Einde inhoudsopgave
Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten
Artikel 2 Aanvrager natuurlijke persoon
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
13-10-2025, Stcrt. 2025, 34325 (uitgifte: 28-10-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2025/254921)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-10-2025, Stb. 2025, 314 (uitgifte: 29-10-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Afhankelijke geldigheid
Treedt tegelijk in werking met de Wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (10-05-2023, Stb. 195).
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Kentekens en kentekenbewijzen
Verkeersrecht (V)
1.
Indien de aanvraag van een tenaamstelling wordt ingediend door een natuurlijke persoon, bij of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, wordt het volgende legitimatiebewijs overgelegd:
- a.
een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de wet,
- b.
een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet,
- c.
een geldig document als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Paspoortwet,
- d.
een geldig buitenlands nationaal paspoort, dienstpaspoort, diplomatiek paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen,
- e.
een geldige buitenlandse identiteitskaart, afgegeven door een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie, of
- f.
een geldig persoonlijk identiteitsbewijs als bedoeld in artikel III, tweede lid, onderdeel a, van het Verdrag tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (Londen, 19 juni 1951, Trb. 1951, 114) met daarbij een geldig, ten behoeve van de aanvraag door de bevoegde commandant van een NATO-basis ingevuld en ondertekend, certificaat van stationering, dat niet ouder is dan tien dagen.
2.
Indien de aanvraag van een tenaamstelling wordt ingediend door een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad namens een natuurlijke persoon, wordt door de natuurlijke persoon een geldig Nederlands rijbewijs, als bedoeld in artikel 107 van de wet, als mede een machtiging, als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Regeling erkenningen wegverkeer overgelegd aan het erkende bedrijf.