Einde inhoudsopgave
Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken handel en kanton
6.4 Termijn vonnis
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Bronpublicatie:
01-07-2025, Stcrt. 2025, 20914 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-07-2025, Stcrt. 2025, 20914 (uitgifte: 30-06-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- –
In kantonzaken
- •
in verstekzaken
- a.
De termijn voor het wijzen van een vonnis in kantonzaken bedraagt ten hoogste twee weken als de gedaagde niet is verschenen en ook geen uitstel van behandeling heeft gevraagd om op een later moment te mogen reageren, tenzij de rechter anders bepaalt.
- b.
Een verstekvonnis in kantonzaken kan niet bij vervroeging worden uitgesproken.
- c.
Het wijzen van een verstekvonnis in kantonzaken wordt aangehouden als op de datum van vonniswijzen niet kan worden vastgesteld dat de eiser tijdig het griffierecht heeft voldaan. Op een volgende roldatum wordt de eiser in de gelegenheid gesteld een akte te nemen waarin hij zich uitlaat over het niet tijdig voldoen van het griffierecht.
- •
in zaken op tegenspraak
- a.
De termijn voor het wijzen van een vonnis in kantonzaken bedraagt twee weken als de gedaagde geen verweer heeft gevoerd (maar wel is verschenen) of zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.
- b.
de termijn voor het wijzen van een vonnis bedraagt vier weken, tenzij op de zitting mondeling uitspraak is gedaan. Deze termijn kan worden verlengd.
- c.
Als mondeling uitspraak is gedaan als bedoeld in artikel 29a Rv, wordt binnen twee weken daarna een proces-verbaal verstrekt van de mondelinge uitspraak.
- d.
De termijn voor het wijzen van een vonnis in een incident bedraagt vier weken. Deze termijn kan worden verlengd.
- e.
Een vonnis waarvoor een vonnistermijn is bepaald, kan ook bij vervroeging worden uitgesproken, tenzij beide partijen hiertegen bezwaar maken.
- –
In handelszaken:
- •
in verstekzaken
- a.
De termijn voor het wijzen van een vonnis bedraagt vier weken. Deze termijn kan worden verlengd.
- b.
Een verstekvonnis in handelszaken kan niet bij vervroeging worden uitgesproken.
- c.
Het wijzen van een verstekvonnis wordt aangehouden als op de datum van vonniswijzen niet kan worden vastgesteld dat de eiser tijdig het griffierecht heeft voldaan. Op een volgende roldatum wordt de eiser in de gelegenheid gesteld een akte te nemen waarin hij zich uitlaat over het niet tijdig voldoen van het griffierecht.
- •
in zaken op tegenspraak
- a.
De termijn voor het wijzen van een vonnis bedraagt vier weken als de gedaagde geen verweer heeft gevoerd (maar wel is verschenen) of zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechter. Deze termijn kan worden verlengd.
- b.
De termijn voor het wijzen van een vonnis bedraagt zes weken, tenzij op de zitting mondeling uitspraak is gedaan. Deze termijn kan worden verlengd.
- c.
Als mondeling uitspraak is gedaan als bedoeld in artikel 29a Rv, wordt binnen twee weken daarna een proces-verbaal verstrekt van de mondelinge uitspraak.
- d.
De termijn voor het wijzen van een vonnis in een incident bedraagt vier weken. Deze termijn kan worden verlengd.
- e.
Een vonnis waarvoor een vonnistermijn is bepaald, kan ook bij vervroeging worden uitgesproken, tenzij beide partijen hiertegen bezwaar maken.