Einde inhoudsopgave
Regeling personeel brandweer BES
Bijlage II Aanstellingskeuring brandweer BES (AK)
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2016
- Bronpublicatie:
21-06-2016, Stcrt. 2016, 33515 (uitgifte: 01-07-2016, regelingnummer: 772234)
- Inwerkingtreding
01-07-2016
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
21-06-2016, Stcrt. 2016, 33515 (uitgifte: 01-07-2016, regelingnummer: 772234)
- Vakgebied(en)
Openbare orde en veiligheid / Rampenbestrijding
behorend bij artikel 2, eerste lid, Regeling personeel brandweer
Inleiding
In deze bijlage staan de vier maatgevende deeldocumenten die het fundament vormen voor het geneeskundig onderzoek bij aanstelling of bevordering (AK):
In deel I behorende bij dit rapport staat het testprotocol van de AK beschreven.
In deel II behorende bij dit rapport staan de schriftelijke vragen van de AK beschreven.
In deel III behorende bij dit rapport staat de sleutel van de berekening van de vragen en testen beschreven.
In deel IV behorende bij dit rapport staat de uiteindelijke beoordeling van de AK beschreven.
Met name het repressieve deel van het brandweerkorps BES heeft te maken met bijzondere functie-eisen. Op basis van deze bijzondere functie-eisen (zie tabel 1 per functie) staat per functie/subtaak aangegeven op welke belastbaarheid eisen in de AK kan worden getest.
Bijzondere functie-eis | BW/BB | Hfd. BW | OvD | THV | OGS |
|---|---|---|---|---|---|
Klauteren en klimmen | X | X | X | X | X |
Hurken, knielen en/of kruipen | X | X | X | X | |
Tillen | X | X | X | X | |
Energetische piekbelasting | X | X | X | X | |
Rug: houdingen en krachtleverantie | X | X | X | X | |
Werken met de armen boven schouderhoogte | X | X | X | X | |
Goed gezichtsvermogen | X | X | X | X | X |
Goed gehoorvermogen | X | X | X | X | X |
Verhoogde waakzaamheid en oordeelsvorming | X | X | X | X | X |
Emotionele piekbelasting | X | X | X | X | X |
Belastbaarheid huid: risico blootstelling huid aan vaste en vloeibare stoffen | X | X | X | X | X |
Belastbaarheid longen: risico blootstelling luchtwegen/longen aan stof, rook, gas of dampen | X | X | X | X | X |
Risico voor/door infectieziekte: • Risico op oplopen van infectieziekten • Risico op verspreiding van infectieziekten | X X | X X | X X |
In alle documenten behorende bij deze bijlage wordt de volgende lettercodering van vragen en testen gebruikt.
Letter | Gezondheids-/belastbaarheidrisico |
|---|---|
A | Algemene gezondheid in relatie tot het werk |
B | Bewegingsapparaat (belastbaarheids)risico |
D | Dermatologisch (huid) (belastbaarheids)risico |
E | Emotionele piekbelasting/belastbaarheid |
G | Gehoor (auditief belastbaarheids)risico |
H | Hart- en vaat (belastbaarheids)risico |
I | Infectieziektenrisicovorming |
L | Luchtweg (belastbaarheids)risico |
P | Psychisch (belastbaarheids)risico |
V | Visueel (belastbaarheids)risico |
In tabel 2 staat per bijzondere functie-eis aangegeven welke testen mogen worden ingezet. In het overzicht staat vermeld per bijzondere functie-eis op welke doorgemaakte- en aanwezige ziekten/gezondheidsklachten met mogelijke (tijdelijke) serieuze gevolgen voor de belastbaarheid van de keuring mag worden gevraagd of op worden getest in de AK.
Bijzondere functie-eis: | Aspect van de belastbaarheid wat opgenomen mag worden in keuring: |
|---|---|
1. Waakzaamheid en oordeelsvermogen | P-testen: Signaalvragen naar: – aanpassingsprobleem door onregelmatige diensten, – ooit doorgemaakte psychose, schizofrenie, epilepsie – aanwezigheid van hoogtevrees – aanwezigheid van claustrofobie – ooit doorgemaakte warmtestuwing – gebruik medicatie tegen epilepsie afgelopen 5 jaar – huidig medicijngebruik (mee laten nemen) Inzet gevalideerd instrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – hoge mate van slaperigheid (checklist) – veel depressieve klachten (checklist) – veel angstklachten (checklist) Inzet gevalideerde fysiek functionele test ter detectie van: – hoogtevrees (laddertest) |
2. Emotionele piekbelasting | E-testen: Signaalvragen naar: – recent doorgemaakt trauma Inzet gevalideerd instrument ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – vermoede posttraumatische stressstoornis (checklist) |
3. Energetische piekbelasting | B- en H-testen: Signaalvragen naar: – fysieke activiteit inzetbaarheid (PAR-Q) – belangrijkste risicofactoren hart- en vaatziekten (familiair voorkomen HVZ; eerder doorgemaakte- of huidige hartziekte; roken) Inzet gevalideerde instrumenten ter detectie van de huidige aanwezigheid van verhoogd risico op toekomstig HVZ (ter regulering en niet ter afkeuring): – te hoge BMI of buikvet – hoge bloeddruk – diabetes mellitus – afwijkingen12-kanaals rust ECG Inzet gevalideerde fysieke functionele test die een indruk geeft van het piek-anaerobe inspanningsvermogen. (aanstellingsbrandweertraplooptest) |
4. Goed gezichtsvermogen | V-testen: Signaalvraag naar: – huidige problemen met gezichtsvermogen Inzet gevalideerd test ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – onvoldoende scherp zicht (lees en afstand) – onvoldoende kleurenzicht – onvoldoende gezichtsveld |
5. Goed gehoorvermogen | G-testen: Signaalvraag naar: – huidige problemen met gehoorvermogen Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – onvoldoende vermogen om spraak te horen |
6. Risico op expositie aan stof, rook, gas of dampen | D- en L-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – overgevoeligheid huid / huidige huidaandoening – overgevoeligheid longen / huidige klachten luchtweg/longen Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige aanwezigheid van: – mogelijke huidaandoening op armen/handen (eczeem/atopie) – mogelijke longaandoening (astma/atopie) |
7. Risico op (verspreiding van) infectieziekten | H- en I-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige aanwezigheid infectieziekten die een gevaar voor anderen kunnen opleveren |
8. Tillen/dragen | B-testen: Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: – problemen met tillen – huidige nek-, rug- en schouderklachten – problemen met krachtleverantie met geheven armen Inzet gevalideerde fysieke, functionele til/draag test (tijdens aanstellingsbrandbestrijdingstest en aanstellingsbrandweertraplooptest) |
9. Knielen/hurken | B-testen: Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige duizeligheidsklachten Inzet gevalideerde fysieke, functionele kniel/hurk test (tijdens aanstellingsbrandbestrijdingstest) |
10. Klimmen/klauteren/ traplopen | B-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige duizeligheidsklachten Inzet gevalideerde fysieke, functionele klim/klauter test (tijdens aanstellingsbrandbestrijdingstest en aanstellingsbrandweertraplooptest) |
11. Houdingen en krachtleverantie met rug | B-testen: Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar: – huidige rugklachten |
Lijst met standaard testbenodigdheden AK Brandweer BES
Bedrijfsarts/doktersassistente
Schriftelijke vragen behorend bij AK
Invulformulieren voor testuitslagen
Pen
Bloeddrukmeter
Landolt kaart 5 m
Groeneveld perspex schouder visusmeter 40 en 60 cm (inclusief kaarten 40 en 60 cm) Voldoende verlichting voor afnemen visustesten
Ishihara kleurenzien-testboek
Middelomtrek centimeter
Lengtemeter (in cm)
Weegschaal (in kg)
Rekenmachine
12-kanaals ECG apparatuur
Stethoscoop
Optioneel maar wel aanwezig:
Toonaudiogram afname apparatuur
Spirometrie apparatuur
Testafnemers functionele testen (sportinstructeur/brandweerinstructeur)
Akkoord start functionele testen na afname PAR-Q vragen
Invulformulieren voor testuitslagen
Pen
Hoogtetest (parkoers op dak):
- –
Plat dak met hoogte van minimaal 7 meter en maximaal 10 meter
- –
Valbescherming
- –
Ademlucht apparatuur
Aanstellingskeuringbrandweerbestrijdingstest:
- –
Hartslagopname-apparatuur (beat-to-beat) die direct uitleesbaar is
- –
Stopwatch
- –
Ademlucht apparatuur
- –
Stofmasker
- –
Keurling in sportkleding
Aanstellingskeuringbrandweertraplooptest of stairmastertest:
- –
Voldoende hoog trappenhuis (20 m stijging -al of niet samengesteld-; ongeveer 105 treden) of stairmaster.
- –
Hartslagopname-apparatuur (beat-to-beat) die direct uitleesbaar is
- –
Brandweermateriaal (2x 10 kg) om in de hand mee te kunnen dragen
- –
Stopwatch
- –
AED aanwezig in nabijheid
- –
Ademlucht apparatuur
- –
Stofmasker
- –
Keurling in sportkleding
Deel I. testprotocol
Voor organisator/P&O medewerker, bedrijfsarts en doktersassistente, en testafnemers functionele testen
Inhoud AK protocol
Het uit te voeren testprotocol voor de AK voor personeel van het brandweerkorps BES staat op de volgende bladzijden beschreven. Voorafgaand aan het protocol wordt achtergrondinformatie over de AK en een overzicht van de bijzondere functie-eisen met de bijbehorende testen van de AK weergegeven.
Het testprotocol bestaat uit drie delen:
- I.
Schriftelijke vragen
Deel I wordt door de P&O functionaris/doktersassistente/organisator afgenomen en deze persoon begeleidt het invullen van de vragenlijst maar heeft geen inzage in de resultaten als het niet de doktersassistente betreft. Middels een vragenlijst worden signaalvragen gesteld die een indicatie van de belastbaarheid en het verwerkingsvermogen aangeven. Hiernaast worden een aantal vragenlijstinstrumenten gebruikt die de mate van diverse relevante gezondheidsklachten in kaart kunnen brengen. Onderdeel H1 van de vragenlijst bestaat uit de PAR-Q vragenlijst: zorg dat de bedrijfsarts de uitkomst op deze schaal altijd checkt voordat de functionele testen plaatsvinden!!
- II.
Biometrische testen
Deel II is geschreven voor de bedrijfsarts en/of doktersassistente die de biometrische testen afneemt bij de medewerker. De biometrische testen die worden gemeten zijn de bloeddruk, lengte, gewicht, middelomtrek, visus en gehoor.
- III.
Functionele fysieke testen
Deel III is geschreven voor de testafnemer(s) van de functionele fysieke testen (sport- instructeur en/of brandweerinstructeur). Er worden drie functionele fysieke testen afgenomen die per test worden beschreven, en afgenomen worden nadat de PAR-Q vragenlijst is gecontroleerd door de bedrijfsarts.
- 1)
PAR-Q vragenlijst
- 2)
Hoogtetest
- 3)
Aanstellingskeuringsbrandbestrijdingstest
- 4)
Aanstellingskeuringsbrandweertraplooptest of stairmastertest
Als addenda bij deze bijlage zijn de schriftelijke vragen, het scoreformulier voor de biometrische testen, het scoreformulier voor de functionele testen, de verzamelstaat van uitslagen van de testen en het beoordelingsformulier toegevoegd.
Deel I: testprotocol afname vragenlijst (uitgevoerd door organisator/P&O medewerker of doktersassistente)
I. AK vragenlijstdeel
De vragenlijst is als addendum aan deze bijlage toegevoegd.
Voor de organisator/P&O medewerker/doktersassistente:
- •
Laat de persoon in een rustige ruimte zitten.
- •
Check of de naam/code van de keurling is ingevuld op de voorkant van de vragenlijst.
- •
Check of de datum is ingevuld op de voorkant van de vragenlijst.
- •
Vraag hem/haar de lijst rustig door te nemen, niet te lang na te denken per vraag, en op alle vragen een antwoord te geven.
- •
De ingevulde vragenlijst wordt gebruikt om de verzamelstaat van het AK in te vullen.
- •
Attendeer de bedrijfsarts op controle van de PAR-Q vragenlijst (vragen H1-1 t/m H1-7), voorafgaand aan de functionele testen!
Deel II: testprotocol biometrische testen (uitgevoerd door bedrijfsarts/doktersassistente)
II. Biometrische testen
Het scoreformulier is als addendum aan deze bijlage toegevoegd.
Voor de bedrijfsarts/ doktersassistente:
Leg aan de proefpersoon uit wat er gaat gebeuren.
H1. Controleer antwoorden (PAR-Q vragenlijst) H1 vragen
Controleer de antwoorden van de medewerker op de PAR-Q vragenlijst (voor inschatting veiligheid uitvoeren fysieke testen). Indien één of meerdere vragen met ‘ja’ zijn beantwoord: bedrijfsarts dient dan eerst the[lees: te] checken welke antwoorden positief zijn ingevuld en bepaalt of de fysieke testen kunnen worden afgenomen zonder of in zijn/haar aanwezigheid.
H2-1a. Controleer antwoord H2-1 aanwezigheid diabetes
Indien het antwoord op vraag H2-1 is ‘nooit vastgesteld’ verricht dan een test op glucose in bloed via een vingerpriktest en noteer tijdstip, of deelnemer wel/niet nuchter is, en het glucosegehalte in mmol/l.
H3. Bloeddruk
Nadat de proefpersoon enkele minuten rustig heeft gezeten wordt de bloeddruk opgenomen, zowel bij de linkerarm als bij de rechterarm.
Bloeddruk wordt in zit afgenomen met een geijkte manometer, na enkele minuten rust, en de manchet ter hoogte van het sternum. Er wordt aan beide armen gemeten en telkens tweemaal aan dezelfde arm met een tussenpoos van minimaal 15 seconden. De twee metingen van beide armen worden genoteerd. Tijdens de procedure wordt niet gesproken. De bloeddruk wordt met een nauwkeurigheid van 2 mmHg afgelezen. Systole (=bovendruk) op het moment dat de tonen voor het eerst hoorbaar worden, de Diastole (=onderdruk) op het moment dat de tonen geheel verdwijnen (Standaard wordt het gemiddelde van de twee linker waarden gebruikt. Echter, bij een verschil van 10 mmHg of meer tussen de armen wordt genoteerd waar de hoogste waarden zijn gemeten en die armwaarden dienen dan als uitslag)
De uitslag komt op het scoreformulier voor Biometrische testen achter H10.
H4. Lichaamsgewicht
Laat de werknemer, rechtop, zonder schoenen, met alleen ondergoed aan, op de weegschaal gaan staan en lees het gewicht af.
Noteer de uitslag in hele kilogrammen op het scoreformulier.
H5. Lichaamslengte
Laat de werknemer, rechtop, zonder schoenen, met de hakken tegen de muur en voeten plat op de grond, tegen de meetlat opstaan en lees lengte af.
Noteer de uitslag in hele centimeters op het scoreformulier.
H6. Buikomvang
Laat de werknemer rechtop staan en meet met meetlint ter hoogte van de navel, vlak onder de ribbenboog, de buikomvang in hele cm af (direct na een normale uitademing).
Noteer de uitslag in hele centimeters op het scoreformulier.
H7. Body Mass Index (bereken dit uit H11 en H12)
Vermenigvuldig de lengte (in m) eerst met zichzelf (dus lengte x lengte, bv 1.87 x 1.87= 3.50). Vul het gewicht (in kg) op rekenmachine in en deel dit door de met zichzelf vermenigvuldigde lengte (bv 80 kg gewicht betekent (80:3.50)=22.9).
Noteer de uitslag met 1 cijfer achter de komma op het scoreformulier.
H8. Rust ECG (12-kanaals en Lausanne Protocol volgend)
Check vragen H1, H2, P9 en vraag symptomen na van klachten op de borst, hartkloppingen.
Luister naar afwijkende cortonen, hartruis, aritmie, vertraagde of verminderde perifere pulsaties.
Neem een 12-kanaals rust ECG af volgens het heersende protocol (anno 2011:Lausanne protocol):
beoordeel systematisch maar check in ieder geval op onregelmatigheden die zouden kunnen wijzen op hypertrofische cardiomyopathie, aritmogene rechterventrikelcardiomyopathie, dilaterende cardiomyopathie, lang QT-syndroom, kort QT-syndroom, syndroom van Brugada of Ziekte van Lev-Lenegre.
V5. Oogtest: Landolt C-ringen kaart en Groeneveld perspex schouder visusmeter
Leg uit wat er gaat gebeuren.
Voer de test volgens protocol uit op 5 m, 60 cm en 40 cm. Op alle drie afstanden meet men de gezichtsscherpte voor beide ogen apart en samen.
Voor de 5 m afstand wordt aanbevolen plaatselijke verlichting te gebruiken (500 lux). Zorg voor goed contrast (kaart schoonhouden). Houdt de algemene ruimteverlichting aan de lage kant, niet meer dan 200 lux horizontaal op bureauhoogte. Er kan het beste begonnen worden met het slechtste oog (aan betrokkene vragen of uitproberen), daarna het beste oog, tenslotte beide ogen.
Bij eenogig meten dient men de te onderzoeken persoon de handpalm voor het andere oog te laten houden, niet tegen het oog.
Begin elke meting bij een regel die nog gemakkelijk gelezen kan worden, ga door tot een fout gemaakt wordt, noteer de laatste correct benoemde grootte als score. Alleen bij vermoedelijke vergissing of slordigheid 1 herkansing. Weigering (‘dat zie ik niet meer’) niet accepteren (‘gokken hoort erbij, alleen als u fouten maakt weet ik zeker dat u het niet meer ziet’) (NVAB, 2000).
Gebruik deze methode voor 5 m, 60 cm en 40 cm. (60 cm en 40 cm worden zittend afgenomen met Groeneveld perspex schouder visusmeter).
Noteer de uitslag op het scoreformulier bij V5.
V6. Oogtest: Ishihara kleurentest
Voer de test volgens protocol uit.
De test ontdekt afwijkingen in het zien van de kleuren rood (protanopie, protanomalie) en groen (deuteranopie, deuteranomalie). De test kan in de hand worden gehouden of op tafel worden geplaatst op ‘armlengte’, ongeveer 66 cm van het oog. Idealiter wordt de test bij natuurlijk daglicht afgenomen (er mag echter geen direct zonlicht op de test vallen en de hemel moet tenminste redelijk bewolkt zijn) of een passend alternatief moet op 45 graden van het plaat oppervlak worden gebruikt, dat wil zeggen niet direct er boven.
Instrueer de werknemer om de nummers te vertellen die zichtbaar zijn zodra de pagina wordt omgedraaid. Soms is er geen nummer te zien: als de werknemer geen nummer ziet wordt er doorgegaan naar de volgende pagina. De testafnemer draait de bladzijden om en houdt controle over de tijd. Ongeveer vier seconden zijn toegestaan voor iedere bladzijde. Overmatige aarzeling kan een signaal van geringe kleurenblindheid zijn.
Noteer het aantal fout opgenoemde cijfers van het totaal aantal. De uitslag komt op het scoreformulier.
Indien de kleurentest niet voldoende is, test de bedrijfsarts het kleurenzien op een functionele manier, met behulp van veiligheidssymbolen (zie V6a).
V6a. Oogtest: Functionele kleurentest
De bedrijfsarts wijst een symbool aan en de werknemer noemt de juiste kleur. De kleuren groen, rood, oranje, blauw en paars worden kriskras door elkaar aangewezen door de arts en de werknemer wordt gevraagd de kleur te noemen. Indien de bedrijfsarts twijfelt over het eigen vermogen om kleuren te zien, wordt een derde persoon (die zeker weet dat zijn/haar kleurenzien voldoende is) ter controle gevraagd mee te kijken.

V7. Gezichtsveldonderzoek
Beschrijving gezichtsveldonderzoek (methode van Donders)
Het is een globale methode, waarbij ervan wordt uitgegaan dat het gezichtsveld van de onderzoeker normaal is. Grove defecten zijn op deze manier aan te tonen.

De onderzoeker vergelijkt zijn eigen gezichtsveld met dat van de werknemer. De gezichtsvelden van werknemer en onderzoeker zijn ongeveer congruent in het vlak precies tussen hen in, zodat de onderzoeker in dit vlak het testobject (zijn eigen vingertop, gekleurd voorwerpje) moet bewegen. De werknemer gaat recht tegenover de testafnemer zitten, ‘knie aan knie’. De onderzoeker gaat na of de werknemer gelijktijdig rechts en links aangeboden vingerbewegingen kan opmerken of systematisch één gezichtsveld verwaarloost (zie bovenste figuur). Vervolgens onderzoekt men hetgezichtsveld van ieder oog apart. Werknemer en onderzoeker kijken elkaar met één oog aan (het recht tegenoverliggende oog). De onderzoeker nadert vanuit de periferie het centrum van het gezichtsveld, bij voorkeur in het midden van één van de kwadranten (zie onderste figuur). De werknemer moet zeggen of hij/zij de vingertop ziet bewegen of niet, zodat men een zekere controle kan uitoefenen op wat de werknemer aangeeft. Zoals op het bovenste plaatje voor het horizontale vlak wordt afgebeeld, wordt vanuit verticale richting de vinger ook naar het centrum gebracht (geen afbeelding). Noteer of het gezichtsveld:
- —
horizontaal in totaal = 160 graden is (waarbij het bereik links en rechts t.o.v. het midden minstens 70 graden dient uit te strekken) (bovenste afbeelding in figuur)
- —
binnen een straal van 30 graden vanuit het centrum mogen zich geen gezichtsvelddefecten bevinden (onderste afbeelding in figuur)
- —
verticaal vanaf de oogas minstens 30 graden zowel naar boven als beneden (geen afbeelding)
De uitslag komt op het scoreformulier achter V7.
G3. Functionele gehoortest: fluisterspraaktest
Beschrijving fluisterspraaktest
De test kan zowel zittend als staand plaatsvinden; voer het onderzoek op gelijke hoogte met de werknemer uit; laat de werknemer zitten of staan en ga recht achter de werknemer zitten (of staan) om liplezen te voorkomen. Instrueer de werknemer de gehoorgang van 1 oor af te sluiten; vraag de werknemer te herhalen wat wordt gehoord.
Fluister na een volledige uitademing; fluister op armlengteafstand van de werknemer zo duidelijk mogelijk en recht naar voren, zonder de stembanden te gebruiken; fluister per oor zes combinaties van drie cijfers en letters (vermijd combinaties met B en D, M en N, H en A)
Voorbeelden van combinaties, zijn:
Oor 1: 3F6, G7L, O7S, 2K4, 8S5, U8X
Oor 2: F5C, Z3L, 6K7, 3S8, 2R9, X4U
Indien de werknemer een combinatie niet goed herhaalt wordt de combinatie niet opnieuw genoemd; noteer op het scoreformulier per oor of combinaties goed of fout worden herhaald.
Indien fluisterspraaktest onvoldoende is kan er voor worden gekozen door de bedrijfsarts om alsnog eerst de nationale gehoortest te laten uitvoeren en eventueel als laatste optie een toonaudiogram.
D2. Indien D1 vraag positief is: lichamelijk onderzoek huid
Doe lichamelijk onderzoek en observeer huid handen, armen en gezicht. Gebruik zo nodig screeningsvragen eczeem/atopie uit NVAB richtlijn of van NCvB website. Noteer uitslagen huidonderzoek in termen van huidbelastbaarheidsrisico: ok / niet ok.
L2. Indien L1 vraag positief is: lichamelijk onderzoek longen
Indien L1 positief: doe lichamelijk onderzoek luchtwegen (gebruik richtlijnen of screeningsinstrument uit NVAB richtlijn voor astma/atopie) en verricht zo nodig spirometrisch onderzoek. Noteer uitslagen longonderzoek in termen van longbelastbaarheidsrisico: ok / niet ok.
Deel III: Deel testprotocol functionele testen (uitgevoerd door afnemer functionele testen)
Er worden twee functionele testen uitgevoerd in vaste volgorde: eerst de brandbestrijdingstest en binnen een kwartier tot maximaal een uur na afloop van de brandbestrijdingstest wordt de brandweertraplooptest of stairmastertest uitgevoerd.
De scoreformulieren van de functionele testen zijn als addenda aan deze bijlage toegevoegd.
De eerder ingevulde PAR-Q vragenlijst (zie hieronder) is akkoord bevonden voorafgaand aan de functionele testen van iedere werknemer. Indien u niet zeker bent van dit akkoord, vraag de bedrijfsarts dan naar de uitslag.
Onderstaande vragen behoren tot de PAR-Q en geven een indicatie over de veiligheid waarmee bij iemand energetisch belastende testen uitgevoerd kunnen worden (omcirkel de juiste antwoorden) | |||
|---|---|---|---|
1. | Heeft een arts ooit gezegd dat u een hartprobleem heeft en dat u alleen fysieke inspanning op advies van een arts zou mogen uitvoeren? | Nee | Ja |
2. | Heeft u pijn op de borst bij fysieke inspanning? | Nee | Ja |
3. | Heeft u in de afgelopen maand pijn op de borst gehad terwijl u geen fysieke inspanning uitvoerde? | Nee | Ja |
4. | Verliest u wel eens uw evenwicht als gevolg van duizeligheid of verliest u wel eens het bewustzijn? | Nee | Ja |
5. | Heeft u een skelet- of gewrichtsprobleem (bijvoorbeeld aan rug, knie of heup) dat kan verergeren door een verandering in uw fysieke activiteitenpatroon? | Nee | Ja |
6. | Schrijft uw arts u op dit moment medicijnen voor (bijvoorbeeld plaspillen) in verband met bloeddruk of hartprobleem? | Nee | Ja |
7. | Bent u op de hoogte van andere redenen waarom u geen fysieke inspanning zou mogen uitvoeren? | Nee | Ja |
B7/B16. Hoogtetest (parkoers op dak)
Een plat dak van minimaal 7 meter en maximaal 10 meter is voor deze test nodig. De keurling loopt met valbeveiliging en ademlucht apparatuur een vooraf uitgezet parkoers op het dak. Hierbij moet een aantal voorwerpen worden opgepakt en verplaatst. Het parkoers op het dak wordt in afstemming met de bedrijfsarts opgesteld.
B8. Functionele fysieke test: aanstellingskeuringbrandbestrijdingstest
Benodigdheden aanstellingskeuringbrandbestrijdingstest
- •
brandbestrijdingstest parcours
- •
Test protocol
- •
Hartslagmeter
- •
Sportkleding met goede sportschoenen
- •
Ademluchttoestel zonder aansluiting, stofmasker, werkhandschoenen
- •
Stopwatch
- •
Beoordelingsformulier
Beschrijving aanstellingskeuringbrandbestrijdingstest (er wordt gebruik gemaakt van het parcours voor de brandbestrijdingstest die bij de PPMO wordt gebruikt alleen worden niet alle onderdelen uitgevoerd).
Onderdeel 1: Startpunt van het parcours: Inzet gereed maken
De keurling staat in sporttenue en wacht op het startsein. Dan hangt hij/ zij een ademtoestel op (ademlucht wordt niet aangesloten!) de rug, doet het stofmasker voor neus en mond, doet werkhandschoenen aan en gaat naar onderdeel 2.
Onderdeel 2: Slang strekken in rokerige ruimte
Een halfgevulde 75mm slang (zonder druk) met een straalpijp, gekoppeld aan de pomp, ligt zigzag gevouwen bij de TS. De slang wordt over de schouder gelegd en voorwaarts over een lengte van 15 m gestrekt naar het aangegeven punt. Hierna 20 m lopen naar onderdeel 3.
Onderdeel 3: Redden van persoon in rokerige ruimte
Een pop van 80 kg wordt over 2 x 7,5 m (in totaal 15 m) heen en weer versleept waarbij in het midden van het traject een drempel (ter hoogte van een gevulde 52 mm slang) in het parcours is ingebouwd. De pop kan worden vastgepakt waar men wil (voorkeur is vast te pakken schouderbanden bij pop beschikbaar) naar het aangegeven punt worden gesleept en terug. Het starten van het slepen vindt idealiter plaats vanuit de benen en zo mogelijk met rechte rug. De kandidaat heeft het traject afgelegd als de beide voeten een aangegeven lijn zijn gepasseerd. Ga naar onderdeel 4.
Onderdeel 4: Lopen over smalle richel
Vier balken liggen in een zigzag opgesteld. De bedoeling is dat de deelnemer over de balken loopt als zijnde een evenwichtsbalk. Afstappen onderweg is opnieuw beginnen. Loop naar onderdeel 5.
Onderdeel 5: Slang doorvoeren in rokerige ruimte
Trekken van last (max 15 kg over 2 x 15 m). Na eerste 15 meter lopen naar pion (punt 9a) en terug en tweede keer 15 meter trekken. Loop naar onderdeel 6.
Onderdeel 6: Over obstakel klimmen
Over het hek stappen (dus niet springen) 7,5 m naar aangegeven punt lopen, omdraaien en nogmaals over het hek stappen en teruglopen naar beginpunt onderdeel 6. Hierna lopen naar onderdeel 7.
Onderdeel 7: Aanvalsweg met HD-slang in rokerige ruimte
Een HD-slang over een afstand van 15 meter meevoeren en weer mee terug nemen. De eerste 3 meter normaal lopen, dan 3 meter onder tunnel door en gehurkt lopen (laag blijven). De volgende 3 meter rechtop lopend. De volgende 3 meter weer gehurkt en nogmaals 3 meter rechtop lopend naar aangegeven punt. Dan achterwaarts terug lopen. Eerst rechtop lopend, dan weer gehurkt, rechtop lopend, dan weer gehurkt en tenslotte rechtop lopen tot beginpunt van dit onderdeel. Dit traject moet op de hurken en niet op de knieën worden afgelegd met het pistol met twee handen vast. Ga naar onderdeel 8.
Onderdeel 8: Sloopwerkzaamheden met sloophaak in rokerige ruimte
Met behulp van een massieve staaf een bal omhoog stoten, die uit het plafond hangt op 2.50 meter hoogte en de bal tien keer tegen de bovenkant van de korf stoten. Men geeft 10 juiste stoten. De instructeur telt hardop mee.
Einde test. De tijdwaarneming wordt gestopt, de eindhartfrequentie opgenomen. Herstel door in wandeltempo 3 minuten rustig heen en weer te lopen.
Instructies aan de keurling
De keurling is voor de test al uitgelegd wat er achtereen van hem/haar wordt verwacht; er wordt juist voor testafname nogmaals gecheckt of de onderdelen goed begrepen zijn.
Benadrukt wordt, dat:
- –
het de bedoeling is dat het parcours zo snel als mogelijk (maar binnen de eigen mogelijkheden) dient te worden afgelegd,
- –
dat alle onderdelen op zo veilig mogelijke wijze gehaald moeten worden.
- •
de hartfrequentiemeter wordt omgedaan en de persoon wordt naar het beginpunt toegebracht
- •
de testafnemer geeft aan wanneer er gestart mag worden ‘Ik tel zo af, 3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u dan beginnen’.
- •
de testafnemer start gelijker tijd de hartfrequentiemeting en de tijdopname bij ‘start’
- •Het criterium voor de aanstellingskeuringbrandbestrijdingstest is:
- 1)
de test is zonder onderbreking uitgevoerd en binnen 20 minuten afgerond, en
- 2)
Alle onderdelen zijn gehaald en op een veilige wijze uitgevoerd
Schema opbouw brandbestrijdingstest zoals gebruikt bij het PPMO waarin nummers testen voor aanstellingskeuringsbrandbestrijdingstest in staan

B9a. Functionele fysieke test: aanstellingskeuring brandweertraplooptest
Beschrijving brandweertraplooptest
De brandweertraplooptest is een piek-anaerobe test die kan checken of een brandweermedewerker met bepakking plus een met aan de functie gerelateerde tilbelasting een voldoende belastbaar hartlongsysteem heeft.
De keurling loopt, na een warming up indien nodig, zo snel mogelijk (maar zonder te rennen) en zonder steun van handen de verdiepingen naar boven. De hartfrequentie wordt opgenomen om de eindhartfrequentie te kunnen bepalen bij aankomst boven. Tevens wordt de tijd opgenomen en wordt de verbruikte ademlucht gemeten. Vóórdat de trap weer wordt afgedaald koppelt de werknemer de ademlucht zelf los en doet het masker af. De werknemer neemt het brandweermateriaal niet mee terug. Direct daarna dalen de werknemer en de instructeur de trap af. De instructeur loopt vóór de werknemer de trap af ter beveiliging.
De traplooptest wordt uitgevoerd over een afstand waarbij 20 meter wordt gestegen, het aantal treden is hierbij afhankelijk van de treehoogtes.
- •
De werknemer moet zo snel mogelijk boven komen, met ongeveer 20 kg aan brandweer- gerelateerde materialen in de handen, zonder te stoppen en zonder steun te zoeken aan de leuningen.
- •
Het materiaal dat over beide handen verdeeld mee naar boven genomen moet worden kunnen bv 52mm slangen zijn: iedereen zou ze goed moeten kunnen vastpakken. Het is niet de bedoeling dat de lasten de werknemer hindert om boven te komen.
Benodigdheden brandweertraplooptest
- •
Trap met voldoende trapdelen voor 20 meter stijging
- •
Hartslagmeter
- •
Sportkleding en stofmasker
- •
Stopwatch
- •
2x brandweermateriaal van 10 kg dat makkelijk in de handen genomen kan worden
- •
Beoordelingsformulier (noteer de tijd in seconden en de eindhartfrequentie)
Instructie aan de werknemer
Loop zo meteen zo snel mogelijk naar boven met ademlucht aan
- •
Zonder te rennen (dus zonder zweefmoment)
- •
Met constant loopritme, zonder onderweg te stoppen
- •
Loop trede voor trede omhoog, waarbij iedere trede wordt aangeraakt
- •
Geen steun bij de leuning zoeken
- •
Met deze brandweerhulpmiddelen verdeeld over beide handen (wijs aan)
U neemt deze extra brandweerhulpmiddelen mee tijdens het beklimmen van de trap. U wordt gevolgd door een instructeur. Boven wordt bij aankomst zo snel mogelijk uw hartfrequentie afgelezen. U doet uw masker af. U laat de brandweerhulpmiddelen boven liggen. Hierna loopt u direct de trap weer rustig af, in een gelijkmatig tempo.
Vooraf kunt u een warming-up houden waarbij u drie trapdelen oefent om uw stapritme te bepalen. Tevens kunt u, indien u dat wenst, wat stretchoefeningen van spieren in kuit en bovenbeen uitvoeren voordat u start. Heeft u vragen?
Ik tel zo meteen af met: ‘3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u beginnen.
Het criterium voor de brandweertraplooptest is:
- 1)
De traplooptest moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd, zonder dat er onveilige situaties ontstaan, en
- 2)
De kandidaat moet boven komen, met ongeveer 20 kg aan brandweer gerelateerde materialen in de handen, zonder te stoppen en zonder steun te zoeken aan de leuningen, en
- 3)
Een piekbelasting moet bereikt worden door >85% van het theoretisch maximum van de hartfrequentie te behalen en de test correct binnen 2 minuten uit te voeren OF indien iemand de test correct binnen 60 seconden uitvoert zonder het >85% van het theoretisch maximum van de hartfrequentie te behalen.
De uitslagen tijd in seconden, eindhartfrequentie en of de uitvoering correct is uitgevoerd worden op het scoreformulier genoteerd.
Met behulp van de eindhartfrequentie wordt het % van theoretisch maximum van de hartfrequentie berekend:
% van theoretisch maximum van de hartfrequentie. = eindhartfrequentie:(220-leeftijd) = ..........
B9b. Functionele fysieke test: brandweerstairmastertest
Beschrijving brandweerstairmastertest
De Stairmaster is onderdeel van de AK en heeft tot primair doel piekbelasting bij inspanning te meten. Er wordt hierbij gekeken naar coördinatie en balans. De Stairmaster is geïntroduceerd als alternatief voor de gewone traplooptest.
De brandweertrapstairmastertest is een piek-anaerobe test die kan checken of een brandweermedewerker met volledige bepakking plus een met aan de functie gerelateerde tilbelasting een voldoende belastbaar hartlongsysteem heeft.
De werknemer loopt, na een warming up indien nodig, zo snel mogelijk en zonder steun van handen op de Stairmaster. De hartfrequentie wordt opgenomen om de eindhartfrequentie te kunnen bepalen bij aankomst boven. Tevens wordt de tijd opgenomen en wordt de verbruikte ademlucht gemeten.
Benodigdheden brandweerstairmastertest
- •
Stairmaster Gauntlet
- •
Hartslagmeter
- •
Volledige kledinguitrusting uitruk met ademtoestel + zuurstof
- •
Loodharnas van 20 kg
- •
Beoordelingsformulier (noteer de tijd in seconden en de eindhartfrequentie)
Instructie aan de werknemer
- •
Loop zo meteen zo snel mogelijk met ademlucht aan
- •
Zonder te rennen (dus zonder zweefmoment)
- •
Met constant loopritme, zonder onderweg te stoppen
- •
Loop trede voor trede, waarbij iedere trede wordt aangeraakt
- •
Geen steun bij de leuning zoeken
U neemt een loodharnas mee tijdens het beklimmen van de trap. Na het beklimmen van 100 treden of anders afloop van de twee minuten wordt zo snel mogelijk uw hartfrequentie afgelezen. U koppelt boven zelf uw ademlucht af en doet uw masker af.
Vooraf kunt u een warming-up houden waarbij u een aantal treden oefent om uw stapritme te bepalen. Hierbij kunt u zelf uw staptempo bepalen Tevens kunt u, indien u dat wenst, wat stretchoefeningen van spieren in kuit en bovenbeen uitvoeren voordat u start. Heeft u vragen?
Ik tel zo meteen af met: ‘3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u beginnen.
Het criterium voor de brandweerstairmastertest is:
- 1)
De traplooptest moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd, zonder dat er onveilige situaties ontstaan, en
- 2)
De kandidaat moet de test afleggen, met 20 kg. extra gewicht, zonder te stoppen en zonder steun te zoeken aan de leuningen, en
- 3)
Een piekbelasting moet bereikt worden door >85% van het theoretisch maximum van de hartfrequentie te behalen en de test correct binnen 2 minuten uit te voeren
De uitslagen tijd in seconden, eindhartfrequentie en of de uitvoering correct is uitgevoerd worden op het scoreformulier genoteerd.
Met behulp van de eindhartfrequentie wordt het % van theoretisch maximum van de hartfrequentie berekend:
% van theoretisch maximum v.d hartfrequentie = eindhartfrequentie: (220-leeftijd) = .........
Addenda, behorende bij bijlage II verband houdende met artikel 3, eerste lid, van de Regeling personeel brandweer BES
- 1)
vragenlijst aanstellingskeuring
- 2)
scoreformulier biometrische testen
- 3)
scoreformulieren functionele testen
- 4)
verzamelstaat uitslagen AK
- 5)
beoordelingsformulier AK
1) Vragenlijst aanstellingskeuring
Er worden u eerst schriftelijke vragen gesteld die met uw gezondheid te maken hebben voordat enkele lichamelijke testen worden afgenomen. Vul alle vragen eerlijk in. Er volgen vragen gerelateerd aan de bijzondere functie-eisen in de functie waarvoor u wordt gekeurd. De vragen zijn gerelateerd aan het (belastbaarheids)risico van:
- –
het bewegingsapparaat (klauteren en klimmen, hurken, knielen en/of kruipen, tillen, energetische piekbelasting, houdingen en krachtleverantie rug, werken met armen boven schouderhoogte),
- –
gezicht- en gehoorvermogen,
- –
huid en luchtwegen/longen,
- –
infectieziekten en
- –
mentale en emotionele belastbaarheid.
Persoonsinformatie en relevante medische geschiedenis: | ||||
|---|---|---|---|---|
Geboortedatum... (vul in: dag | maand | jaar) | ||||
Functie waarvoor aanstellingskeuring plaatsvindt is.. vul functie in: | ||||
Keuring voor beroepsbrandweer of vrijwillige brandweer? | Beroeps | Vrijwilliger | ||
P1. Bent u ooit onder behandeling geweest vanwege.... | ||||
–1... schizofrenie? | Nee | Ja | ||
–2... psychose? | Nee | Ja | ||
–3... epilepsie? | Nee | Ja | ||
–4... een doorgemaakte warmtestuwing (zonnesteek)? | Nee | Ja | ||
–5 heeft u de afgelopen 5 jaar medicijnen geslikt tegen epilepsie? | Nee | Ja | ||
I1. Kunt u bewijzen van geldige inentingen laten zien tegen.... | ||||
–1... hepatitis | Nee | Ja | ||
–2... difterie | Nee | Ja | ||
–3... tetanus | Nee | Ja | ||
–4... tuberculose | Nee | Ja | ||
–5... polio | Nee | Ja | ||
–6....influenza | Nee | Ja | ||
Vragen over uw lichamelijke belastbaarheid: | ||
|---|---|---|
Heeft u in de afgelopen weken regelmatig klachten aan gewrichten, pezen of spieren gehad in... | ||
B1... 1 of in beide benen? | Nee | Ja |
B2... 1 of in beide schouders/armen? | Nee | Ja |
B3... uw rug of nek? | Nee | Ja |
Heeft u momenteel problemen/moeite met... | ||
B4... uw lichamelijke conditie? | Nee | Ja |
B5... tillen van zwaardere (>10 kg) objecten? | Nee | Ja |
B6...het leveren van kracht met de handen boven schouderhoogte? | Nee | Ja |
Lichamelijke inspanningsmogelijkheden (PAR-Q) | ||
|---|---|---|
H1-. Omcirkel hieronder per vraag het antwoord dat voor u geldt: | ||
–1. Heeft een arts ooit gezegd dat u een hartprobleem heeft en dat u alleen fysieke inspanning op advies van een arts zou mogen uitvoeren? | Nee | Ja |
–2. Heeft u pijn op de borst bij fysieke inspanning? | Nee | Ja |
–3. Heeft u in de afgelopen maand pijn op de borst gehad terwijl u geen fysieke inspanning uitvoerde? | Nee | Ja |
–4. Verliest u wel eens uw evenwicht als gevolg van duizeligheid of verliest u wel eens het bewustzijn? | Nee | Ja |
–5. Heeft u een skelet- of gewrichtsprobleem (bijvoorbeeld aan rug, knie of heup) dat kan verergeren door een verandering in uw fysieke activiteitenpatroon? | Nee | Ja |
–6. Schrijft uw arts u op dit moment medicijnen voor (bijvoorbeeld plaspillen) in verband met bloeddruk of hartprobleem? | Nee | Ja |
–7. Bent u op de hoogte van andere redenen waarom u geen fysieke inspanning zou mogen uitvoeren? | Nee | Ja |
H2-. Gezien uw toekomstige werk zou uw toekomstig risico op hart- en/of vaatziekten-risico zo laag mogelijk gehouden moeten worden. Om hierover de juiste adviezen te kunnen geven worden de volgende 7 vragen gesteld. | ||
Omcirkel hieronder per vraag uw antwoord: | ||
–1. Heeft u diabetes mellitus (suikerziekte)? | Nee / nooit vastgesteld | Ja |
–2. Rookt u? | Nee | Ja |
–3. Heeft u zelf een hart- en/of vaatziekte meegemaakt? | Nee | Ja |
–4. Heeft een mannelijk familielid vóór het 50e jaar en/of vrouwelijk familielid vóór het 60e jaar hart- en vaatziekten meegemaakt? | Nee | Ja |
–5. Heeft u last van kortademigheid? | Nee | Ja |
–6. Heeft u nogal eens pijn of een beklemd gevoel op de borst of in de hartstreek? | Nee | Ja |
–7. Is het cholesterolgehalte in uw bloed goed? | Nee /Niet bekend | Ja |
Heeft u moeite met ... | ||
V1. ... scherp zien in de verte tijdens daglicht? | Nee | Ja |
V2. ... scherp zien in de verte tijdens nachtlicht? | Nee | Ja |
V3. ... scherp zien tijdens lezen? | Nee | Ja |
V4. ... het zien van sommige kleuren? | Nee | Ja |
G1. ... uw gehoor? | Nee | Ja |
G2. Heeft u last van geluiden (piepen, ruisen, suizen) die anderen niet kunnen horen? | Nee | Ja |
Heeft u momenteel... | ||
D1. ... problemen aan de huid in uw gezicht, handen of armen? | Nee | Ja |
L1. ... problemen aan uw luchtwegen/longen? | Nee | Ja |
I 2. ... een infectieziekte? | Nee | Ja |
Vragen over uw mentale belastbaarheid: | ||
|---|---|---|
Heeft u in de afgelopen tijd.... | ||
E1. ... zwaar traumatische ervaringen doorgemaakt? | Nee | Ja |
Heeft u last van.... | ||
P2. ... hoogtevrees? | Nee | Ja |
P3. ... angst in besloten ruimten? | Nee | Ja |
Bent u de laatste weken... | ||
P4. ... erg vermoeid? | Nee | Ja |
P5. ... vaak neerslachtig en/of depressief? | Nee | Ja |
Heeft u... | ||
P6. ... problemen met in slaap komen of doorslapen? | Nee | Ja |
P7. ... tijdens avond- en nachtwerkuren moeite om waakzaam te blijven? | Nee/ weet niet | Ja |
P8. ... wel eens aanpassingsproblemen vanwege het werken van onregelmatige diensten ervaren? | Nee/ n.v.t. | Ja |
P9. ... duizeligheidklachten? | Nee | Ja |
P10. Slikt u momenteel medicijnen? Zo ja, welke? | Nee | Ja |
Hieronder staan situaties waarbij mensen kunnen wegdoezelen of in slaap vallen door vermoeidheid of een gevoel van slaperigheid.
Kruis per onderstaande situatie 1 antwoord aan waarmee u de kans inschat dat u in die situatie zou wegdoezelen of in slaap zou vallen. Indien u niet recentelijk één van de onderstaande situaties hebt meegemaakt, probeert u zich dan in te denken hoe u zich zou voelen.
P11-. Situatie: | Geen kans | Kleine kans | Aardige kans | Grote kans |
|---|---|---|---|---|
–1. Tijdens een gesprek met iemand anders | | | | |
–2. Tijdens een bezoek aan familie of vrienden | | | | |
–3. Tijdens een passieve ontspanning (lezen, tv kijken) | | | | |
–4. Tijdens een actieve ontspanning (klusjes, handarbeid) | | | | |
–5. Als medereiziger tijdens een auto- of treinrit van 1 uur | | | | |
–6. In de auto wanneer u 5 minuten moet wachten (stoplicht, file) | | | | |
–7. 's Middags of 's avonds na het eten | | | | |
–8. Tijdens werktijd | | | | |
Hieronder staan twee lijsten met problemen die mensen kunnen ervaren.
Lees ieder probleem zorgvuldig door en vink/kruis het vakje aan bij de omschrijving die het beste weergeeft in hoeverre u last had van dat probleem gedurende de afgelopen week, inclusief vandaag.
P12-. Hoeveel last had u in de afgelopen week inclusief vandaag van... | Helemaal geen | Een beetje | Nogal | Tamelijk veel | Heel veel |
|---|---|---|---|---|---|
–1. ... gedachten aan zelfmoord | | | | | |
–2. ... je eenzaam voelen | | | | | |
–3. ... je somber voelen | | | | | |
–4. ... geen interesse kunnen opbrengen voor dingen | | | | | |
–5. ... je hopeloos voelen over de toekomst | | | | | |
–6. ... het gevoel dat je niets waard bent | | | | | |
P13-. Hoeveel last had u in de afgelopen week inclusief vandaag van... | Helemaal geen | Een beetje | Nogal | Tamelijk veel | Heel veel |
|---|---|---|---|---|---|
–1. ... zenuwachtigheid of beverigheid | | | | | |
–2. ... zomaar plotseling bang worden | | | | | |
–3. ... bang zijn | | | | | |
–4. ... je gespannen en opgefokt voelen | | | | | |
–5. ... aanvallen van angst of paniek | | | | | |
–6. ... je zo rusteloos voelen dat je niet stil kan blijven zitten | | | | | |
Hieronder staan 15 uitspraken die mensen doen na het meemaken van een zeer ingrijpende gebeurtenis.
Neem de door u zelf meegemaakte ingrijpende gebeurtenis(sen) in gedachten, bekijk elke uitspraak en kruis aan hoe vaak de uitspraken op u zelf van toepassing was tijdens de afgelopen ZEVEN DAGEN.
E2-. | Helemaal niet | Zelden | Soms | Vaak |
|---|---|---|---|---|
–1. Ik dacht eraan zonder dat ik dat wilde | | | | |
–2. Ik zorgde ervoor niet van streek te raken als ik eraan dacht of eraan herinnerd werd | | | | |
–3. Ik probeerde de gebeurtenis uit mijn geheugen te bannen | | | | |
–4. Ik kon moeilijk in slaap vallen of in slaap blijven omdat beelden en gedachten erover door mijn hoofd gingen | | | | |
–5. Bij vlagen had ik er sterke gevoelens over | | | | |
–6. Ik droomde erover | | | | |
–7. Ik bleef dingen die mij eraan herinneren uit de weg gaan | | | | |
–8. Ik had het gevoel alsof het niet echt gebeurd was, alsof het niet echt was | | | | |
–9. Ik heb geprobeerd er niet over te praten | | | | |
–10. Beelden ervan schoten me in gedachten | | | | |
–11. Andere dingen deden mij er steeds weer aan denken | | | | |
–12. Ik wist dat ik er nog heel wat gevoelens over had, maar hield er geen rekening mee | | | | |
–13. Ik heb geprobeerd er niet aan te denken | | | | |
–14. Iedere herinnering bracht de gevoelens weer terug | | | | |
–15. Mijn gevoel erover was als het ware verdoofd | | | | |
Vragen over uw algemene gezondheidstoestand in relatie tot uw toekomstige werk.
Chronische ziekten kunnen een verminderde belastbaarheid voor bepaalde taken laten ontstaan. Antwoorden op onderstaande vragen kunnen door de arts worden gebruikt om meer informatie op te vragen en/of u adviezen te geven.
A1-. Heeft u zelf een de volgende aandoeningen? Omcirkel hieronder per vraag uw antwoord: | ||
|---|---|---|
–1. Aandoeningen aan de stofwisseling, bijv. diabetes mellitus, schildklier | Nee / niet bekend | Ja |
–2. Psychische aandoeningen, zoals bijv. depressie of angststoornis | Nee / niet bekend | Ja |
–3. Chronische aandoeningen aan het bewegingsapparaat, bijv. aan spieren of gewrichten | Nee / niet bekend | Ja |
–4. Hart- en vaataandoening(en), zoals bijv. hoge bloeddruk, eerder hartinfarct gehad | Nee / niet bekend | Ja |
–5. Aandoeningen van de urinewegen of geslachtsorganen, bijv. blaas, nier, prostaat, geslachtsziekte | Nee / niet bekend | Ja |
–6. Aandoeningen van spijsverteringsorganen, bijv. gal, lever, maag, darmen | Nee / niet bekend | Ja |
–7. Chronische aandoening(en) van de luchtwegen, bijv. COPD, astma | Nee / niet bekend | Ja |
–8. Tumoren, goed- of kwaadaardig | Nee / niet bekend | Ja |
–9. Huidaandoening(en), bijv. allergische huiduitslag, eczeem, psoriasis | Nee / niet bekend | Ja |
Dit is het einde van de vragenlijst.
Lever de lijst nu in of geef aan dat u klaar bent.
2) Instructie- en scoreformulier biometrische testen en lichamelijk onderzoek (onderdeel AK)
Keurling nr.: ___________Datum afname: _________Tijdstip afname: ______
______ = uitslag hier invullen |
H3. Bloeddrukmeting
Laat de keurling enkele minuten rustig zitten, daarna wordt de bloeddruk opgenomen. Twee keer bij de linkerarm en twee keer bij de rechterarm.
Bloeddruk links: 1)_mmHg 2)_mmHg
Bloeddruk rechts: 1)_mmHg 2)_mmHg
H4. Lichaamsgewicht
Laat de keurling, rechtop, zonder schoenen, met alleen ondergoed aan, op de weegschaal gaan staan en lees het gewicht af in hele kilogrammen.
Lichaamsgewicht: __kg
H5. Lichaamslengte
Laat de keurling, rechtop, zonder schoenen, met de hakken tegen de muur en voeten plat op de grond, tegen de meetlat opstaan en lees de lengte af in hele centimeters.
Lichaamslengte: __cm
H6. Buikomvang
Laat de keurling rechtop staan, en meet met meetlint ter hoogte van de navel, vlak onder de ribbenboog, de buikomvang in hele centimeters (tijdens normale uitademing).
Buikomvang: __cm
H7. Body Mass Index: bereken dit uit de gegevens over gewicht en lengte:
- –
gebruik rekenmachine
- –
1. vermenigvuldig de lengte (in meters, bv 1.78 m) met de lengte (bv 1.78 x 1.78=3.17)
- –
2. Neem het aantal kg van het lichaamsgewicht (bv 80 kg) en deel dit door het getal dat net is berekend (bv 80: 3.17=25.2) en noteer dat getal
Body Mass index: : =.
H8. 12-kanaals rust ECG
Doe lichamelijk onderzoek, volg Lausanne protocol en noteer afwijkingen.
Vermoede afwijking: nee / ja*
*= omcirkel hieronder waarvoor aanwijzingen zijn gevonden in lichamelijk onderzoek en/of ECG:
- –
Hypertrofische cardiomyopathie
- –
Aritmogene RV cardiomyopathie
- –
dilaterende cardiomyopathie
- –
lang QT syndroom
- –
kort QT syndroom
- –
syndroom van Brugada
- –
ziekte van Lev-Lenegre
- –
iets anders, nl.............................................................................................
V5. Visus
Leg aan de proefpersoon uit wat er gaat gebeuren. Voer de test volgens protocol uit op 5 m, 60 cm en 40 cm. Op alle drie afstanden meet men de gezichtsscherpte voor beide ogen apart en samen.
Begin elke meting bij een regel die nog gemakkelijk gelezen kan worden, ga door tot een fout gemaakt wordt, noteer de laatste correct benoemde grootte als score. Alleen bij vermoedelijke vergissing of slordigheid 1 herkansing. Weigering (‘dat zie ik niet meer’) niet accepteren (‘gokken hoort erbij, alleen als u fouten maakt weet ik zeker dat u het niet meer ziet’). Gebruik deze methode voor 5 m, 60 cm en 40 cm. (60 cm en 40 cm worden zittend afgenomen met Groeneveld perspex schouder visusmeter).
L | R | Gezamenlijk | |
|---|---|---|---|
5 m | |||
60 cm | |||
40 cm | |||
V6. Ishihara kleurentest
Leg aan de proefpersoon uit wat er gaat gebeuren.
- –
Voer de test volgens protocol uit:
Instrueer de werknemer om de nummers te vertellen die zichtbaar zijn zodra de pagina wordt omgedraaid. Soms is er geen nummer te zien: als de werknemer geen nummer ziet wordt er doorgegaan naar de volgende pagina. De testafnemer draait de bladzijden om en houdt controle over de tijd. Ongeveer vier seconden zijn toegestaan voor iedere bladzijde. Overmatige aarzeling kan een signaal van geringe kleurenblindheid zijn.
- –
Noteer het aantal fout opgenoemde cijfers van het totaal aantal
Uitslag: _____ van de _____ fout

V6a. Oogtest: Functionele kleurentest
De bedrijfsarts wijst een symbool aan en de werknemer noemt de juiste kleur. De kleuren groen, rood, oranje, blauw en paars worden kriskras door elkaar aangewezen door de arts en de werknemer wordt gevraagd de kleur te noemen. Indien de bedrijfsarts twijfelt over het eigen vermogen om kleuren te zien, wordt een derde persoon (die zeker weet dat zijn/haar kleurenzien voldoende is) ter controle gevraagd mee te kijken.
- •
Herhaald verkeerde kleuren opnoemen wordt geïnterpreteerd als een probleem met kleurenzien.
- •
Uitslag: _____ van de _____ fout

V7. Gezichtsveldtest
Beschrijving gezichtsveldonderzoek (methode van Donders)
De onderzoeker vergelijkt zijn eigen gezichtsveld met dat van de chauffeur. De gezichtsvelden van chauffeur en onderzoeker zijn ongeveer congruent in het vlak precies tussen hen in, zodat de onderzoeker in dit vlak het testobject (zijn eigen vingertop, gekleurd voorwerpje) moet bewegen. De chauffeur gaat recht tegenover de testafnemer zitten, ‘knie aan knie’. De onderzoeker gaat na of de chauffeur gelijktijdig rechts en links aangeboden vingerbewegingen kan opmerken of systematisch één gezichtsveld verwaarloost (zie bovenste figuur). Vervolgens onderzoekt men het gezichtsveld van ieder oog apart. Chauffeur en onderzoeker kijken elkaar met één oog aan (het recht tegenoverliggende oog). De onderzoeker nadert vanuit de periferie het centrum van het gezichtsveld, bij voorkeur in het midden van één van de kwadranten (zie onderste figuur). De chauffeur moet zeggen of hij/zij de vingertop ziet bewegen of niet, zodat men een zekere controle kan uitoefenen op wat de chauffeur aangeeft. Zoals op het bovenste plaatje voor het horizontale vlak wordt afgebeeld, wordt vanuit verticale richting de vinger ook naar het centrum gebracht (geen afbeelding).
Het is een globale methode, waarbij ervan wordt uitgegaan dat het gezichtsveld van de onderzoeker normaal is. Grove defecten zijn op deze manier aan te tonen.

Noteer of het gezichtsveld
- •
Horizontaal in totaal ≥ 160°;het bereik dient links en rechts t.o.v. het midden tenminste ≥70° uit te strekken (zie bovenste afbeelding) *Voldoende / Onvoldoende
- •
Vanuit het centrum binnen een straal van 30° (getest vanaf diagonaal) geen gezichtsvelddefecten (onderste afbeelding) *Voldoende / Onvoldoende
- •
Verticaal ≥30° vanaf de oogas zowel naar boven als naar beneden (geen afbeelding) *Voldoende / OnvoldoendeG3
G3. Fluisterspraaktest
De test kan zowel zittend als staand plaatsvinden; voer het onderzoek op gelijke hoogte met de werknemer uit; laat de werknemer zitten of staan en ga recht achter de werknemer zitten (of staan) om liplezen te voorkomen. Instrueer de werknemer de gehoorgang van 1 oor af te sluiten; vraag de werknemer te herhalen wat wordt gehoord.
Fluister na een volledige uitademing; fluister op armlengteafstand van de werknemer zo duidelijk mogelijk en recht naar voren, zonder de stembanden te gebruiken; fluister per oor zes combinaties van drie cijfers en letters (vermijd combinaties met B en D, M en N, H en A)
Voorbeelden van combinaties, zijn:
Oor 1: 3F6, G7L, O7S, 2K4, 8S5, U8X
Oor 2: F5C, Z3L, 6K7, 3S8, 2R9, X4U
Indien de werknemer een combinatie niet goed herhaalt wordt de combinatie niet opnieuw genoemd; noteer per oor of combinaties goed of fout worden herhaald.
(√ = ok; X = niet ok) L R
3F6 _______ F5C ________
G7L _______ Z3L ________
O7S _______ 6K7 ________
2K4 _______ 3S8 ________
8S5 _______ 2R9 ________
U8X _______ X4U ________
Indien meer dan 4 combinaties niet juist worden gehoord wordt de Nationale hoortest (www.hoortest.nl) uitgevoerd.
D2. Indien D1 positief is: lichamelijk onderzoek huid
Doe lichamelijk onderzoek en observeer huid handen, armen en gezicht. Gebruik zo nodig screeningsvragen eczeem/atopie uit NVAB richtlijn. Noteer uitslagen huidonderzoek in termen van huidbelastbaarheidsrisico: ok / niet ok.
L2. Indien L1 positief is: lichamelijk onderzoek longen
Indien L1 positief: doe lichamelijk onderzoek luchtwegen (gebruik richtlijnen of screeningsinstrument uit NVAB richtlijn voor astma/atopie) en verricht zo nodig spirometrisch onderzoek.
Noteer uitslagen longonderzoek in termen van longbelastbaarheidsrisico: ok / niet ok.
3) B7/P14. Instructie- en scoreformulier brandweerautoladdertest of stairmastertest
Keurling nr.: ___________Datum afname: _________Tijdstip afname: ______
De test wordt uitgevoerd in sportuitrusting met valbeveiliging en een niet aangesloten ademluchttoestel op de rug. De stairmaster is een alternatief in het geval geen trappenhuis met voldoende lengte aanwezig is. De wijze van uitvoering en de beoordeling voor beide testen zijn identiek.
Instructies aan de keurling
De keurling is uitgelegd wat er van hem/haar wordt verwacht; er wordt vlak voor de testafname nogmaals gecheckt of de onderdelen goed begrepen zijn.
Benadrukt wordt, dat:
- –
de keurling rustig naar boven moet lopen totdat de instructeur een signaal geeft
- –
te luisteren naar de instructies en antwoord te geven op eventuele vragen
De testafnemer geeft aan wanneer er gestart mag worden.
Parameters die worden opgenomen:
1) Of keurling ladder op- en afklimt in regelmatig tempo |
2) of keurling in staat is om verbale en non-verbale instructies op te volgen |
Uitvoering
- –
geef keurling, na valbeveiliging gecheckt te hebben, de opdracht te starten en naar boven te klimmen
- –
geef halverwege de ladder een stop-instructie en vraag enkele treden naar beneden te klimmen, weer te stoppen en daarna door te klimmen naar boven
- –
vraag (bijna) boven te stoppen, iets in de ruimte aan te wijzen, naar beneden te kijken en na oogcontact aan te geven hoeveel vingers instructeur opsteekt
- –
vraag keurling hierna in rustig tempo weer naar beneden te klimmen
Wanneer is test goed volbracht?
- 1)
keurling klimt in regelmatig tempo de autoladder op en af
- 2)
verbale én non-verbale instructies en opdrachten worden door keurling opgevolgd
Resultaten |
Alle onderdelen gehaald: ja/nee |
Indien nee, welke onderdelen niet |
B8. Instructie- en scoreformulier aanstellingskeuringbrandbestrijdingstest
Keurling nr.: ___________Datum afname: _________Tijdstip afname: ______
De test wordt uitgevoerd in sporttenue, met stofmasker op en een niet-aangesloten ademluchttoestel op de rug.
Instructies aan de keurling
De keurling is voor de test al uitgelegd wat er achtereen van hem/haar wordt verwacht; er wordt vlak voor de testafname nogmaals gecheckt of de onderdelen goed begrepen zijn.
Benadrukt wordt, dat:
- –
het de bedoeling is dat het parcours zo snel als mogelijk (maar binnen de eigen mogelijkheden) dient te worden afgelegd,
- –
dat alle onderdelen worden gehaald en op veilig en technisch correcte wijze worden uitgevoerd
- •
de hartfrequentiemeter wordt omgedaan en de persoon wordt naar het beginpunt toegebracht
- •
de testafnemer geeft aan wanneer er gestart mag worden ‘Ik tel zo af, 3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u dan beginnen’.
- •
de testafnemer start tegelijkertijd de hartfrequentiemeting en de tijdopname bij ‘start’
Parameters die worden opgenomen:
- 1)
Tijd (min)
- 2)
Eindhartfrequentie (wordt afgelezen van Polar hartslagmeter)
- 3)
Per onderdeel wordt bijgehouden of het is gehaald
Wanneer goed volbracht?
De test is correct volbracht indien het de werknemer is gelukt om binnen de gestelde tijd alle onderdelen te behalen terwijl deze veilig (keurling is niet in gevaar gekomen door eigen wijze van uitvoering van de test zoals vallen, uitglijden) zijn uitgevoerd.
- •Het criterium voor de brandbestrijdingstest is:
- 1)
de test is zonder onderbreking uitgevoerd en binnen 20 minuten afgerond, en
- 2)
alle onderdelen zijn gehaald en op een veilige wijze uitgevoerd
(√ = ok; X = niet ok) Onderdeel
- 1.
_______
- 2.
_______
- 3.
_______
- 4.
_______
- 5.
_______
- 6.
_______
- 7.
_______
Resultaten |
Alle onderdelen gehaald: ja/ nee Indien nee, welke onderdelen waarom niet: |
Alle onderdelen zijn veilig uitgevoerd: ja/ nee Indien nee, welke onderdelen waarom niet (wat werd als onveilig beoordeeld): |
1) Tijd nodig (rond af in minuten): _______ min. |
2) Eindhartfrequentie: _______ slg/min. |
B9. Instructie- en scoreformulier aanstellingskeuringbrandweertraplooptest
Keurling nr.: ___________Datum afname: _________Tijdstip afname: ______
De test wordt uitgevoerd in sporttenue, met stofmasker op.
Instructies aan de keurling
- ○
Loop zo meteen zo snel mogelijk naar boven
- ○
Zonder te rennen (dus zonder zweefmoment)
- ○
Met constant loopritme, zonder onderweg te stoppen
- ○
Loop trede voor trede omhoog, waarbij iedere trede wordt aangeraakt
- ○
Geen steun bij de leuning zoeken
- ○
Met deze attributen in de handen (wijs spullen aan)
U neemt deze attributen van in totaal 20 kg mee tijdens het beklimmen van de trap. U wordt gevolgd door een instructeur. Boven wordt bij aankomst uw tijd geklokt en zo snel mogelijk uw hartfrequentie afgelezen van de Polar hartslagmeter. U laat de attributen boven liggen. Hierna loopt u direct de trap weer rustig af, in een gelijkmatig tempo. Vooraf kunt u een warming-up houden waarbij u drie trapdelen oefent om uw stapritme te bepalen. Tevens kunt u, indien u dat wenst, wat stretchoefeningen van spieren in kuit en bovenbeen uitvoeren voordat u start.
Ik tel zo meteen af met: ‘3, 2, 1, start’ en op ‘start’ mag u beginnen.
Er mag niet aangemoedigd worden.
Parameters die opgenomen worden:
- 1)
Tijd (sec) boven (nodig voor het beklimmen van de trap)
- 2)
Eindhartfrequentie wordt boven afgelezen van Polar hartslagmeter
Wanneer goed volbracht?
De traplooptest is correct volbracht indien het de keurling is gelukt om de trap over 20 m stijging te beklimmen met de attributen in de hand, zonder te stoppen om uit te rusten en zonder steun te zoeken aan de leuning. De bedrijfsarts controleert de tijd, eindhartfrequentie en % van maximale hartfrequentie.
Resultaten |
Aantal gelopen treden: 105 (indien anders dan standaard, hoeveel treden: ______) Uitvoer:correct/ niet correct Indien niet correct, reden: |
1) Tijd nodig beklimmen trap: _______ min. ____ sec. 2) Hartfrequentie boven aflezen (direct na trap oplopen): _______ slg/min. 3) % theoretisch max v.d hartfrequentie = eindhartfrequentie:(220-lft)=.....:(220-....)=.......% |
Beoordelingsformulier brandweerstairmastertest |
|---|
– Met de eindhartfrequentie en de leeftijd wordt het behaalde % van het theoretisch |
% theoretisch maximum van de hartfrequentie = (eindhartfrequentie / (207 (0,7 x leeftijd)) *100) |
De test is alleen goed uitgevoerd indien de 100 treden in doorgaande beweging zijn beklommen en een piekbelasting is bereikt. Dit laatste is het geval indien: 1) (het behaalde % theoretisch maximum van de hartfrequentie >85 is én de test correct binnen 2 minuten is uitgevoerd) OF 2) (de eindhartfrequentie ≤85 van het behaalde % theoretisch maximum van de hartfrequentie is máár de test is correct binnen 60 seconden uitgevoerd) |
Als bovenstaande NIET geldt, is sprake van een signaal en daarmee is de brandweerstairmastertest niet gehaald. |
Verzamelstaat AK resultaten
Keurling naam: ___________
Datum afname: _________
Kruis hieronder (X) per regel aan of er geen signaal (akkoord) of wel signaal (niet akkoord) is.
Vragen / testen: | Type belastbaarheid / risico: | (allen) akkoord =geen signaal | ≥ 1 Niet akkoord = wel signaal |
|---|---|---|---|
B 1 t/m B 3 | Bewegingsapparaatbelastbaarheidsrisico: signaalvragen | ||
B 4 t/m B 6 | Fysiek belastbaarheidsrisico: signaalvragen | ||
B 7/ P 14 | Fysiek en psychisch belastbaarheids-risico, brandweerautoladder- of stairmastertest | ||
B 8 | Fysieke belastbaarheid: aanstellingskeuring brandbestrijdingtest | ||
B 9 | Fysieke- en energetische piekbelastbaarheid, aanstellingskeuring brandweer traploop test | ||
H 1 | Lichamelijke inspanningsbelastbaarheid | ||
H 2 | Hart/vaatziekte risico en energetische inspanningsbelastbaarheid | ||
H 3 t/m H 7 | Hart/vaatziekte risico en energetische inspanningsbelastbaarheid: test | ||
H 8 | Hart/vaatziekte risico en energetische piekbelastbaarheid: test | ||
D1 (eventueel D2) | Huid belastbaarheidsrisico: signaalvragen | ||
G1 t/m G3 | Gehoors (auditieve) belastbaarheid en risico: signaalvragen | ||
G4 | Gehoors (auditief) (belastbaarheids)risico: test | ||
L 1 (eventueel L2) | Luchtwegen/longen (belastbaarheids)risico: signaalvragen | ||
I 1, I2 | Infectie risicoloper/vormer: signaalvraag | ||
V 1 t/m V 4 | Visuele belastbaarheid: signaalvragen | ||
V 5 | Visuele belastbaarheidrisico: Scherp zien, test | ||
V 6(a) | Visus risico: Kleurenzien, test | ||
V 7 | Visus risico: Gezichtsveld, test | ||
E 1 | Emotionele piekbelasting | ||
E 2 | Emotioneel belastbaarheidsrisico, test | ||
P 1 | Psychisch belastbaarheidsrisico vanuit verleden: signaalvragen | ||
P 2, P 3 | Psychisch belastbaarheidsrisico: signaalvragen | ||
P 4, P 5, P 6 | Psychisch belastbaarheidsrisico: signaalvragen | ||
P 7, P 8 | Psychisch belastbaarheidsrisico: signaalvraag | ||
P 9, P10 | Psychisch belastbaarheidsrisico: signaalvraag | ||
P 11 t/m P 13 | Psychische (belastbaarheids)risico: testen | ||
A 1 | Algemene gezondheidsaspecten (in principe alleen voor begeleiding): signaalvragen |
Beoordeling AK repressief brandweerpersoneel |
Keurling naam: ........................Arts:............................. |
Datum: .....-.....-.......... |
Beoordeling AK (omcirkel en beargumenteer indien G2 en O) |
G1 = geschikt |
G2 = geschikt onder voorwaarden Argument 1) ............................................................... Argument 2) ............................................................... Argument 3) ............................................................... |
O = ongeschikt Argument 1) ............................................................... Argument 2) ............................................................... Argument 3) ............................................................... |