Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/138/EG betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
Artikel 77 bis Extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur
Geldend
Geldend vanaf 28-01-2025
- Bronpublicatie:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Inwerkingtreding
28-01-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
27-11-2024, PbEU L 2025, 2025/2 (uitgifte: 08-01-2025, regelingnummer: 2025/2)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Bij de bepaling van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 77, lid 2, wordt gebruikgemaakt van informatie van relevante financiële instrumenten, en de bedoelde relevante risicovrije rentetermijnstructuur dient met die informatie consistent te zijn. De markten voor de desbetreffende relevante financiële instrumenten dienen zodanige looptijden te hebben dat zij kunnen worden beschouwd als diepe, liquide en transparante markten. Voor looptijden voorbij het eerste afvlakkingspunt wordt de relevante risicovrije rentevoet geëxtrapoleerd overeenkomstig de derde alinea. Het eerste afvlakkingspunt voor een munteenheid is de langste looptijd waarvoor aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a)
de markten voor financiële instrumenten met die looptijd zijn diep, liquide en transparant;
- b)
het percentage van de uitstaande obligaties met die looptijd of een langere looptijd in alle uitstaande obligaties die in die munteenheid luiden, is hoog genoeg.
Het geëxtrapoleerde deel van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur is gebaseerd op forward rates die vloeiend van de toepasselijke forward rate bij het eerste afvlakkingspunt naar een ‘ultimate forward rate’ (UFR) convergeren.
De geëxtrapoleerde forward rate is gelijk aan een gewogen gemiddelde van een liquide forward rate en de UFR. De liquide forward rate is gebaseerd op een of een reeks forward rates met betrekking tot de langste looptijden waarvoor het desbetreffende financiële instrument op een diepe, liquide en transparante markt kan worden waargenomen. Voor looptijden van ten minste veertig jaar na het eerste afvlakkingspunt bedraagt het gewicht van de UFR ten minste 77,5 %.
Het geëxtrapoleerde deel van de relevante risicovrije rentevoeten houdt rekening met informatie van andere financiële instrumenten dan obligaties wanneer de markten voor die financiële instrumenten diep, liquide en transparant zijn.
2.
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen, na voorafgaande goedkeuring door hun toezichthoudende autoriteit, het in de tweede alinea bedoelde mechanisme voor geleidelijke invoering toepassen.
Het in de eerste alinea bedoelde mechanisme voor geleidelijke invoering omvat:
- a)
op 30 januari 2027 worden de parameters die de snelheid van de convergentie van de forward rates naar de ultimate forward rate van de extrapolatie bepalen, zodanig gekozen dat de risicovrije rentetermijnstructuur voldoende vergelijkbaar is met de risicovrije rentetermijnstructuur op die datum die is bepaald in overeenstemming met de op 29 januari 2027 geldende extrapolatieregels;
- b)
de parameters die de snelheid van de convergentie van de forward rates naar de ultimate forward rate van de extrapolatie bepalen, worden aan het begin van elk kalenderjaar lineair verlaagd, zodanig dat de definitieve extrapolatieparameters vanaf 1 januari 2032 worden toegepast.
Het in de eerste alinea van dit lid bedoelde mechanisme voor geleidelijke invoering laat de bepaling van de diepte, liquiditeit en transparantie van de financiële markten en het in lid 1 bedoelde eerste afvlakkingspunt onverlet.
Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die de eerste en tweede alinea van dit lid toepassen, maken in het deel van hun verslag over hun financiële solvabiliteit dat uit op marktprofessionals gerichte informatie als bedoeld in artikel 51, lid 1 ter, bestaat, het volgende openbaar:
- a)
het feit dat zij het mechanisme voor geleidelijke invoering voor extrapolatie toepassen, en
- b)
de kwantificering van het effect van het niet toepassen van het mechanisme voor geleidelijke invoering op hun financiële positie.
3.
Niettegenstaande lid 1 is op 28 januari 2025 het eerste afvlakkingspunt van de euro een looptijd van twintig jaar.