Einde inhoudsopgave
Beleidsregels verlenging loondoorbetaling poortwachter
Artikel 5 Vaststelling van een loondoorbetalingsperiode
Geldend
Geldend vanaf 20-03-2003
- Bronpublicatie:
12-03-2003, Stcrt. 2003, 54 (uitgifte: 18-03-2003, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
20-03-2003
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
12-03-2003, Stcrt. 2003, 54 (uitgifte: 18-03-2003, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Verzekeringen
Arbeidsrecht / Bijzondere onderwerpen arbeidsrecht
1.
Indien bij de behandeling van een aanvraag, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet, blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond de op hem rustende reïntegratieverplichtingen niet of niet volledig is nagekomen of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, stelt het UWV een loondoorbetalingsperiode vast.
2.
De loondoorbetalingsperiode wordt vastgesteld op het tijdvak dat naar verwachting benodigd zal zijn om de werkgever in staat te stellen alsnog zijn reïntegratieverplichtingen volledig na te komen en voldoende reïntegratie-inspanningen te verrichten, doch ten minste op vier maanden.
3.
Indien het verzuim van de werkgever wordt aangemerkt als beperkte nalatigheid wordt de loondoorbetalingsperiode steeds vastgesteld op vier maanden.
4.
Indien het verzuim van de werkgever wordt aangemerkt als ernstige, grove of uiterste nalatigheid, wordt de loondoorbetalingsperiode vastgesteld op ten hoogste zes, respectievelijk negen of twaalf maanden.
5.
De loondoorbetalingsperiode luidt in een geheel aantal maanden, wordt niet afgerond op een kalendermaand, en wordt zo vastgesteld dat het maximum genoemd in artikel 629, twaalfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet wordt overschreden.