Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2005/35/EG inzake de handhaving van internationale normen betreffende verontreiniging vanaf schepen en de invoering van administratieve sancties voor verontreinigingsdelicten
Artikel 4 Inbreuken
Geldend
Geldend vanaf 05-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/3101 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: 2024/3101)
- Inwerkingtreding
05-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2024, 2024/3101 (uitgifte: 16-12-2024, regelingnummer: 2024/3101)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht (V)
Milieurecht (V)
1.
De lidstaten zien erop toe dat lozingen van verontreinigende stoffen in een van de in artikel 3, lid 1, genoemde gebieden als inbreuken worden beschouwd, tenzij:
- a)
voor verontreinigende stoffen die vallen onder de voorschriften van bijlage I bij Marpol 73/78, die lozingen voldoen aan de voorwaarden van de voorschriften 15, 34, 4.1, 4.2 of 4.3 van bijlage I bij Marpol 73/78 en deel II-A, punt 1.1.1, van de Internationale Code voor schepen die in polaire wateren varen (‘Polar Code’);
- b)
voor verontreinigende stoffen die vallen onder de voorschriften van bijlage II bij Marpol 73/78, die lozingen voldoen aan de voorwaarden van de voorschriften 13, 3.1.1, 3.1.2 of 3.1.3 van bijlage II bij Marpol 73/78 en deel II-A, punt 2.1, van de Polar Code;
- c)
voor verontreinigende stoffen die vallen onder de voorschriften van bijlage III bij Marpol 73/78, die lozingen voldoen aan de voorwaarden van voorschrift 8.1 van bijlage III bij Marpol 73/78;
- d)
voor verontreinigende stoffen die vallen onder de voorschriften van bijlage IV bij Marpol 73/78, die lozingen voldoen aan de voorwaarden van de voorschriften 3, 11.1 en 11.3 van bijlage IV bij Marpol 73/78 en deel II-A, punt 4.2, van de Polar Code;
- e)
- f)
voor residuen van systemen voor de reiniging van uitlaatgassen, die lozingen voldoen aan de voorwaarden van de voorschriften 4, 14.1, 14.4, 14.6, 3.1.1 en 3.1.2 van bijlage VI bij Marpol 73/78, rekening houdend met de IMO-richtsnoeren, met inbegrip van Resolutie MEPC.340 (77) in de laatst bijgewerkte versie.
2.
Elke lidstaat neemt alle nodige maatregelen om te waarborgen dat elke maatschappij of andere rechtspersoon of natuurlijke persoon die een inbreuk heeft gepleegd in de zin van lid 1, aansprakelijk wordt gesteld.