Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde
Artikel 204
Geldend
Geldend vanaf 14-08-2025
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-07-2028.
- Bronpublicatie:
18-07-2025, PbEU L 2025, 2025/1539 (uitgifte: 25-07-2025, regelingnummer: 2025/1539)
- Inwerkingtreding
14-08-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
18-07-2025, PbEU L 2025, 2025/1539 (uitgifte: 25-07-2025, regelingnummer: 2025/1539)
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Bijzondere OB-regelingen
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Europees belastingrecht (V)
1.
Wanneer bij de toepassing van de artikelen 193 tot en met 197 en de artikelen 199 en 200 de tot voldoening van de belasting gehouden persoon een belastingplichtige is die niet is gevestigd in de lidstaat waar de BTW verschuldigd is, kunnen de lidstaten hem de mogelijkheid geven een fiscaal vertegenwoordiger aan te wijzen als tot voldoening van de belasting gehouden persoon.
In het geval dat de belastbare handeling wordt verricht door een belastingplichtige die niet in de lidstaat is gevestigd waar de btw verschuldigd is, en er met het land van het hoofdkantoor of de vestiging van deze belastingplichtige geen rechtsinstrument inzake wederzijdse bijstand bestaat waarvan de strekking gelijk is aan die van Richtlijn 2010/24/EU en Verordening (EU) nr. 904/2010, kunnen de lidstaten bepalen dat een door deze belastingplichtige aangewezen fiscaal vertegenwoordiger tot voldoening van de belasting wordt gehouden.
De lidstaten mogen de in de tweede alinea bedoelde mogelijkheid echter niet toepassen op een belastingplichtige in de zin van artikel 358 bis, punt 1, die gekozen heeft voor de bijzondere regeling voor diensten verricht door niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen.
In afwijking van de eerste en de tweede alinea van dit lid wijst een belastingplichtige die overeenkomstig artikel 201, lid 3, een fiscaal vertegenwoordiger moet aanwijzen, een fiscaal vertegenwoordiger aan als de persoon die wordt gehouden tot voldoening van btw op afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen die in aanmerking zouden kunnen komen voor de bijzondere regeling in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4.
2.
De in lid 1, eerste alinea, bedoelde mogelijkheid is onderworpen aan de door de respectieve lidstaten vastgestelde voorwaarden en uitvoeringsbepalingen.