persoon ouder dan de in dat onderdeel vermelde leeftijd, indien deze beslissing is gegeven voordat die persoon die leeftijd had bereikt en indien zij, gelet op de aantasting van zijn vermogens, voorziet in levensonderhoud boven die leeftijd.