Einde inhoudsopgave
Besluit elektronische publicaties
Artikel 11.1 Tijdelijke voorziening omgevingsbesluiten
Geldend
Geldend van 01-01-2025 tot 01-01-2032
- Bronpublicatie:
09-12-2024, Stb. 2024, 422 (uitgifte: 19-12-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
09-12-2024, Stb. 2024, 422 (uitgifte: 19-12-2024, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
1.
Van 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 kan een bestuursorgaan in plaats van de krachtens artikel 3.8 aangewezen technische standaarden toepassing geven aan een technische standaard als bedoeld in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze gold onmiddellijk voor 1 januari 2024.
2.
In afwijking van het eerste lid, geldt de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, tot 1 januari 2026 voor besluiten op grond van de artikelen 2.4, 2.6, 2.33, 4.14 en 16.21 van de Omgevingswet, en voor besluiten genomen door gedeputeerde staten op grond van 5.44 van de Omgevingswet.
3.
Als voor het einde van de termijn, bedoeld in het eerste of tweede lid, een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, kan een bestuursorgaan bij de publicatie van het besluit in plaats van de krachtens artikel 3.8 aangewezen technische standaarden toepassing geven aan een technische standaard als bedoeld in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze gold onmiddellijk voor 1 januari 2024.
4.
Totdat een besluit, gepubliceerd met toepassing van de uitzonderingen, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, onherroepelijk is geworden, kan dit besluit worden gewijzigd met toepassing van een technische standaard als bedoeld in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze gold onmiddellijk voor 1 januari 2024, in plaats van de krachtens artikel 3.8 aangewezen technische standaarden.
5.
Als een bestuursorgaan toepassing geeft aan het eerste, tweede, derde of vierde lid, zijn de artikelen 5.5a, 10.3c en 10.7a van het Omgevingsbesluit niet van toepassing.
6.
Op de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, zoals dat luidde onmiddellijk voor 1 januari 2024, blijft het recht van overeenkomstige toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor 1 januari 2024, voor zover dat nodig is voor het beschikbaar stellen van de ontwerpbesluiten en besluiten met gebruik van een technische standaard als bedoeld in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
7.
Artikel 5.1, eerste lid, is niet van toepassing op:
- a.
besluiten, gepubliceerd met toepassing van de uitzonderingen bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid, en
- b.
algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels en andere besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht:
- 1°
waarvan de grondslag is opgenomen in de Omgevingswet; en
- 2°
die zijn gepubliceerd voor 1 januari 2024.
8.
Dit artikel vervalt met ingang van het tijdstip, bepaald in het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 22.6, derde lid, van de Omgevingswet.