Einde inhoudsopgave
Uitvoeringswet dataverordening
Artikel 8 Sanctionering
Geldend
Geldend vanaf 21-11-2025
- Bronpublicatie:
29-10-2025, Stb. 2025, 372 (uitgifte: 20-11-2025, kamerstukken: 36733)
- Inwerkingtreding
21-11-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
29-10-2025, Stb. 2025, 372 (uitgifte: 20-11-2025, kamerstukken: 36733)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Justitie en Veiligheid
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Toezicht
Informatierecht / ICT-recht
1.
De Autoriteit Consument en Markt is ter handhaving van de artikelen 3, 4, eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, negende, tiende, elfde, dertiende en veertiende lid, 5, eerste, derde, vierde, vijfde, zesde, negende, tiende en elfde lid, 6, eerste lid, voor zover het niet de verwerking van persoonsgegevens betreft, en tweede lid, onderdelen a, c, d, e, f, g en h, 8, eerste, derde en vierde lid, 9, eerste, tweede, vierde en zevende lid, 10, derde lid, 11, eerste, tweede en vijfde lid, 20, eerste en tweede lid, 23, 25, eerste lid, tweede volzin, en vierde lid, 26, 27, 28, 29, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 30, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 31, derde lid, 32, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 33, eerste lid, 34, tweede lid, 36, eerste en tweede lid, en 37, twaalfde lid, bevoegd tot oplegging van:
- a.
een last onder bestuursdwang; of
- b.
een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht of, indien dat meer is, 10% van de jaaromzet van de overtreder in het voorgaande boekjaar in de Europese Unie.
2.
De Autoriteit persoonsgegevens is ter handhaving van de artikelen 4, twaalfde lid, 5, zevende en achtste lid, 6, eerste lid, voor zover het de verwerking van persoonsgegevens betreft, en tweede lid, onderdeel b, 14, 17, tweede lid, derde lid, eerste volzin, en vierde lid, laatste twee volzinnen, 18, eerste en vierde lid, 19, 21, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en 22, tweede lid, bevoegd tot oplegging van:
- a.
een last onder bestuursdwang; of
- b.
een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag, genoemd in artikel 40, vierde lid, van de dataverordening.
3.
De te betalen geldsom van een verbeurde dwangsom krachtens het tweede lid, onderdeel a, en de bestuurlijke boete, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, komt toe aan de Staat.
4.
Het eerste lid is niet van toepassing op inbreuken of inbreuken binnen de Unie als bedoeld in artikel 1 van de Wet handhaving consumentenbescherming ten aanzien van de bepalingen van de dataverordening genoemd in onderdeel a van de bijlage bij die wet.
5.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van gedragingen van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank of organen van de Unie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 27, van de dataverordening.