Einde inhoudsopgave
Besluit Ondernemingsfaciliteiten
3.1 Inbreng economische eigendom
Geldend
Geldend vanaf 06-11-2024
- Redactionele toelichting
Gecorrigeerd via een rectificatie (23-01-2025).
- Bronpublicatie:
17-10-2024, Stcrt. 2024, 34456 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-10969)
- Inwerkingtreding
06-11-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
17-10-2024, Stcrt. 2024, 34456 (uitgifte: 05-11-2024, regelingnummer: 2024-10969)
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
De vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, WBR is alleen van toepassing als alle tot het ondernemingsvermogen behorende activa (inclusief de onroerende zaken) en passiva die een functie vervullen in de onderneming worden ingebracht. Als slechts de economische eigendom van onroerende zaken wordt ingebracht, is de vrijstelling niet van toepassing. Dit acht ik niet gewenst. Daarom keur ik het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, WBR kan worden volstaan met de inbreng van de economische eigendom van de onroerende zaken. Dit in aanvulling op het bepaalde in artikel 4, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, UBBR.
Toelichting
Als de juridische eigendom van die onroerende zaken later alsnog in de onderneming wordt ingebracht, is de vrijstelling niet van toepassing. Er wordt dan geen onderneming (met bijbehorende onroerende zaken) ingebracht, maar alleen een los activum.