Op bedrijfsmiddelen kan jaarlijks worden afgeschreven. Daarbij gelden enkele afschrijvingsbeperkingen en soms een tegemoetkoming in de vorm van willekeurige afschrijving.
In dit thema wordt uiteengezet hoe de fiscale afschrijving kan worden vastgesteld aan de hand van relevante variabelen als kostprijs, gebruiksduur, restwaarde en afschrijvingsmethode. Ook worden de specifieke wettelijke beperkingen en uitbreidingen besproken.
Het doel van afschrijving is de lasten die worden opgeroepen door de aanschaf van zaken die worden gebruikt voor het drijven van een onderneming (bedrijfsmiddelen), te splitsen over de jaren waarin dat gebruik plaatsvindt.
Jaarlijkse afschrijving
De afschrijving op bedrijfsmiddelen, zoals machines en inventaris, wordt jaarlijks gesteld op het gedeelte van de nog niet afgeschreven aanschaffings- of voortbrengingskosten dat aan het betreffende jaar kan worden toegerekend. De hoogte van de jaarlijkse afschrijving wordt bepaald aan de hand van de volgende elementen:
•
aanschaffings- of voortbrengingskosten (kostprijs);
•
verwachte gebruiksduur;
•
verwachte restwaarde aan het einde van de verwachte gebruiksduur;
•
afschrijvingsmethode.
De afschrijvingsbasis wordt gevormd door het totaal van de aanschaffings- of voortbrengingskosten minus de verwachte restwaarde. Dit wordt vervolgens verdeeld over de verwachte gebruiksduur. In de praktijk worden bedrijfsmiddelen doorgaans lineair afgeschreven. In bepaalde gevallen is een degressieve afschrijving echter ook mogelijk.
Afschrijvingsbeperkingen
Er moet wel rekening worden gehouden met een aantal in de wet opgenomen afschrijvingsbeperkingen. Zo mag fiscaal de jaarlijkse afschrijving op bedrijfsmiddelen niet meer bedragen dan 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten. Voor goodwill is dit 10%.
Willekeurige afschrijving
Onder voorwaarden is het mogelijk willekeurig af te schrijven op milieu-bedrijfsmiddelen (VAMIL), investeringen door startende ondernemers, zeeschepen en investeringen in 2023 in het belang van de bevordering van de economische ontwikkeling.
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 10 juni 2024, KG:212:2024:3, Toepassing van de tijdelijke willekeurige afschrijving 2023 bij een gebroken boekjaar
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 28 mei 2025, KG:213:2025:4, Extra afschrijven of afwaarderen naar lagere bedrijfswaarde
Mr. dr. Charlie Bruijsten
Verbonden aan het Tax Knowledge Center van EY Belastingadviseurs
Meer over Charlie Bruijsten
Op bedrijfsmiddelen kan jaarlijks worden afgeschreven. Daarbij gelden enkele afschrijvingsbeperkingen en soms een tegemoetkoming in de vorm van willekeurige afschrijving.
In dit thema wordt uiteengezet hoe de fiscale afschrijving kan worden vastgesteld aan de hand van relevante variabelen als kostprijs, gebruiksduur, restwaarde en afschrijvingsmethode. Ook worden de specifieke wettelijke beperkingen en uitbreidingen besproken.
Het doel van afschrijving is de lasten die worden opgeroepen door de aanschaf van zaken die worden gebruikt voor het drijven van een onderneming (bedrijfsmiddelen), te splitsen over de jaren waarin dat gebruik plaatsvindt.
Jaarlijkse afschrijving
De afschrijving op bedrijfsmiddelen, zoals machines en inventaris, wordt jaarlijks gesteld op het gedeelte van de nog niet afgeschreven aanschaffings- of voortbrengingskosten dat aan het betreffende jaar kan worden toegerekend. De hoogte van de jaarlijkse afschrijving wordt bepaald aan de hand van de volgende elementen:
aanschaffings- of voortbrengingskosten (kostprijs);
verwachte gebruiksduur;
verwachte restwaarde aan het einde van de verwachte gebruiksduur;
afschrijvingsmethode.
De afschrijvingsbasis wordt gevormd door het totaal van de aanschaffings- of voortbrengingskosten minus de verwachte restwaarde. Dit wordt vervolgens verdeeld over de verwachte gebruiksduur. In de praktijk worden bedrijfsmiddelen doorgaans lineair afgeschreven. In bepaalde gevallen is een degressieve afschrijving echter ook mogelijk.
Afschrijvingsbeperkingen
Er moet wel rekening worden gehouden met een aantal in de wet opgenomen afschrijvingsbeperkingen. Zo mag fiscaal de jaarlijkse afschrijving op bedrijfsmiddelen niet meer bedragen dan 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten. Voor goodwill is dit 10%.
Willekeurige afschrijving
Onder voorwaarden is het mogelijk willekeurig af te schrijven op milieu-bedrijfsmiddelen (VAMIL), investeringen door startende ondernemers, zeeschepen en investeringen in 2023 in het belang van de bevordering van de economische ontwikkeling.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Artikel 3.30 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.30a Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.31 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.34 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.34a Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.35 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.36 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.37 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.38 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 3.39 Wet inkomstenbelasting 2001
Artikel 2 (en verder) Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001
Artikel 7 (en verder) Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001
Artikel 10 (en verder) Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001
Artikel 13 (en verder) Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001
Artikel 8, lid 6a Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Besluit Jaarwinst, Besluit van 25 januari 2023, nr. 2022-11246, V-N 2023/10.4
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 10 juni 2024, KG:212:2024:3, Toepassing van de tijdelijke willekeurige afschrijving 2023 bij een gebroken boekjaar
Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 28 mei 2025, KG:213:2025:4, Extra afschrijven of afwaarderen naar lagere bedrijfswaarde
Standaardarrest
HR 10 augustus 2007, nr. 39 519, ECLI:NL:PHR:2007:AU3977, BNB 2007/299, V-N 2007/39.14, Belastingadvies 2007/17.10
HR 10 augustus 2007, nr. 39 548, ECLI:NL:PHR:2007:AU3989, BNB 2007/300, V-N 2007/39.15
HR 10 augustus 2007, nr. 41 283, ECLI:NL:PHR:2007:AU3996, BNB 2007/302, V-N 2007/39.16, NJB 2007, 2358
Belangrijkste uitspraken
HR 27 november 1957, nr. 13 237, ECLI:NL:HR:1957:AY1052, BNB 1958/6
HR 2 januari 1958, nr. 13 379, ECLI:NL:HR:1958:AY1087, BNB 1958/56
HR 3 december 1975, nr. 17 744, ECLI:NL:HR:1975:AX3874, BNB 1977/248
HR 1 april 2005, nr. 38 973, ECLI:NL:HR:2005:AT3022, BNB 2005/208, WFR 2005/521, V-N 2005/20.8, FED 2005/96
Literatuur
C. Bruijsten, 'Waarderen van bedrijfsmiddelen', TFO 2019/165.2
T.M. Berkhout, Fiscaal afschrijven op vastgoed (Fiscale Monografieën, nr. 101), Deventer: Kluwer 2013
C. Bruijsten en J. Doornebal, 'Methoden voor aftrek van uitgaven wegens aanschaf, verbetering en onderhoud van bedrijfsmiddelen', WFR 2013/1212
R. Russo, Bedrijfsmiddel (FED Fiscale Brochures), Deventer: Kluwer 2012, par. 2.4.1.1
R.A.H.J. Kousen, 'Fiscale afschrijvingen op vastgoed; ‘the story continues?’, VGFC 2008/05/03
J. Doornebal, 'De afschrijvingsarresten van 10 augustus 2007', NTFR Beschouwingen 2007/43, par. 4
T.M. Berkhout, 'Afschrijven op vastgoed: knopen ontward of doorgehakt?', WFR 2007/957
Naslag
Cursus Belastingrecht, IB.3.2.19, Inkomstenbelasting
Verwante onderwerpen
Thema: Afschrijving van gebouwen
Thema: Herinvesteringsreserve: onbelaste boekwinst voor herinvesteren in nieuwe bedrijfsmiddelen
Modellen
Fiscale Modellen II.A.3.31, Verzoek om toepassing willekeurige afschrijving voor een startende ondernemer indien geen verplichtingen worden aangegaan
Fiscale Modellen II.A.3.32, Verzoek om toepassing willekeurige afschrijving voor een startende ondernemer bij uitgesloten verplichtingen