Einde inhoudsopgave
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Artikel 2.23.6 Afwijzingsgronden
Geldend
Geldend van 01-01-2026 tot 01-01-2029
- Bronpublicatie:
22-12-2025, Stcrt. 2025, 43879 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: 2025 WJZ/102283754)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-12-2025, Stcrt. 2025, 43879 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: 2025 WJZ/102283754)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bijzondere onderwerpen bestuursrecht
De minister besluit afwijzend op een aanvraag indien:
- a.
de kwaliteit van het project onvoldoende is, gelet op:
- 1°
de uitwerking van:
- –
het projectplan;
- –
het voorlopig of definitief ontwerp;
- –
de mijlpalenbegroting of;
- –
de exploitatieberekening;
- 2°
de mate waarin projectrisico’s worden geadresseerd;
- 3°
de onderbouwing dat alle benodigde partijen die een essentiële rol spelen in de keten van de warmtelevering en stakeholders in het project vertegenwoordigd zijn;
- 4°
de mate waarin de beschikbare middelen effectief en efficiënt worden ingezet; of
- 5°
de juridische haalbaarheid.
- b.
de hoogte van de subsidie minder dan € 125.000,- bedraagt;
- c.
niet aannemelijk is gemaakt dat het project bij subsidievaststelling zal voldoen aan artikel 26, tweede en vierde lid, onderdelen a en b, van de EED-richtlijn;
- d.
niet aannemelijk is gemaakt dat het aan te leggen energie-efficiënte warmtenet of de uitbreiding van het energie-efficiënte warmtenet bij subsidievaststelling in gebruik zal worden genomen;
- e.
het niet aannemelijk wordt geacht dat kan worden voldaan aan de termijnen genoemd in artikel 2.23.8.