Einde inhoudsopgave
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 202 [Benoeming deskundigen]
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
06-03-2024, Stb. 2024, 62 (uitgifte: 22-03-2024, kamerstukken: 35498)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-03-2024, Stb. 2024, 72 (uitgifte: 27-03-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
1.
Als de rechter het verzoek om een voorlopig bericht of verhoor van deskundigen toestaat, benoemt hij na overleg met partijen een of meer deskundigen met de opdracht bij hem schriftelijk bericht in te leveren of aan hem mondeling verslag uit te brengen. De beschikking vermeldt de punten waarover het oordeel van deskundigen wordt gevraagd. De bepalingen over deskundigen zijn van overeenkomstige toepassing.
2.
Als artikel 191, derde lid, van toepassing is en het bedrag van de schadeloosstelling en het loon van deskundigen voorlopig in debet zijn gesteld, bepaalt de rechter bij de toezending van het schriftelijke bericht aan partijen of bij de afgifte van het proces-verbaal van de slotsom van het mondelinge verslag, dan wel zo spoedig mogelijk daarna, welk deel van dit bedrag ieder van de partijen moet dragen en veroordeelt hen tot betaling van dat bedrag aan de griffier. Betaalt een partij niet, dan geeft de griffier een dwangbevel uit. Artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken is van overeenkomstige toepassing. De tenuitvoerlegging wordt opgeschort als blijkt dat de veroordeling nog niet in kracht van gewijsde is gegaan.
3.
Als de rechter het verzoek toestaat zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, gaat de rechter, voordat hij een of meer deskundigen benoemt, eerst na of de verzoeker heeft voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 198, tweede lid.