Einde inhoudsopgave
Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten
Artikel 18 Verantwoordingsinformatie
Geldend
Geldend vanaf 10-10-2010
- Redactionele toelichting
Tijdstip iwtr.: 00.00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
- Bronpublicatie:
07-07-2010, Stb. 2010, 334 (uitgifte: 01-09-2010, kamerstukken: 32026)
- Inwerkingtreding
10-10-2010
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-09-2010, Stb. 2010, 388 (uitgifte: 01-10-2010, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Financiën
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën / Begroting
Staatsrecht / Staatsinrichting
1.
De besturen zenden uiterlijk zes weken na afloop van ieder kwartaal een uitvoeringsrapportage aan het college en aan de Staten.
2.
Het college en de besturen stellen ten behoeve van de uitvoeringsrapportage gezamenlijk een model vast, dat aangeeft over welke onderwerpen gerapporteerd wordt. Hiertoe behoort in ieder geval informatie over de uitputting van de begroting en de daarmee samenhangende resterende verplichtingenruimte, over eventuele nieuwe beleidsvoornemens met financiële consequenties en over mee- en tegenvallers in de uitvoering van de begroting.
3.
Indien uit de uitvoeringsrapportage over het vierde kwartaal blijkt dat sprake is van een tekort op de gewone dienst of van een overschrijding van de rentelastnorm, geeft het bestuur in die rapportage aan welke maatregelen worden voorgenomen ter compensatie van het tekort, respectievelijk de overschrijding.
4.
Uiterlijk op 31 augustus van ieder jaar verstrekken de besturen een afschrift van de vastgestelde jaarrekening over het voorafgaande jaar aan het college.
5.
Indien de jaarrekening op het tijdstip, genoemd in het vierde lid, nog niet is vastgesteld, verstrekken de besturen de in voorbereiding zijnde jaarrekening naar de stand van dat tijdstip. Het bestuur verstrekt de bevindingen van de desbetreffende Algemene Rekenkamer en van de interne accountant op het ontwerp van de jaarrekening onmiddellijk na de ontvangst van die bevindingen aan het college.
6.
Indien uit de vastgestelde jaarrekening blijkt dat sprake is van een tekort op de gewone dienst of van een overschrijding van de rentelastnorm, geeft het bestuur tegelijk met de jaarrekening aan welke maatregelen worden voorgenomen ter compensatie van het tekort, respectievelijk de overschrijding.
7.
Het college beoordeelt de voorgenomen maatregelen, bedoeld in het derde en het zesde lid, aan de hand van de normen, genoemd in artikel 15, en zendt het bestuur binnen veertien dagen na ontvangst van de betreffende uitvoeringsrapportage een advies overeenkomstig artikel 12, derde lid.
8.
Op een advies als bedoeld in het zevende lid, zijn de artikelen 12, vierde en vijfde lid, en 13 van overeenkomstige toepassing.