Einde inhoudsopgave
Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020
Artikel 24 Testritten
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Bronpublicatie:
01-12-2025, Stcrt. 2025, 42131 (uitgifte: 11-12-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2025/295146)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
01-12-2025, Stcrt. 2025, 42131 (uitgifte: 11-12-2025, regelingnummer: IENW/BSK-2025/295146)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Railvervoer
1.
Een spoorwegonderneming die van een hoofdspoorweg gebruik wil maken of gebruik wil laten maken voor het uitvoeren van een test als bedoeld in artikel 26r, eerste en tweede lid, van de wet, stemt het uitvoeren van de test voorafgaand af met de beheerder.
2.
Een spoorwegonderneming die voornemens is om een testrit te maken met een spoorvoertuig ten behoeve van ETCS-compatibiliteitstesten, op een inzetgebied dat is uitgerust met ETCS, verstrekt aan de beheerder bij het verzoek als bedoeld in artikel 26r, derde lid, van de wet:
- a.
een beschrijving van de mate waarin het gedrag van het spoorvoertuig voldoet aan de gepubliceerde ERTMS-foutcorrecties, bedoeld in artikel 9 van de TSI CCS, die geen onderdeel uitmaken van de in de TSI CCS vastgelegde specificatiereeks op basis waarvan de beoordeling plaatsvindt;
- b.
een overzicht van de punten waarop het spoorvoertuig afwijkt van de specificatiereeks op basis waarvan de beoordeling door de aangemelde instantie plaatsvindt; en
- c.
in voorkomend geval, een beschrijving van de additionele besturings- en seingevingsfunctionaliteiten die in het spoorvoertuig zijn geïmplementeerd, maar die geen deel uitmaken van de specificatiereeks op grond waarvan de beoordeling van de aanvraag van de vergunning, bedoeld in artikel 26k van de wet, plaatsvindt.
3.
De beheerder kan naar aanleiding van het verzoek in het belang van een veilig en ongestoord verkeer op de hoofdspoorweg, aanwijzingen geven.
4.
De spoorwegonderneming volgt de aanwijzingen, bedoeld in het derde lid op.