Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 648/2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters
Artikel 37 Deelnamevereisten
Geldend
Geldend vanaf 24-12-2024
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 24-12-2024.
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Inwerkingtreding
24-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/2987 (uitgifte: 04-12-2024, regelingnummer: 2024/2987)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Op basis van het overeenkomstig artikel 28, lid 3, uitgebrachte advies van het risicocomité stelt een CTP, waar relevant per soort gecleard product, de categorieën van toegelaten clearingleden en de toelatingscriteria vast. Dergelijke criteria moeten niet-discriminerend, transparant en objectief zijn, zodat ze eerlijke en open toegang tot de CTP garanderen en ervoor zorgen dat clearingleden over voldoende financiële middelen en operationele capaciteit beschikken om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de deelname aan de CTP. Criteria die de toegang beperken, zijn alleen toegestaan als ze tot doel hebben het risico voor de CTP te beheersen.
1 bis.
Een CTP aanvaardt niet-financiële tegenpartijen alleen als clearinglid indien die niet-financiële tegenpartijen kunnen aantonen hoe zij voornemens zijn aan de marginvereisten en de bijdragen aan het wanbetalingsfonds te voldoen, ook in moeilijke marktomstandigheden.
De voor een CTP bevoegde autoriteit die niet-financiële tegenpartijen als clearingleden accepteert, toetst regelmatig de door de CTP vastgestelde regelingen om te monitoren dat aan de voorwaarde van de eerste alinea is voldaan. De voor de CTP bevoegde autoriteit brengt jaarlijks verslag uit aan het in artikel 18 bedoelde college over de door die niet-financiële tegenpartijen geclearde producten, hun totale blootstelling en eventuele vastgestelde risico's.
Een niet-financiële tegenpartij die als clearinglid van een CTP optreedt, mag alleen clearingdiensten voor cliënten verlenen aan niet-financiële tegenpartijen die tot dezelfde groep behoren als die niet-financiële tegenpartij en mag bij de CTP alleen rekeningen aanhouden voor activa en posities die voor eigen rekening of voor rekening van die niet-financiële tegenpartijen worden aangehouden.
ESMA kan na een ad hoc collegiale toetsing een advies of een aanbeveling uitbrengen over de wenselijkheid van dergelijke regelingen.
2.
Een CTP ziet erop toe dat de in lid 1 vermelde criteria permanent worden nageleefd en krijgt tijdig toegang tot de informatie die nodig is voor die beoordeling. Een CTP voert minstens een keer per jaar een uitgebreide evaluatie uit om na te gaan of haar clearingleden dit artikel naleven.
De CTP stelt de bevoegde autoriteit in kennis van elke significante negatieve ontwikkeling in het risicoprofiel van elk van haar clearingleden die is vastgesteld in de context van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling van de CTP, of een andere beoordeling met een soortgelijke conclusie, met inbegrip van elke verhoging van het risico dat een clearinglid voor de CTP oplevert wanneer deze verhoging volgens de CTP aanleiding kan geven tot een wanbetalingsprocedure.
3.
Clearingleden die namens hun cliënten transacties clearen, moeten over de nodige aanvullende financiële middelen en operationele capaciteit beschikken om deze taak uit te voeren. De regels van de CTP voor clearingleden moeten haar in staat stellen relevante basisinformatie te verzamelen om relevante risicoconcentraties in verband met de dienstverlening aan cliënten in kaart te brengen, te controleren en te beheren. Op verzoek stellen clearingleden de CTP in kennis van de criteria en regelingen die zij vaststellen om hun cliënten toegang te verlenen tot de diensten van de CTP. De clearingleden blijven er verantwoordelijk voor dat cliënten zich aan hun verplichtingen houden.
4.
Een CTP beschikt over objectieve en transparante procedures voor de schorsing en ordelijke uitstap van clearingleden die niet meer voldoen aan de in lid 1 vermelde criteria.
5.
Een CTP mag clearingleden die aan de in lid 1 vermelde criteria voldoen alleen toegang weigeren als dit afdoende schriftelijk gemotiveerd is en op basis van een diepgaande risicobeoordeling.
6.
Een CTP mag specifieke aanvullende verplichtingen opleggen aan clearingleden, met inbegrip van de deelname aan veilingen van de posities van in gebreke blijvende clearingleden. Dergelijke aanvullende verplichtingen moeten in verhouding staan tot het risico van het clearinglid en mogen de deelname niet beperkten tot bepaalde categorieën clearingleden.
7.
ESMA stelt, na overleg met EBA en het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter nadere specificatie van de elementen die in aanmerking moeten worden genomen wanneer een CTP:
- a)
zijn toelatingscriteria zoals bedoeld in lid 1 vaststelt;
- b)
beoordeelt of niet-financiële tegenpartijen die als clearinglid optreden, in staat zijn te voldoen aan de marginvereisten en de bijdragen aan het wanbetalingsfonds zoals bedoeld in lid 1 bis.
Bij het opstellen van die ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt ESMA rekening met:
- a)
de modaliteiten en specifieke kenmerken waarmee niet-financiële tegenpartijen toegang zouden kunnen krijgen of reeds toegang hebben tot clearingdiensten, ook als directe clearingleden in gesponsorde modellen;
- b)
de noodzaak om een veilige rechtstreekse toegang van niet-financiële tegenpartijen tot clearingdiensten en -activiteiten van CTP's te faciliteren;
- c)
de noodzaak om evenredigheid te waarborgen;
- d)
de noodzaak om te zorgen voor een doeltreffend risicobeheer.
ESMA dient de in de eerste alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 25 december 2025 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.