Einde inhoudsopgave
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Artikel 2.1.7 Reiskostenvergoeding
Geldend
Geldend vanaf 09-01-2025
- Bronpublicatie:
16-12-2024, Stb. 2025, 4 (uitgifte: 08-01-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
09-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-12-2024, Stb. 2025, 4 (uitgifte: 08-01-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
Staatsrecht / Decentralisatie
1.
Een statenlid heeft ten laste van de provincie aanspraak op vergoeding van:
- a.
reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van provinciale staten en commissies, en
- b.
reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten, gemaakt voor de uitoefening van de functie.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.