Einde inhoudsopgave
Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/389 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/2366 wat betreft technische reguleringsnormen voor sterke cliëntauthenticatie en gemeenschappelijke en veilige open communicatiestandaarden
Artikel 2 Algemene authenticatievereisten
Geldend
Geldend vanaf 14-03-2018
- Bronpublicatie:
27-11-2017, PbEU 2018, L 69 (uitgifte: 13-03-2018, regelingnummer: 2018/389)
- Inwerkingtreding
14-03-2018
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2017, PbEU 2018, L 69 (uitgifte: 13-03-2018, regelingnummer: 2018/389)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Informatierecht / ICT
1.
Betaaldienstverleners beschikken over mechanismen voor het monitoren van transacties waarmee zij ongeoorloofde of frauduleuze betalingstransacties voor de toepassing van de onder a) en b) van artikel 1 genoemde veiligheidsmaatregelen kunnen implementeren.
Die mechanismen zijn gebaseerd op de analyse van betalingstransacties, waarbij rekening wordt gehouden met elementen die typisch zijn voor de betaaldienstgebruiker in omstandigheden van normaal gebruik van de persoonlijke beveiligingsgegevens.
2.
Betaaldienstverleners zorgen ervoor dat de mechanismen voor het monitoren van transacties ten minste met elk van de volgende risicofactoren rekening houden:
- a)
lijsten van gecompromitteerde of gestolen authenticatie-elementen;
- b)
het bedrag van elke betalingstransactie;
- c)
bekende fraudescenario's bij het verlenen van betaaldiensten;
- d)
tekenen van malwarebesmetting tijdens sessies van de authenticatieprocedure;
- e)
ingeval de toegangsapparatuur of -software door de betaaldienstverlener wordt verstrekt, een gebruikslog van de aan de betalingsgebruiker verstrekte toegangsapparatuur of -software en het abnormale gebruik van de toegangsapparatuur of -software.