Einde inhoudsopgave
Keuringsreglement COKZ boter
Bijlage 2
Geldend
Geldend vanaf 01-12-2001
- Redactionele toelichting
Goedgekeurd door Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij de Regeling van 17-10-2001, nr. TRCJZ/2001/11907.
- Bronpublicatie:
19-04-2001, Stcrt. 2001, 202 (uitgifte: 01-01-2001, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-12-2001
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-04-2001, Stcrt. 2001, 202 (uitgifte: 01-01-2001, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Agrarisch recht (V)
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
bij het Keuringsreglement COKZ boter
Methoden van monsterneming en onderzoek
Indien in het navolgende wordt verwezen naar elders gepubliceerde methoden van monsterneming en onderzoek is de versie waarnaar hier wordt verwezen van toepassing, tenzij anders is bepaald.
In het geval van grensreacties is bij de desbetreffende methode aangegeven het aantal malen (n) dat een in de eis vermelde hoeveelheid analysemonster moet worden onderzocht en het maximum aantal malen dat een positief resultaat wordt toegelaten (a).
A. Room en al dan niet geheel of gedeeltelijk ontroomde melk
De methoden van monsterneming en onderzoek zijn vermeld in de bijlage bij het keuringsreglement COKZ Kaas, onder A.
B. Melkvet
- 1.
Monsterneming: volgens de methode beschreven in annex 1.
- 2.
Voorbehandeling ten behoeve van fysisch en chemisch onderzoek dient te geschieden volgens NEN 3705: 1974, tenzij in de desbetreffende methode van onderzoek anders is voorgeschreven.
- 3.
Bepaling van het vochtgehalte: volgens NEN 3708 1975.
- 4.
Bepaling van het gehalte aan vetvrije droge stof: volgens NEN 3709: 1974.
- 5.
Berekening van het vetgehalte: volgens NEN 3712: 1974.
- 6.
Bepaling van het kopergehalte: volgens NEN 3713: 1975.
- 7.
Bepaling van het ijzergehalte: volgens de methode beschreven in annex 2.
- 8.
Bepaling van het peroxide-getal: volgens NEN 3729: 1974, met dien verstande dat indien het peroxide-getal groter is dan 1,0 milli-equivalenten per kg vet de inweeg wordt teruggebracht tot ten minste 50 mg, waarbij zo nodig verdunning wordt toegepast met het in de norm voorgeschreven oplosmiddel.
- 9.
Bepaling van het gehalte aan vrij-vetzuur, berekend als oliezuur: volgens IDF 6B:1989.
- 10.
Onderzoek op afwezigheid van melkvreemde vetten volgens de methoden beschreven in: De Commissieverordening 454/95, PB L46, 01/03/95, p.11.
- 11.
Bepaling van het aantal aëroob kweekbare micro-organismen: volgens NEN 1507: 1988.
- 12.
Aantonen van coli-achtige micro-organismen in 1,0 ml vloeibaar gemaakt product: volgens NEN 955: 1992 (n=3, a=2).
C. Boter
- 1.
Monsterneming ten behoeve van fysisch, chemisch, microbiologisch en organoleptisch onderzoek: volgens de methode beschreven in annex 3.
- 2.
Voorbehandeling ten behoeve van fysisch en chemisch onderzoek dient te geschieden volgens NEN 3702: 1975, tenzij in de desbetreffende methode van onderzoek anders is voorgeschreven.
- 3.
Afscheiding van de vetbestanddelen: volgens NEN 3703: 1974.
- 4.
Bepaling van het vochtgehalte: volgens IDF 80B, part 1: 1998
- 5.
Bepaling van het gehalte aan vetvrije droge stof: volgens NEN 3709: 1974.
- 6.
Bepaling van het zoutgehalte van gezouten boter: volgens NEN 3710: 1975.
- 7.
Berekening van het gehalte aan vetvrije melkdrogestof: volgens NEN 3711: 1975.
- 8.
Berekening van het vetgehalte: volgens NEN 3712: 1974.
- 9.
Aantonen van fosfatase-activiteit: volgens NEN 3732: 1976.
- 10.
Aantonen van peroxidase-activiteit in boterserum: volgens NEN 3733: 1976.
- 11.
Bepaling van het kopergehalte: volgens NEN 3713: 1975.
- 12.
Bepaling van de stevigheid van boter: volgens NEN 3739: 1976, met dien verstande dat gebruik mag worden gemaakt van andere apparatuur dan het toestel volgens Kruisheer en Den Herder mits wordt voldaan aan:
- —
de in de norm voorgeschreven vorm van de stempel;
- —
het meetprincipe waarbij de kracht wordt gemeten die nodig is om de stempel met een constante snelheid van 2 cm/min in de boter te drukken.
- 13.
Bepaling van het losvochtcijfer: volgens NEN 3738: 1974.
- 14.
Beoordeling op geur en smaak, uiterlijk en consistentie: volgens de methode beschreven in annex 4.
- 15.
Aantonen van coli-achtige micro-organismen in 0,1 ml vloeibaar gemaakt product: volgens NEN 955: 1992 (n=3, a=2).
- 16.
Bepaling van het aantal gisten en schimmels: volgens NEN 6873: 1988.
- 17.
Onderzoek naar afwezigheid van Listeria spp. volgens screeningmethode COKZ-A 348 en bevestiging van aanwezigheid van Listeria monocytogenes volgens ISO 11290-1:1996.
- 18.
Onderzoek naar afwezigheid van Salmonella volgens screeningmethode COKZ-A 349 en bevestiging van aanwezigheid van Salmonella volgens IDF 93B: 1995.
D. Contaminanten
- 1.
Bepaling van het gehalte aan residuen van organochloorbestrijdingsmiddelen in boter, melk en room: volgens de methode beschreven in de bijlage bij het keuringsreglement COKZ Kaas, onder G.2.
- 2.
Bepaling van het gehalte aan polychloorbifenylen (PCB's) in boter, melk en room: volgens de methode beschreven in de bijlage bij het keuringsreglement COKZ Kaas, onder G.3.