Einde inhoudsopgave
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
Artikel 3c Vermissing, detentie of vluchtsituatie
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2026
- Redactionele toelichting
Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot berekeningsjaren die zijn aangevangen op of na 01-01-2026.
- Bronpublicatie:
10-12-2025, Stb. 2025, 441 (uitgifte: 19-12-2025, kamerstukken: 36779)
- Inwerkingtreding
01-01-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
10-12-2025, Stb. 2025, 441 (uitgifte: 19-12-2025, kamerstukken: 36779)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Sociale zekerheid bijstand / Bijzondere bijstand
1.
In afwijking van artikel 3, eerste en tweede lid, wordt op verzoek van de belanghebbende voor de toepassing van deze wet onder partner van de belanghebbende niet verstaan een persoon:
- a.
van wie de belanghebbende aannemelijk maakt dat deze vermist is;
- b.
jegens wie een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding is gegeven of die is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel gedurende de periode dat dit bevel of die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd voor zover die periode meer dan drie maanden bedraagt.
2.
In afwijking van artikel 3, eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet gedurende de periode dat de belanghebbende rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdeel c of onderdeel d, van de Vreemdelingenwet 2000, niet als partner aangemerkt degene die:
- a.
reeds voorafgaand aan het rechtmatig verblijf van de belanghebbende de echtgenoot of geregistreerd partner was van de belanghebbende; en
- b.
niet is ingeschreven en niet ingeschreven is geweest als ingezetene in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet basisregistratie personen.