Doorgaans is dienstbetoon belast naar het type afnemer en op basis van een hoofdregel waar de afnemer is gevestigd. Echter, de kwalificatie van de aard van de dienst bepaalt waar de heffing van btw moet plaatsvinden.
In dit thema krijg u antwoord op de volgende vraag:
•
Hoe wordt in verschillende situaties de plaats van dienst voor de omzetbelasting bepaald?
Alles wat de Nederlandse ondernemer doet is belast in Nederland, tenzij hij kan bewijzen dat de prestatie belast is in een ander land. Daarom dus van belang om de ‘plaats van dienst’ te bepalen.
Niet iedere dienst is belast met btw van het land waarin de afnemer is gevestigd. Op deze hoofdregel, doorgaans van toepassing in business-to-business-situaties (B2B), zijn uitzonderingen van toepassing.
De plaats van dienst wordt door een tweetal aspecten bepaald: allereerst de hoedanigheid van de afnemer en ten tweede de kwalificatie van de dienst.
De artikelen 6a tot en met 6j van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968) bevatten uitzonderingen op de hoofdregel dat de woonstaat van de afnemer de plaats van dienst is.
Besluit over omzetbelasting en ontwikkelingswerk, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 21 september 2015, nr. BLKB/2015/76M, Stcrt. 2015, 32147, V-N 2015/55.19
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 26 maart 1976, nr. 27-604919, Toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 ten aanzien van de termijnhandel
Aanschrijving van de Staatssecretaris van Financiën van 8 augustus 1986, 286-11334 (BTW-170)
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 5 januari 1990, nr. VB 89/2161
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 11 maart 1993, nr. VB 93/666, Intracommunautaire leveringen/met levering gelijkgestelde overbrenging/ grenslanderijen (Mededeling 1)
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 9 december 1993, nr. WV 94/489, Mededeling 13. Intracommunautair goederenvervoer
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 19 december 1995, nr. VB 95/3635, Heffing van omzetbelasting met betrekking tot de terugzending van goederen binnen de Gemeenschap (Mededeling 28)
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 16 juni 1998, nr. VB 98/417, Plaats van dienst schade-expertisebureaus en averijagentschappen
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 13 januari 1999, nr. VB 98/2360, Toepassing nultarief bij accijnsgoederen
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 1 oktober 2002, nr. DGB 2002/4947M, Heffing van omzetbelasting met betrekking tot intracommunautaire leveringen (Mededeling 38)
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 11 oktober 2002, nr. DGB 2002/5014M, Beëindiging toepassing nultarief voor leveringen en diensten ten behoeve van exploitanten van in het internationaal verkeer varende binnenschepen
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 1 augustus 2003, nr. DGB 2003/3581M, Nultarief. Aanvulling Voorschrift tabel II met een regeling voor de vereiste boeken en bescheiden bij uitvoer van pleziervaartuigen
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 10 december 2019, nr. 2019-24258, Intrekking van het besluit consignatiezendingen van 30 december 1993, nr. VB 93/3672, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 2 mei 1995, nr. VB 95/63 en besluit van 13 november 2007, nr. CPP 2007/1150M, Stcrt. 2007, 227; overgangsregeling
M.M.W.D. Merkx, 'Vrijgesteld onderwijs, cultuur en sport: ook in het buitenland?', MBB 2025/43
Naslag
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.B, Algemene regels (art. 6 Wet OB 1968, art. 44 en 45 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.C, Het bemiddelen door tussenpersonen (art. 6a Wet OB 1968, art. 46 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.D, Diensten die betrekking hebben op een onroerende zaak (art. 6b Wet OB 1968, art. 47 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.E, Personenvervoer, intracommunautair goederenvervoer en ander goederenvervoer (art. 6c Wet OB 1968, art. 48-52 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.F, Culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke diensten (art. 6d en 6e lid 1 Wet OB 1968, art. 53 en 54 lid 1 Btw-richtlijn, art. 32 en 33 Btw-verordening)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.G, Diensten die samenhangen met vervoer en met betrekking tot roerende, lichamelijke zaken (art. 6e lid 2 Wet OB 1968, art. 54 lid 2 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.H, Restaurant- en cateringdiensten (art. 6f Wet OB 1968, art. 55 en 57 Btw-richtlijn, art. 35, 36 en 37 Btw-verordening)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.I, Verhuur van vervoermiddelen (art. 6g Wet OB 1968, art. 56 Btw-richtlijn, art. 38, 39 en 40 Btw-verordening)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.J, Telecommunicatiediensten, omroepdiensten en elektronische diensten (art. 6h Wet OB 1968, art. 58 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.K, Bepaalde diensten aan buiten de EU wonende of gevestigde niet-ondernemers (art. 6i Wet OB 1968, art. 59 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.M, Drempelbedrag toepassing regeling voor afstandsverkopen en digitale diensten (art. 6k Wet OB 1968 en art. 59quater Btw-richtlijn)
Mr. Anne Marieke Smits
Btw-specialist werkzaam bij Royal Swinkels, en werkt sinds 2015 op regelmatige basis mee aan uitgaven van Wolters Kluwer
Meer over Anne Marieke Smits
Doorgaans is dienstbetoon belast naar het type afnemer en op basis van een hoofdregel waar de afnemer is gevestigd. Echter, de kwalificatie van de aard van de dienst bepaalt waar de heffing van btw moet plaatsvinden.
In dit thema krijg u antwoord op de volgende vraag:
Hoe wordt in verschillende situaties de plaats van dienst voor de omzetbelasting bepaald?
Alles wat de Nederlandse ondernemer doet is belast in Nederland, tenzij hij kan bewijzen dat de prestatie belast is in een ander land. Daarom dus van belang om de ‘plaats van dienst’ te bepalen.
Niet iedere dienst is belast met btw van het land waarin de afnemer is gevestigd. Op deze hoofdregel, doorgaans van toepassing in business-to-business-situaties (B2B), zijn uitzonderingen van toepassing.
De plaats van dienst wordt door een tweetal aspecten bepaald: allereerst de hoedanigheid van de afnemer en ten tweede de kwalificatie van de dienst.
De artikelen 6a tot en met 6j van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968) bevatten uitzonderingen op de hoofdregel dat de woonstaat van de afnemer de plaats van dienst is.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Artikel 34 Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 44 Btw-richtlijn 2006 (2006/112/EG)
Artikel 45 Btw-richtlijn 2006 (2006/112/EG)
Artikelen 46 tot en met artikel 59 Btw-richtlijn 2006 (2006/112/EG)
Artikel 7 BTW-Uitvoeringsverordening
Bijlage II Btw-richtlijn 2006 (2006/112/EG)
Artikel 13ter Uitvoeringsverordening (EU) 1042/2013
Art. 31bis Uitvoeringsverordening (EU) 1042/2013
Artikel 6 Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6a Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6b Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6c Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6d Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6e Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6f Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6g Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6h Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6i Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6j Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 6k Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 7 Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 37e Wet op de omzetbelasting 1968
Resolutie omzetbelasting ten aanzien van bemiddeling bij termijncontracten, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 24 april 1996, nr. VB96/1157
Besluit over omzetbelasting en ontwikkelingswerk, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 21 september 2015, nr. BLKB/2015/76M, Stcrt. 2015, 32147, V-N 2015/55.19
Besluit Toelichting Tabel II, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 20 december 2023, nr. 2023-22510, Stcrt. 2023, 27807, V-N Vandaag 2023/3049
Overzicht vervallen regelgeving
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 26 maart 1976, nr. 27-604919, Toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 ten aanzien van de termijnhandel
Aanschrijving van de Staatssecretaris van Financiën van 8 augustus 1986, 286-11334 (BTW-170)
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 5 januari 1990, nr. VB 89/2161
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 11 maart 1993, nr. VB 93/666, Intracommunautaire leveringen/met levering gelijkgestelde overbrenging/ grenslanderijen (Mededeling 1)
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 9 december 1993, nr. WV 94/489, Mededeling 13. Intracommunautair goederenvervoer
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 19 december 1995, nr. VB 95/3635, Heffing van omzetbelasting met betrekking tot de terugzending van goederen binnen de Gemeenschap (Mededeling 28)
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 16 juni 1998, nr. VB 98/417, Plaats van dienst schade-expertisebureaus en averijagentschappen
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 13 januari 1999, nr. VB 98/2360, Toepassing nultarief bij accijnsgoederen
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 1 oktober 2002, nr. DGB 2002/4947M, Heffing van omzetbelasting met betrekking tot intracommunautaire leveringen (Mededeling 38)
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 11 oktober 2002, nr. DGB 2002/5014M, Beëindiging toepassing nultarief voor leveringen en diensten ten behoeve van exploitanten van in het internationaal verkeer varende binnenschepen
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 1 augustus 2003, nr. DGB 2003/3581M, Nultarief. Aanvulling Voorschrift tabel II met een regeling voor de vereiste boeken en bescheiden bij uitvoer van pleziervaartuigen
Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 10 december 2019, nr. 2019-24258, Intrekking van het besluit consignatiezendingen van 30 december 1993, nr. VB 93/3672, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 2 mei 1995, nr. VB 95/63 en besluit van 13 november 2007, nr. CPP 2007/1150M, Stcrt. 2007, 227; overgangsregeling
Standaardarrest
HvJ EU 20 juni 2013, nr. C-653/11, ECLI:EU:C:2013:409, BNB 2014/49, V-N 2013/48.16
Belangrijkste uitspraken
HvJ EU 8 mei 2019, zaak C-568/17, ECLI:EU:C:2019:38, BNB 2019/116, V-N 2019/23.14, FED 2019/103, H&I 2019/250, TaxVisions editie 17 mei 2019
HvJ EU 10 maart 2011, zaken C-497/09, C-499/09, C-501/09, C-502/09, ECLI:EU:C:2011:135, V-N 2011/18.17, H&I 2011/7.11, NJB 2011, 679
HvJ EG 2 mei 1996, zaak C-231/94, ECLI:EU:C:1996:184, V-N 1996/2120,22
HR 16 december 1992, nr. 27 969, ECLI:NL:HR:1992:AA7056, BNB 1993/69, WFR 1993/39, V-N 1993/256, 14, FED 1993/128
Literatuur
A.J. van Doesum e.a., 'De nieuwe regels voor de plaats van dienst in de btw', WFR 2008/279
L.L.C. Blom & E.M. van Doornik, BTW en internationaal goederenverkeer, FED Fiscale Brochures, Deventer: Wolters Kluwer, 2e druk, 2021
M.M.W.D. Merkx, 'Vrijgesteld onderwijs, cultuur en sport: ook in het buitenland?', MBB 2025/43
Naslag
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.B, Algemene regels (art. 6 Wet OB 1968, art. 44 en 45 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.C, Het bemiddelen door tussenpersonen (art. 6a Wet OB 1968, art. 46 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.D, Diensten die betrekking hebben op een onroerende zaak (art. 6b Wet OB 1968, art. 47 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.E, Personenvervoer, intracommunautair goederenvervoer en ander goederenvervoer (art. 6c Wet OB 1968, art. 48-52 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.F, Culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke diensten (art. 6d en 6e lid 1 Wet OB 1968, art. 53 en 54 lid 1 Btw-richtlijn, art. 32 en 33 Btw-verordening)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.G, Diensten die samenhangen met vervoer en met betrekking tot roerende, lichamelijke zaken (art. 6e lid 2 Wet OB 1968, art. 54 lid 2 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.H, Restaurant- en cateringdiensten (art. 6f Wet OB 1968, art. 55 en 57 Btw-richtlijn, art. 35, 36 en 37 Btw-verordening)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.I, Verhuur van vervoermiddelen (art. 6g Wet OB 1968, art. 56 Btw-richtlijn, art. 38, 39 en 40 Btw-verordening)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.J, Telecommunicatiediensten, omroepdiensten en elektronische diensten (art. 6h Wet OB 1968, art. 58 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.K, Bepaalde diensten aan buiten de EU wonende of gevestigde niet-ondernemers (art. 6i Wet OB 1968, art. 59 Btw-richtlijn)
Cursus Belastingrecht, OB.2.1.5.M, Drempelbedrag toepassing regeling voor afstandsverkopen en digitale diensten (art. 6k Wet OB 1968 en art. 59quater Btw-richtlijn)
Verwante onderwerpen
Thema: De btw-herziening voor investeringsgoederen
Thema: E-facturering en digitale rapportage
Thema: Grensoverschrijdende btw: Goederen of diensten (ver)kopen in het buitenland
Modellen
Fiscale Modellen II.F.1.1 Verzoek betreffende verlening van een BTW-identificatienummer