Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 3.19.1 Begripsbepalingen
Geldend
Geldend van 05-07-2025 tot 01-06-2030
- Bronpublicatie:
02-07-2025, Stcrt. 2025, 22921 (uitgifte: 04-07-2025, regelingnummer: WJZ/ 99554637)
- Inwerkingtreding
05-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
02-07-2025, Stcrt. 2025, 22921 (uitgifte: 04-07-2025, regelingnummer: WJZ/ 99554637)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
In deze titel wordt verstaan onder:
drijvende en bewegende offshore-constructie: constructie voor de exploratie, exploitatie of productie van hernieuwbare energie of winning van grond- en voedingsstoffen op zee of opslag van CO2 in de zeebodem die:
- a.
niet beschikt over eigen voortstuwing; en
- b.
bedoeld is om meermaals op eigen drijfvermogen te worden verplaatst terwijl zij in bedrijf is;
scheepsbouwinnovatieproject: een project dat bestaat uit de experimentele ontwikkeling van nieuwe of verbeterde onderdelen bij de bouw of verbouw van een schip of de bouw van een drijvende en bewegende offshore-constructie in vergelijking met die welke in de scheepsbouwsector gewoonlijk binnen de Europese Unie worden gebruikt of beschikbaar zijn en waarvan de implementatie of toepassing een risico op technologische of industriële mislukking inhoudt;
scheepswerf: onderneming die schepen of drijvende en bewegende offshore-constructies ontwerpt, ontwikkelt, bouwt en uitrust;
schip: zichzelf voortstuwend zeeschip of binnenvaartschip dat is bestemd om voor commerciële doeleinden te worden gebruikt en tot één van de volgende categorieën behoort:
- a.
zeeschepen of binnenvaartschepen, niet zijnde vissersvaartuigen, met een minimaal tonnage van 100 bruto ton, bestemd voor het vervoer van passagiers of goederen of voor het verrichten van een speciale dienst;
- b.
sleepboten of veerponten met een minimaal vermogen van 365 kW.