Einde inhoudsopgave
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers
Artikel 2.2.8 Ter beschikking gestelde woning
Geldend
Geldend vanaf 14-05-2022. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 28-03-2019
- Bronpublicatie:
26-04-2022, Stb. 2022, 178 (uitgifte: 13-05-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
14-05-2022, terugwerkend tot: 28-03-2019
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-04-2022, Stb. 2022, 178 (uitgifte: 13-05-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Ambtenarenrecht / Bijzondere onderwerpen
Staatsrecht / Decentralisatie
1.
De commissaris of de gedeputeerde betaalt voor het bewonen van een door de provincie aan hem in verband met de uitoefening van zijn ambt ter beschikking gestelde woning een eigen bijdrage per maand aan de provincie.
2.
Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van de provincie.
3.
Indien de commissaris of de gedeputeerde voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de provincie aan hem vergoed.
4.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.