Vaste inrichting: grensoverschrijdende activiteiten belast in het buitenland

Vaste inrichting: grensoverschrijdende activiteiten belast in het buitenland

Bijgewerkt t/m: 27-02-2026

Dr. Arthur Hofman

ab3f8916-0363-4f6d-95b6-0f53d5394797

Verbonden aan STP Tax en Tilburg University

Van een vaste inrichting is sprake als een onderneming activiteiten uitoefent buiten het land van vestiging en deze buitenlandse activiteiten een zekere mate van duurzaamheid en substance hebben. Het heffingsrecht over de winsten die met deze activiteiten worden behaald, verschuift dan van het land van vestiging naar het land waar de activiteiten worden uitgeoefend.

In het algemeen is een vaste inrichting aanwezig als een onderneming in een ander land dan het vestigingsland, de beschikking heeft over een fysieke constructie (bijv. een gebouw of kantoor) die wordt gebruikt om ondernemingsactiviteiten uit te oefenen. Ook het uitvoeren van bouw-, constructie-, of installatiewerkzaamheden kan leiden tot een vaste inrichting. Een vaste inrichting kan ook aanwezig zijn als een onderneming een vaste vertegenwoordiger heeft in het betreffende andere land.

Ondersteunende activiteiten

Het uitvoeren van ondersteunende activiteiten, zoals opslag of het inwinnen van inlichtingen, leidt normaliter niet tot een vaste inrichting.

Heffingsrecht

Als sprake is van een vaste inrichting heft het vaste inrichtingsland belasting over de winsten van de vaste inrichting en verleent het vestigingsland van de onderneming normaal gesproken een voorkoming van dubbele belasting.

Objectvrijstelling

Nederland verleent een objectvrijstelling voor resultaten van buitenlandse vaste inrichtingen. Hierbij worden de betreffende resultaten uit de Nederlandse grondslag geëlimineerd. Bij staking van een verlieslijdende vaste inrichting, is het onder voorwaarden wel mogelijk om de verliezen in aftrek te brengen (de stakingsverliesregeling).

Laagbelaste beleggingsactiviteiten

De objectvrijstelling geldt in de regel niet voor een vaste inrichting die laagbelaste beleggingsactiviteiten uitvoert. De resultaten op deze activiteiten maken dus deel uit van de Nederlandse grondslag. Wel kan een verrekening worden geclaimd voor de winstbelasting die in het vaste inrichtingsland is betaald.

Documenten bij dit thema

Art. 15e Wet VPB 1969

Art. 15g Wet VPB 1969

Art. 15h Wet VPB 1969

Art. 15i Wet VPB 1969

Art. 15j Wet VPB 1969

Art. 23d Wet VPB 1969

HR 4 mei 1960, AY0612, ECLI:NL:HR:1960:AY0612, BNB 1960/163 en HR 29 april 1959, nr. 13 892, ECLI:NL:HR:1959:AY0613, BNB 1960/164

F.J. Elsweier, VPBG 2026/4.7, par. 4.7 Objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten, ​Deventer: Wolters Kluwer 2026

F.J. Elsweier, ​VPBG 2026/11.3, par. 11.3 Wat behoort tot het Nederlands inkomen, ​Deventer: Wolters Kluwer 2026

L. Koot en Q.W.J.C.H. Kok, 'Een nieuwe regeling voor valutaresultaten bij buitenlandse ondernemingen', WFR 2015/788

Q.W.J.C.H. Kok, 'De objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten vergeleken met de deelnemingsvrijstelling',TFO 2013/128.2

P.G.H. Albert, Vaste inrichting 1994/1.1, FED Fiscale Brochures, Deventer: Kluwer 1994

Cursus Belastingrecht, IBR.3.4.2.A Winst uit onderneming (art. 7 OESO-Modelverdrag)

Cursus Belastingrecht, Wegwijzers, Vaste inrichting, prof. mr. F.P.G. Pötgens

Vakstudie Nederlands Internationaal Belastingrecht: Vaste inrichting