Einde inhoudsopgave
Regeling tegemoetkoming rechtskundige hulp politie
Artikel 2
Geldend
Geldend vanaf 30-10-2025. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-10-2025
- Bronpublicatie:
07-10-2025, Stcrt. 2025, 36051 (uitgifte: 29-10-2025, regelingnummer: 6702312)
- Inwerkingtreding
30-10-2025, terugwerkend tot: 01-10-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-10-2025, Stcrt. 2025, 36051 (uitgifte: 29-10-2025, regelingnummer: 6702312)
- Vakgebied(en)
Politierecht / Bijzondere onderwerpen
Ambtenarenrecht / Arbeidsvoorwaarden
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
De tegemoetkoming bestaat naar keuze van de ambtenaar uit:
- a.
het toevoegen van rechtskundige hulp aan de ambtenaar door tussenkomst en op kosten van het bevoegd gezag;
- b.
vergoeding van de kosten van rechtskundige hulp, door de ambtenaar aangezocht zonder tussenkomst van het bevoegd gezag;
- c.
vergoeding van de kosten van rechtskundige hulp, aan de ambtenaar verleend op grond van zijn lidmaatschap, door een centrale of een vereniging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, of
- d.
vergoeding van de eigen bijdrage, indien de ambtenaar aanspraak maakt op door de overheid gefinancierde rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand.
2.
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, bedraagt per uur niet meer dan het bedrag van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maar ten minste het basisbedrag zoals vastgesteld op grond van artikel 3, eerste lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, tenzij de werkelijke kosten per uur lager waren dan dat basisbedrag.
3.
Indien het bevoegd gezag voor de tegemoetkoming bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een rechtsbijstandverzekering heeft afgesloten, geldt voor de berekening van de vergoeding bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, een uurtarief van ten hoogste € 200,30, met uitzondering van de gevallen waarin naar oordeel van het bevoegd gezag bijzondere eisen worden gesteld aan de persoon die de rechtskundige hulp verleent en die alsdan leiden tot een hoger uurtarief.
4.
De toekenning van de tegemoetkoming kan betrekking hebben op:
- a.
de voorfase van een gerechtelijke procedure;
- b.
een verzoek om voorlopige voorziening;
- c.
een gerechtelijke procedure in eerste aanleg;
- d.
hoger beroep;
- e.
cassatie;
- f.
een beklag over het niet vervolgen van strafbare feiten als bedoeld in artikel 12 en volgende van het Wetboek van Strafvordering;
- g.
vervolging door een strafbeschikking als bedoeld in artikel 257a en volgende van het Wetboek van Strafvordering;
- h.
vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 529 en 530 van het Wetboek van Strafvordering;
- i.
een procedure ter zake een bestuurlijke boete;
- j.
een ingesteld feitenonderzoek als bedoeld in artikel 511a van het Wetboek van Strafvordering.
5.
Het uurtarief genoemd in het derde lid wordt jaarlijks per 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de prijsindex voor rechtskundige diensten van het Centraal Bureau voor de Statistiek.