Einde inhoudsopgave
Wet Adviescollege ICT-toetsing
Artikel 7
Geldend
Geldend vanaf 12-02-2025
- Bronpublicatie:
23-10-2024, Stb. 2024, 391 (uitgifte: 10-12-2024, kamerstukken: 36481)
- Inwerkingtreding
12-02-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-01-2025, Stb. 2025, 34 (uitgifte: 11-02-2025, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Bestuur
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Informatierecht / ICT-recht
1.
Het Adviescollege heeft ten behoeve van de algehele verbetering van de beheersing van ICT-projecten en informatiesystemen bij de centrale overheid tot taak:
- a.
op schriftelijk verzoek van een van beide kamers der Staten-Generaal advies uit te brengen over:
- 1°
een doeltreffende en doelmatige inrichting en toepassing van een informatiesysteem ter uitvoering van beleid of regelgeving;
- 2°
de risico’s en slaagkans van een voorgenomen ICT-project en daarbij een oordeel te geven over de mate van beheersbaarheid; en
- 3°
de doeltreffendheid en doelmatigheid van onderhoud- en beheeractiviteiten van een informatiesysteem, en
- b.
het voorzien in kennisoverdracht en kennisbevordering vanuit de kennis en ervaringen die bij de advisering, bedoeld in onderdeel a, zijn opgedaan, waaronder mede het geven van algemene aanbevelingen wordt begrepen.
2.
Een verzoek om advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 3° kan eveneens door Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening worden gedaan.
3.
Een advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, over een ICT-project of informatiesysteem kan eveneens door het Adviescollege uit eigen beweging worden uitgebracht. Van een voornemen daartoe stelt het Adviescollege Onze Minister die verantwoordelijk is voor de ICT-voorziening, of, indien het advies ziet op een ICT-project of informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan, Onze Minister die het aangaat, en de beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis. Dit lid is niet van toepassing op een ICT-project of informatiesysteem van de politie of de Raad voor de rechtspraak.
4.
Een verzoek om advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 3°, over een informatiesysteem van een zelfstandig bestuursorgaan of een verzoek om advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, over een ICT-project of informatiesysteem van de politie of de Raad voor de rechtspraak kan eveneens door respectievelijk het zelfstandig bestuursorgaan, de korpschef van politie of de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak worden gedaan.
5.
Voor het opstellen van adviezen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, stelt het Adviescollege een toetsingskader vast, waarin in ieder geval wordt opgenomen:
- a.
indien het een advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, betreft, de ruimte om bij beslissingen maatwerk toe te passen;
- b.
indien het een advies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, betreft, het perspectief van de burger als eindgebruiker; en
- c.
de risico’s op het gebied van strategische digitale veiligheid.
6.
Voor de advisering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, stelt het Adviescollege een onderzoeksprotocol vast waarin in ieder geval worden opgenomen:
- a.
de procedure die wordt gevolgd; en
- b.
de methodieken en de richtlijnen die worden gehanteerd.
7.
Het Adviescollege maakt het onderzoeksprotocol openbaar.