Einde inhoudsopgave
Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA)
Artikel 16 Eisen waaraan na de toestemming voor een transport moet worden voldaan
Geldend
Geldend van 15-07-2006 tot 22-05-2026
- Bronpublicatie:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Inwerkingtreding
15-07-2006
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
14-06-2006, PbEU 2006, L 190 (uitgifte: 12-07-2006, regelingnummer: 1013/2006)
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
Zodra de bevoegde autoriteiten toestemming hebben verleend voor een aangemeld transport, vullen alle betrokken ondernemingen volgens onderstaande aanwijzingen het vervoersdocument of in het geval van een algemene kennisgeving de vervoersdocumenten op de daartoe bestemde plaatsen in, ondertekenen zij het/die en bewaren zij een afschrift ervan. Aan de volgende eisen moet worden voldaan:
- a)
invulling van het vervoersdocument door de kennisgever: zodra de kennisgever toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer heeft gekregen of, ten aanzien van de bevoegde autoriteit van doorvoer mag veronderstellen dat stilzwijgende toestemming is verleend, vult hij in de mate van het mogelijke de feitelijke datum van transport en de overige gegevens in op het vervoersdocument;
- b)
voorafgaande informatie over de feitelijke aanvang van de overbrenging: de kennisgever zendt ten minste drie werkdagen vóór de aanvang van de overbrenging afschriften van het ingevulde vervoersdocument, als bedoeld onder a), aan de betrokken bevoegde autoriteiten en aan de ontvanger;
- c)
documenten waarvan elk vervoer vergezeld moet gaan: de kennisgever behoudt een afschrift van het vervoersdocument. De overbrenging gaat vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld. Het vervoersdocument wordt bewaard door de inrichting die de afvalstoffen ontvangt;
- d)
schriftelijke bevestiging van ontvangst door de inrichting: binnen drie dagen na de ontvangst van de afvalstoffen bevestigt de inrichting schriftelijk dat zij de afvalstoffen heeft ontvangen.
Deze bevestiging wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd.
De inrichting zendt afschriften van het vervoersdocument met deze bevestiging aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten;
- e)
verklaring van niet-voorlopige verwijdering of nuttige toepassing door de inrichting: zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 30 dagen na de voltooiing van de voorlopige nuttige toepassing of verwijdering en uiterlijk één kalenderjaar na de ontvangst van de afvalstoffen, dan wel vroeger overeenkomstig artikel 9, lid 7, bevestigt de inrichting die de nuttige toepassing of verwijdering heeft verricht, onder haar eigen verantwoordelijkheid dat de niet-voorlopige nuttige toepassing of verwijdering is voltooid.
Deze verklaring wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd.
De inrichting zendt afschriften van het vervoersdocument met deze verklaring aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten.