Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Einde inhoudsopgave
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:artikel 200
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 200 [Hoger beroep tegen beslissing inzageverzoek; geen hogere voorziening tegen beslissing voorlopige bewijsverrichtingen]
Geldend
Documentgegevens:
Geldend vanaf 01-01-2025
- Bronpublicatie:
06-03-2024, Stb. 2024, 62 (uitgifte: 22-03-2024, kamerstukken: 35498)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-03-2024, Stb. 2024, 72 (uitgifte: 27-03-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
1.
Tegen de beslissing op het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens kan hoger beroep worden ingesteld binnen vier weken te rekenen van de dag van de uitspraak.
2.
Tegen de beslissing op het verzoek om een of meer andere voorlopige bewijsverrichtingen staat geen hogere voorziening open, tenzij de rechter anders bepaalt. De termijn voor het instellen van de hogere voorziening bedraagt in dat geval vier weken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.