Vastgoedexploitatie in de inkomstenbelasting

Vastgoedexploitatie in de inkomstenbelasting

Bijgewerkt t/m: 03-10-2025

Dr. Aad Rozendal

id-b5a5b67b-6500-4564-8491-298b81af8b29

Zelfstandig fiscalist, extern wetenschappelijk adviseur, docent

RSM Netherlands Belastingadviseurs N.V. (Bureau Vaktechniek Fiscaal), FBN Juristen & Universiteit Leiden (docent)

Specialisme

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, overdrachtsbelasting, vastgoed.

Auteur in beeld

Dr. A. (Aad) Rozendal is zelfstandig fiscalist en als wetenschappelijk adviseur verbonden aan Bureau Vaktechniek van RSM Netherlands Belastingadviseurs N.V. Tevens is hij als docent verbonden aan FBN Juristen en aan de Universiteit Leiden. Rozendal is in 2014 gepromoveerd aan Tilburg University.

Wie zich als natuurlijk persoon bezighoudt met het exploiteren van vastgoed, krijgt te maken met winst uit onderneming, resultaat uit overige werkzaamheden of inkomen uit sparen en beleggen. Welk boxregime uiteindelijk van toepassing is, hangt af van de kwalificatie van de vastgoedexploitatie. In dit thema krijgt u antwoord op de vraag welke omstandigheden een rol kunnen spelen bij de kwalificatie van vastgoedexploitatie.

Vastgoedexploitatie

Wanneer een belastingplichtige zich bezighoudt met de exploitatie van vastgoed, kan sprake zijn van belastbare winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden. Zo niet, dan kwalificeert de activiteit als een belegging. Vastgoedexploitatie is in principe iedere werkzaamheid waarbij het rendabel maken van het vastgoed zelf centraal staat. Het gaat dan veelal om verhuur, handel en projectontwikkeling. Bij het ter beschikking stellen van een pand aan de onderneming/bv of ingeval van de eigen woning is geen sprake van vastgoedexploitatie.

Box 1

Projectontwikkeling en de handel in vastgoed kwalificeert meestal als winst uit onderneming. Resultaten behaald met vastgoed kwalificeren als resultaat uit overige werkzaamheden als geen sprake is van een ondernemingsactiviteit, maar de werkzaamheden wél uitgaan boven normaal vermogensbeheer. Te denken valt aan het uitponden, aanwenden van bijzondere kennis of andere activiteiten zoals het verrichten van ingrijpende renovatiewerkzaamheden met het oog op de verkoop of verhuur van het vastgoed. Bij winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden worden de werkelijk behaalde resultaten belast in box 1. In dat geval is het ook mogelijk om onderhoudskosten voor en afschrijvingen op het vastgoed ten laste van de winst te brengen.

Box 3

Indien de vastgoedexploitatie niet uitgaat boven hetgeen gebruikelijk is bij normaal vermogensbeheer, zal sprake zijn van een belegging. In de regel wordt verhuur van vastgoed als een beleggingsactiviteit gezien. Dan geldt het regime van box 3 en wordt het vastgoed belast op basis van een fictief rendement.

Documenten bij dit thema

Artikel 3.3 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 3.90 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 3.91 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 3.94 Wet inkomstenbelasting 2001

Artikel 5.2 Wet inkomstenbelasting 2001

Belastingdienst, 9 december 2016, Praktijkhandreiking bedrijfsopvolging vastgoedexploitanten, V-N 2017/7.10

HR 1 september 1976, nr. 17 924, V-N 25 september 1976, pag. 860-864, punt 13

H.J.A.P. te Niet, 'Het beleggingsbegrip in de directe belastingen', Fiscale Monografieën nr. 125, Deventer: Kluwer 2007

T.M. Berkhout, Ondernemen en niet-ondernemen in vastgoed', NTFR 2010/1225 (zie ook: V-N 2010/30.58)

P.G.H. Albert en T.M. Berkhout, 'Vastgoed: box 3, resultaat uit overige werkzaamheden en sfeerovergang', WFR 2010/1363

J.W.J. de Kort, 'Het uitponden van onroerende zaken', ​​NTFR-B​ 2010/5

R.M. Freudenthal, ​Resultaat uit overige werkzaamheden (FM nr. 103) 2012/1.1, Fiscale Monografieën nr. 103​, Deventer: Kluwer 2012

O.P.M. Adriaansens en A. Rozendal, 'Bedrijfsopvolging en vastgoed', WFR 2014/1215

T.M. Berkhout en M.J. Hoogeveen, 'Falsifieerbare normen en omstandighedencatalogus voor vastgoedexploitanten', WFR 2015/4

A. Rozendal, 'Vastgoedexploitatie in de inkomstenbelasting', NTFR-A​ 2015/3, blz. 391-397

J.P. Boer en A.O. Lubbers, 'Einde van een werkzaamheid; einde van een discussie?', WFR 2015/565

A. Rozendal, 'Bedrijfsopvolging en vastgoedvennootschappen: einde van een discussie?', WFR 2016/127

A. Rozendal in S.M.H. Dusarduijn, J.L.M. Gribnau en F.J. Elsweier (red.), 'De ontwikkelende vastgoedbelegger in de inkomstenbelasting', Van der Geldbundel, 2016, p. 239-246

E.J.W. Heithuis, JH. Elink Schuurman, J.G.E. Gieskes, M.J.J.R. van Mourik, A. Rozendal, M.M.J. Schuurman-van Nifterik, J. Verbaan, D. Wismeijer, Hoofdzaken Fiscaliteit & Vastgoed, Deventer; Wolters Kluwer, vijfde druk, 2024

Cursus Belastingrecht, BvR.2.1.10 Fictieve onroerende zaken, IB.3.2.2 Het begrip 'onderneming'

Cursus Belastingrecht, BvR.2.1.10 Fictieve onroerende zaken, IB.3.4.3 Begrip werkzaamheid

Vakstudie IB 2001, art. 3.2 Wet inkomstenbelasting 2001, aant. 9.2