Beleggingsinstellingen

Beleggingsinstellingen

Bijgewerkt t/m: 27-02-2026

Mr. Dick Simonis

id-a73244ef-08bf-47dd-91ed-68287160a829

Tax Partner bij EY Belastingadviseurs B.V.

De vennootschapsbelasting kent twee faciliteiten voor beleggingsactiviteiten, te weten de faciliteit voor de fiscale beleggingsinstellingen (FBI) en de faciliteit voor de vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI). Beide faciliteiten beogen collectief beleggen via een lichaam te faciliteren, zonder dat daarbij sprake is van een fiscaal nadeliger behandeling ten opzichte van beleggen in privé. Hoewel de achtergrond van beide faciliteiten gelijk is, zijn er belangrijke verschillen.

De fiscale beleggingsinstelling (FBI)

Essentie van het FBI-regime

De fiscale winst van een fiscale beleggingsinstelling (FBI) wordt belast tegen een vennootschapsbelastingtarief van 0%. Voor koersresultaten en vermogenswinsten is naar keuze een volledige vennootschapsbelastingvrijstelling beschikbaar. Een FBI betaalt dus geen vennootschapsbelasting, maar is wel subjectief onderworpen aan vennootschapsbelastingheffing. Dit kan van belang zijn voor de toepassing van belastingverdragen.

Voorwaarden voor toepassing van het FBI-regime

Voor de toepassing van het FBI-regime gelden verschillende voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde is dat de FBI haar winst binnen acht maanden na afloop van het jaar moet uitkeren aan de aandeelhouders. Onder voorwaarden hoeven koersresultaten en vermogenswinsten niet te worden uitgekeerd.

Er worden eisen gesteld aan de rechtsvorm van de FBI. Doel en feitelijke werkzaamheid van de FBI mag voorts enkel bestaan uit beleggen, waarbij sinds 1 januari 2025 geldt dat een FBI niet mag beleggen in Nederlandse onroerende zaken en bepaalde schuldvorderingen waarvan de vergoeding hoofdzakelijk verband houdt met inkomsten uit Nederlandse onroerende zaken

Daarnaast gelden vereisten met betrekking tot de aandeelhouders van een FBI. De strekking van deze vereisten is het waarborgen van het collectieve beleggingskarakter.

Ook is van belang dat een FBI moet voldoen aan limieten met betrekking tot de financiering met vreemd vermogen (de financieringslimiet). De beleggingen mogen gefinancierd zijn met vreemd vermogen tot maximaal 60% van de fiscale boekwaarde van vastgoed(dochters) en 20% van de overige beleggingen.

Dividendbelasting

Een FBI moet als hoofdregel dividendbelasting afdragen over uitgekeerde winsten. Hierbij is een afdrachtvermindering beschikbaar voor eventuele ten laste van de FBI ingehouden dividendbelasting en buitenlandse bronheffing. De hoogte van de afdrachtvermindering is onder meer afhankelijk van de samenstelling van het aandeelhouderbestand.

De vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI)

Essentie van het VBI-regime

Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) is op verzoek niet onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Daarnaast is een vrijgestelde beleggingsinstelling als hoofdregel niet inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting.

Voorwaarden voor het VBI-regime

Een VBI moet aan verschillende voorwaarden voldoen. Allereerst dient sprake te zijn van een beleggingsinstelling of instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in art. 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. Daarbij dient onder meer sprake te zijn van collectieve belegging. Een VBI mag uitsluitend beleggen in financiële instrumenten en banktegoeden. Daarnaast moet een VBI een open-end karakter hebben. Dit houdt in dat de aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid op verzoek van de deelnemers door de VBI worden ingekocht. Ook geldt het beginsel van risicospreiding en worden eisen gesteld aan de rechtsvorm van de VBI.

Zowel het FBI- als het VBI-regime zijn met ingang van 1 januari 2025 ingrijpend gewijzigd. Hiertoe zijn in 2023 twee wetsvoorstellen aangenomen: (i) de Wet aanpassing fiscale beleggingsinstelling (Wet van 20 december 2023, Stb. 2023, 502) en (ii) de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling (Wet van 20 december 2023, Stb. 2023, 503). Beide wetten zijn aangepast bij het Belastingplan 2025 (Wet van 18 december 2024, Stb. 2024, 434) en laatstgenoemde opnieuw bij de Overige Fiscale Maatregelen 2026 (Wet van 17 december 2025, Stb. 2025, 445).

Documenten bij dit thema

Artikel 4.13 en 4.14 Wet IB 2001

Artikel 6a Wet VPB 1969

Artikel 28 Wet VPB 1969

Besluit Staatssecretaris van Financiën van 10 maart 2008, nr. CPP2008/291M, Stcrt. 2008, 49, V-N 2008/14.16

Wijzigingsbesluit Staatssecretaris van Financiën van 24 juni 2020, nr. 2020-4943, Stcrt. 2020, 34995, V-N 2020/35.11

Wijzigingsbesluit Staatssecretaris van Financiën van 25 november 2024, nr. 2024-28160, Stcrt. 2025, 1741,V-N 2025/7.9

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 9 maart 2023, KG:011:2022:6, Wat wordt verstaan onder overcapaciteit bij zonnepanelen (fbi-regime)

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 22 maart 2023, KG:040:2022:8, Afdrachtvermindering en in strijd met belastingverdrag geheven bronheffing, V-N 2023/26.14.120

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 29 maart 2023, KG:011:2023:5, WKO-installatie en de status van financiële beleggingsinstelling (fbi-regime)

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 30 juni 2023, KG:024:2023:13, Pre-vbi winstreserves (artikel 1, vijfde lid, onderdeel b, Wet op de dividendbelasting 1965), V-N 2023/33.14

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 26 oktober 2023, KG:024:2023:17, Peildatum afdrachtvermindering art. 11a Wet DB 1965, V-N 2023/49.10

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 31 maart 2025, KG:011:2025:7, Fbi-regime bij participatie als commanditaire vennoot in een fiscaal transparante commanditaire vennootschap, V-N 2025/18.7

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 13 mei 2025, KG:024:2025:5, Brutering ingeval van inkoopoverschot beleggingsinstelling, V-N 2025/27.10

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 9 december 2025, KG:011:2025:11, Bijkomstige werkzaamheden en het fbi-regime, V-N 2026/2.15

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 9 december 2025, KG:011:2025:12, Het uitlenen van gelden en het fbi-regime, V-N 2026/2.14

HR 17 oktober 2014, nr. 13/04171, ECLI:NL:HR:2014:2979, BNB 2015/25, V-N 2014/54.15

Conclusie Advocaat-Generaal Wattel 27 mei 2022, nr. 21/04201, ECLI:NL:PHR:2022:517, V-N Vandaag 2022/1588, V-N 2022/30.10

Conclusie Advocaat-Generaal Wattel 23 mei 2025, nr. 24/02305, ECLI:NL:PHR:2025:582, V-N 2025/33.32.14, V-N Vandaag 2025/1159

Conclusie Advocaat-Generaal Wattel 23 mei 2025, nr. 24/02306, ECLI:NL:PHR:2025:583, V-N 2025/32.8, V-N Vandaag 2025/1160

VPB-gids, par. 14.3 Fiscale beleggingsinstellingen, VPBG 2026/14.3, Deventer: Wolters Kluwer 2025

VPB-gids, par. 14.4 Vrijgestelde beleggingsinstellingen, VPBG 2026/14.4, Deventer: Wolters Kluwer 2025

J.H.J. Borsboom e.a., Fiscale beleggingsinstellingen (FFB) 2026/1 (FED Fiscale Brochures), Deventer: Wolters Kluwer 2025

J.H.J. Borsboom & D.C. Simonis, Een gewijzigd fiscaal regime voor beleggingsinstellingen en (familie)fondsen (Fiscaal Actueel), Deventer: Wolters Kluwer 2024

J.H. Elink Schuurman, 'Vastgoedfondsen in een nieuw fiscaal stelsel', TFO 2024/191.1

Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 7 juni 2024, nr. 2024-0000341126, V-N 2024/30.15

Kabinetsreactie op SEO evaluatierapport, 9 december 2022, V-N 2023/2.6

Aanbiedingsbrief Belastingpakket 2023, V-N 2022/43.2

Evaluatierapport van de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) over de FBI en de VBI, bijlage bij de Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 7 juli 2022, Kamerstukken II, 2022/23, 32140, nr. 130

J.H. Elink Schuurman, 'Vastgoedfondsen in een nieuw fiscaal stelsel', TFO 2024/191.1

H. Vermeulen, 'De fiscale beleggingsinstelling', TFO 2014/135.1

R.P.C. Adema, 'De vrijgestelde beleggingsinstelling', TFO 2014/135.2

R.J.B. Wijs & R. van der Wilt, 'Invoering Servicedochter in art. 28 Wet VPB 1969', WFR 2014/704

Het regime voor de fiscale beleggingsinstelling, H. Vermeulen, ​Fiscale monografieën, nr. 36, Deventer: Wolters​ Kluwer, 2012 (3e druk)

H. Vermeulen & C.M. Grundmann-van de Krol, 'Enige opmerkingen over het financieel instrument en de VBI', WFR 2010/154

J.H.J. Borsboom, Modernisering fiscaal regime beleggingsinstellingen (FA nr. 4) 2014/1.1, Deventer: Wolters Kluwer 2008

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 6a Wet VPB 1969, aant. 1

Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 28 Wet VPB 1969, aant. 1

Cursus Belastingrecht, Vpb.7.0.1 Het regime voor fiscale beleggingsinstellingen (art. 28)

Cursus Belastingrecht, Vpb.7.0.2 De vrijgestelde beleggingsinstelling (art. 6a)

Modellen voor de Rechtspraktijk VI.6.15, Fiscale eenheid beleggingsinstellingen

Fiscale Modellen II.B.12.1, Afrekening bij ingang van de status van beleggingsinstelling

Fiscale Modellen II.B.12.6, Verzoek voor de status 'vrijgestelde beleggingsinstelling'