Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2024/2803 van 23 oktober 2024 inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk europees luchtruim
Artikel 32 Instelling van heffingen
Geldend
Geldend vanaf 01-12-2024
- Bronpublicatie:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Inwerkingtreding
01-12-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-10-2024, PbEU L 2024, 2024/2803 (uitgifte: 11-11-2024, regelingnummer: 2024/2803)
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht / Luchtvervoer
Vervoersrecht / Europees vervoersrecht
1.
Voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten worden onder niet-discriminerende voorwaarden heffingen opgelegd aan luchtruimgebruikers, rekening houdend met de relatieve productiecapaciteit van de verschillende betrokken typen luchtvaartuigen. Bij het opleggen van heffingen aan de verschillende luchtruimgebruikers voor het gebruik van dezelfde dienst wordt geen onderscheid gemaakt op grond van nationaliteit of categorie van gebruiker.
2.
De en-routeheffing voor luchtvaartnavigatiediensten voor een bepaalde vlucht in een bepaalde en-routeheffingszone wordt berekend op basis van het eenheidstarief dat is vastgesteld voor die en-routeheffingszone en de en-routediensteenheden voor die vlucht.
3.
De terminalheffing voor luchtvaartnavigatiediensten voor een bepaalde vlucht in een bepaalde terminalheffingszone wordt berekend op basis van het eenheidstarief dat is vastgesteld voor die terminalheffingszone en de terminaldiensteenheden voor die vlucht. Voor de berekening van de terminalheffing tellen de nadering en het vertrek van een vlucht als één enkele vlucht.
4.
Bepaalde luchtruimgebruikers of vluchten, met name die welke gebruikmaken van of worden uitgevoerd door lichte luchtvaartuigen en staatsluchtvaartuigen, kunnen worden vrijgesteld van luchtvaartnavigatieheffingen mits de kosten van een dergelijke vrijstelling door andere middelen worden gedekt en niet op andere luchtruimgebruikers worden afgewenteld.
5.
De Commissie voert in overleg met de lidstaten, verleners van luchtverkeersdiensten en luchtruimgebruikers een studie uit naar de bijdrage van de modulering van heffingen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 1)[lees: lid 1], van deze verordening, en van Verordening (EU) 2021/1119. In deze studie worden ook de haalbaarheid van die modulering en de gevolgen ervan voor het luchtverkeer, de dienstverlening, de administratieve kosten en de belanghebbenden beoordeeld.
6.
Het resultaat van de in lid 5 van dit artikel bedoelde studie zal voor de Commissie de essentiële informatie opleveren om te bepalen of een uitvoeringshandeling moet worden vastgesteld overeenkomstig artikel 48, lid 3, om de uniforme toepassing van de modulering van en-route heffingen te waarborgen om luchtruimgebruikers aan te moedigen verbeteringen in de klimaat- en milieuprestaties te ondersteunen, zoals het gebruik van de meest brandstofefficiënte beschikbare routering en een frequenter gebruik van alternatieve schone aandrijftechnologieën, waaronder duurzame alternatieve brandstoffen, met behoud van een optimaal veiligheidsniveau.
7.
De in lid 6 bedoelde modulering bestaat uit financiële voor- of nadelen en is inkomstenneutraal voor de verleners van luchtverkeersdiensten.
8.
Naast de in lid 6 bedoelde modulering van heffingen kunnen de lidstaten de heffingen moduleren om verleners van luchtverkeersdiensten en luchtruimgebruikers aan te moedigen verbeteringen in de kwaliteit van de dienstverlening te ondersteunen, zoals een grotere capaciteit, minder vertragingen en duurzame ontwikkeling.