Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2016/1011 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten
Artikel 33 Bekrachtiging van benchmarks die in een derde land worden aangeboden
Geldend
Geldend vanaf 08-06-2025
- Redactionele toelichting
Wordt toegepast vanaf 01-01-2026.
- Bronpublicatie:
07-05-2025, PbEU L 2025, 2025/914 (uitgifte: 19-05-2025, regelingnummer: 2025/914)
- Inwerkingtreding
08-06-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
07-05-2025, PbEU L 2025, 2025/914 (uitgifte: 19-05-2025, regelingnummer: 2025/914)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Een in de Unie gevestigde beheerder waaraan een vergunning is verleend of die is geregistreerd overeenkomstig artikel 34, die een heldere en welomschreven rol heeft binnen het controle- of verantwoordingskader van een in een derde land gevestigde beheerder en die in staat is daadwerkelijk toezicht uit te oefenen op het aanbieden van een benchmark, kan bij ESMA een aanvraag indienen voor het bekrachtigen van een in een derde land aangeboden benchmark of benchmarkgroep met het oog op gebruik daarvan in de Unie, op voorwaarde dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
- a)
de bekrachtigende beheerder of een andere onder toezicht staande entiteit heeft nagegaan of, en kan op elk moment aan zijn bevoegde autoriteit aantonen dat de aangeboden benchmark of benchmarkgroep die moet worden bekrachtigd, op verplichte of vrijwillige basis voldoet aan vereisten die minstens even streng zijn als de in deze verordening gestelde vereisten;
- b)
de bekrachtigende beheerder of andere onder toezicht staande entiteit beschikt over de nodige deskundigheid om het aanbieden van benchmarks in een derde land doeltreffend te controleren en de daaraan verbonden risico's te beheren;
- c)
er is sprake van een objectieve reden om de benchmark of benchmarkgroep in een derde land aan te bieden en om genoemde benchmark of benchmarkgroep voor gebruik in de Unie te bekrachtigen.
Voor de toepassing van punt a) kan de bevoegde autoriteit bij de beoordeling of de aanbieding van de benchmark of de benchmarkgroep die moet worden bekrachtigd, voldoet aan vereisten die minstens even streng zijn als de vereisten in deze verordening, rekening houden met de vraag of de naleving van de aanbieding van de benchmark of benchmarkgroep van, naargelang het geval, de IOSCO-beginselen voor financiële benchmarks of de IOSCO-beginselen voor PRA's, gelijkwaardig is aan de naleving van de vereisten in deze verordening.
2.
Een beheerder die een in lid 1 bedoelde bekrachtigingsaanvraag indient, verstrekt alle informatie die ESMA nodig heeft om te kunnen vaststellen dat op het tijdstip van de aanvraag aan alle in dat lid vermelde voorwaarden is voldaan.
3.
Binnen 90 werkdagen na ontvangst van de in lid 1 bedoelde bekrachtigingsaanvraag beoordeelt ESMA de aanvraag en neemt zij een besluit om de bekrachtiging goed te keuren dan wel te weigeren. Indien ESMA de bekrachtiging goedkeurt, worden de bevoegdheden in verband met de vergunning of registratie, naargelang het geval, van de beheerder die om bekrachtiging heeft verzocht, binnen zes maanden na de goedkeuring van de bekrachtiging aan ESMA overgedragen.
4.
Een bekrachtigde benchmark of benchmarkgroep wordt beschouwd als een benchmark of benchmarkgroep die door de bekrachtigende beheerder wordt aangeboden. De bekrachtigende beheerder gebruikt die bekrachtiging niet met de bedoeling de vereisten van deze verordening te omzeilen.
5.
Een beheerder die een in een derde land aangeboden benchmark of benchmarkgroep heeft bekrachtigd, blijft volledig verantwoordelijk voor die benchmark of benchmarkgroep, alsook voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening.
6.
Indien ESMA gegronde redenen heeft om aan te nemen dat niet meer wordt voldaan aan de bij lid 1 van dit artikel vastgestelde voorwaarden, heeft zij de bevoegdheid om van de bekrachtigende beheerder te eisen dat de bekrachtiging wordt ingetrokken. Indien de bekrachtiging wordt stopgezet, is artikel 28 van toepassing.
7.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot maatregelen ter bepaling van de voorwaarden waarop ESMA kan beoordelen of sprake is van een objectieve reden om een benchmark of benchmarkgroep in een derde land aan te bieden en om deze te bekrachtigen met het oog op gebruik daarvan in de Unie. De Commissie houdt rekening met elementen zoals de specifieke kenmerken van de onderliggende markt of economische realiteit die de benchmark beoogt te meten, de noodzaak dat benchmarks dicht bij een dergelijke markt of economische realiteit worden aangeboden, de noodzaak dat benchmarks dicht bij contribuanten worden aangeboden, de materiële beschikbaarheid van inputgegevens als gevolg van verschillende tijdzones, en specifieke vaardigheden die bij het aanbieden van benchmarks zijn vereist.