Einde inhoudsopgave
Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen
Artikel 12
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2025. Let op: treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-01-2024
- Redactionele toelichting
De regeling zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan inwerkingtreding van deze wijziging blijft van toepassing op het begrotingsjaar 2024.
- Bronpublicatie:
19-11-2024, Stcrt. 2024, 36736 (uitgifte: 20-11-2024, regelingnummer: IENW/BSK-2024/176155)
- Inwerkingtreding
01-01-2025, terugwerkend tot: 01-01-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
19-11-2024, Stcrt. 2024, 36736 (uitgifte: 20-11-2024, regelingnummer: IENW/BSK-2024/176155)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Waterrecht (V)
1.
Binnen een maand na afloop van ieder kwartaal verstrekt het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende informatie aan het CBS:
- a.
de gerealiseerde baten en lasten naar de kosten- en opbrengstsoorten, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, en waarbij de opbrengstsoortgroep 5 als één totaalbedrag wordt vermeld;
- b.
de onttrekkingen en toevoegingen aan reserves die plaatsvinden in het kader van de resultaatsbestemming;
- c.
de bedragen, die oninbaar zijn verklaard;
- d.
de bedragen, die zijn kwijtgescholden;
- e.
de balansmutaties van de immateriële vaste activa, naar de indeling van artikel 4.38 van het besluit, te onderscheiden in:
- 1°
externe vermeerderingen,
- 2°
geactiveerde lasten,
- 3°
overige interne vermeerderingen,
- 4°
verkoop,
- 5°
ontvangen subsidies,
- 6°
afschrijvingen, en
- 7°
overige verminderingen;
- f.
de balansmutaties van de materiële vaste activa, naar de indeling van artikel 4.39, eerste lid, van het besluit, te onderscheiden in:
- 1°
overname,
- 2°
nieuwbouw door derden,
- 3°
geactiveerde lasten,
- 4°
waardecorrectie leidend tot vermeerdering,
- 5°
overboeking onderhanden werk,
- 6°
verkoop,
- 7°
ontvangen bijdragen van de Europese Unie,
- 8°
ontvangen bijdragen van het Rijk,
- 9°
ontvangen bijdragen van provincies,
- 10°
ontvangen bijdragen van overige openbare lichamen,
- 11°
ontvangen bijdragen van overigen,
- 12°
afschrijvingen, en
- 13°
waardecorrectie leidend tot vermindering;
- g.
de balansmutaties van de financiële vaste activa, naar de indeling van artikel 4.40 van het besluit, te onderscheiden in:
- 1°
vermeerderingen als gevolg van herwaardering,
- 2°
overige vermeerderingen,
- 3°
verminderingen als gevolg van waardecorrectie, en
- 4°
overige verminderingen;
- h.
de balansmutaties van de voorraden, naar de indeling van artikel 4.42 van het besluit onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen;
- i.
de balansmutaties van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar, naar de indeling van artikel 4.43 van het besluit, onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen;
- j.
de balansmutaties van de kortlopende vorderingen, naar de indeling van artikel 4.44 van het besluit onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen;
- k.
de balansmutaties van de liquide middelen, bedoeld in artikel 4.45 van het besluit, onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen;
- l.
de balansmutaties van de overlopende activa, naar de indeling van artikel 4.46, eerste en tweede lid, van het besluit onderscheiden in vermeerderingen en verminderingen;
- m.
de balansmutaties van de reserves, naar de indeling van artikel 4.50, eerste lid, van het besluit, te onderscheiden in:
- 1°
interne vermeerderingen,
- 2°
interne verminderingen, en
- 3°
verwachte toevoegingen of onttrekkingen als gevolg van het exploitatieresultaat;
- n.
de balansmutaties van de voorzieningen, bedoeld in artikel 4.51 van het besluit, te onderscheiden in:
- 1°
vermeerderingen als gevolg van rentetoevoeging,
- 2°
overige interne vermeerderingen,
- 3°
interne verminderingen, en
- 4°
externe verminderingen;
- o.
de balansmutaties van de vaste schulden, naar de indeling van artikel 4.53, eerste lid, van het besluit, te onderscheiden in:
- 1°
vermeerderingen,
- 2°
verminderingen als gevolg van gewone aflossingen, en
- 3°
verminderingen als gevolg van extra aflossingen;
- p.
de balansmutaties van de netto-vlottende schulden, naar de indeling van artikel 4.55 van het besluit onderscheiden naar vermeerderingen en verminderingen;
- q.
de balansmutaties van de overlopende passiva, naar de indeling van artikel 4.56, eerste en tweede lid, van het besluit onderscheiden naar vermeerderingen en verminderingen; en
- r.
de stand van zaken aan het begin en einde van het kwartaal betreffende:
- 1°
de financiële vaste activa, naar de indeling van artikel 4.40 van het besluit,
- 2°
de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar, naar de indeling van artikel 4.43 van het besluit,
- 3°
de kortlopende vorderingen, naar de indeling van artikel 4.44 van het besluit,
- 4°
de liquide middelen, bedoeld in artikel 4.45 van het besluit,
- 5°
de overlopende activa, naar de indeling van artikel 4.46, eerste en tweede lid, van het besluit,
- 6°
de vaste schulden, naar de indeling van artikel 4.53, eerste lid, van het besluit,
- 7°
de netto-vlottende schulden, naar de indeling van artikel 4.55 van het besluit, en
- 8°
de overlopende passiva, naar de indeling van artikel 4.56, eerste en tweede lid, van het besluit.
2.
In afwijking van het eerste lid, onderdelen h, i, k en o, kunnen de waterschappen de mutaties van de betreffende balansposten ook netto verantwoorden, waarbij het saldo van de vermeerderingen en verminderingen als ‘vermeerdering’ wordt verantwoord. Het saldo krijgt een positieve waarde als de vermeerderingen groter zijn dan de verminderingen en een negatieve waarde als de vermeerderingen kleiner zijn dan de verminderingen.
3.
Het CBS beoordeelt de informatie, bedoeld in het eerste lid, op plausibiliteit en stuurt de bevindingen op naar het betreffende dagelijks bestuur.