Verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Bijgewerkt t/m: 10-04-2026

Dr. Jeroen van Strien

b783808e-0d5e-49d1-a601-6bf768bf63fe

Director en werkzaam bij Bureau Vaktechniek Tax ​RSM, universitair docent VU Amsterdam en Radboud Universiteit Nijmegen

Specialisme

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, overdrachtsbelasting, vastgoed.

Een fiscaal verlies verrekenen met (toekomstige) winsten is mogelijk, maar de voorwaarden luisteren nauw en antimisbruikbepalingen liggen op de loer. Tevens geldt boven een bedrag van € 1.000.000 een maximering van het jaarlijks te verrekenen verlies. In dit thema krijgt u antwoord op de vraag onder welke voorwaarden verliezen verrekenbaar zijn.

Een belastingplichtig lichaam mag de in een jaar geleden verliezen verrekenen met belastbare winsten van het voorafgaande jaar en de zes volgende jaren. Tot 1 januari 2019 gold een voorwaartse verliesverrekeningstermijn van negen jaar. Een na die periode nog niet volledig verrekend verlies komt te vervallen (verliesverdamping). In de praktijk bestaan verschillende mogelijkheden om verliesverdamping te voorkomen. Verliesverrekening vindt plaats door vermindering van de aanslag over het jaar (of de jaren) waarin winst werd gemaakt. Met ingang van 1 januari 2022 zijn de verliesverrekeningsregels aangepast. Er is een verruiming geïntroduceerd, die inhoudt dat verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenbaar zijn. Daarnaast wordt ook een beperking ingevoerd die inhoudt dat verliezen slechts tot een bedrag van € 1 miljoen volledig verrekenbaar zijn bij de aanwezigheid van voldoende winst. Voor zover een verlies het bedrag van € 1 miljoen overstijgt, vindt slechts verrekening plaats tot een bedrag van € 1.000.000 vermeerderd met 50% van de winst nadat die winst is verminderd met € 1.000.000. Op basis van het overgangsrecht zijn de nieuwe verliesverrekeningsregels ook van toepassing op alle per ultimo 2021 nog niet verrekende verliezen.

Houdsterverliezen

Tot 1 januari 2019 gold de zogenoemde houdsterverliesregeling. Deze regeling hield kort gezegd het volgende in. Als de feitelijke werkzaamheid van een lichaam (nagenoeg) het gehele jaar (nagenoeg) uitsluitend bestaat uit het houden van deelnemingen en/of het (in)direct financieren van verbonden lichamen, is sprake van een houdstervennootschap. Het verlies van een houdsteractiviteit is slechts verrekenbaar met de winst van een jaar waarin het lichaam eveneens als houdsterlichaam kwalificeert.

Met ingang van 1 januari 2019 is deze regeling afgeschaft. Voor houdsterverliezen van voor deze datum blijft de regeling nog gelden.

Handel in verlieslichamen

Zonder nadere regeling zouden de verliezen van een vennootschap waarvan de onderneming is gestaakt, benut kunnen worden door een nieuwe aandeelhouder die de overgenomen vennootschap gaat gebruiken voor nieuwe winstgevende ondernemingsactiviteiten. Verliezen zijn immers gebonden aan het subject.

In de wet is opgenomen dat indien het uiteindelijke belang in een lichaam in belangrijke mate is gewijzigd, de verliezen geleden tot het moment van de belangenwijziging niet langer verrekenbaar zijn, tenzij het een actieve vennootschap betreft waarvan de werkzaamheden niet zijn ingekrompen tot minder dan 30%. Betreft het een beleggingsvennootschap of zijn de werkzaamheden tot minder dan 30% gekrompen, dan komen de verliezen te vervallen.

Documenten bij dit thema

Artikel 7 Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Artikel 8, lid 4 Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Artikel 20 Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Artikel 20a Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Artikel 20b Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Artikel 21 Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Artikel 21a Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 27 januari 2022, KG:011:2022:3, Werking verliesverrekeningstemporisering (carry-back na carry-forward)

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 21 april 2022, KG:011:2022:14, Kan het achterwege blijven van een houdsterverliesbeschikking later worden hersteld?

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 20 mei 2022, KG:011:2022:16​, ​Herontwikkeling onroerende zaken bestemd voor verhuur aan derden (artikel 20a, achtste lid, onderdeel a, Wet Vpb 1969)

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 17 mei 2023, KG:011:2023:7​, ​Artikel 20a Wet Vpb 1969 - leidt bepaalde combinatie van overdracht aandelen, zeggenschap en vordering tot kwalificerende belangwijziging?

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 8 augustus 2023, KG:011:2023:10, De verdeling van een nalatenschap en artikel 20a Wet Vpb 1969

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 7 september 2023, KG:011:2023:11​, Artikel 20a, tweede lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969 - uiteindelijke belang van een rechtspersoon en de open CV

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 14 november 2023, KG:011:2023:14, Achterwaartse verrekening van verlies 2022 met winst 2021 (na voorwaartse verliesverrekening)

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 6 februari 2025, KG:011:2025:3, Verliesverrekening verlengd boekjaar 2012/2013

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 31 maart 2025, KG:011:2025:6, Toepassing artikel 20a, tweede lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969 bij belangwijziging na eerdere overgang krachtens erfrecht

Kennisgroepstandpunt Belastingdienst van 13 mei 2025, KG:011:2025:8, Groepsvorderingen dienstbaar aan groepsonderneming zijn geen ‘belegging’ ex art. 20a lid 4 en 6 Wet VPB 1969

N.v.t.

D.R. Post, 'Methoden ter voorkoming van verliesverdamping', TFO 2011/145

D.R. Post, ​'De invloed van belangenwijzigingen op verliesverrekening', Fiscaal Wetenschappelijke Reeks nr. 20​, Sdu Uitgevers, Den Haag 2012 (zie: Ondernemingsrecht 2014/117)

A. Rozendal, 'Het begrip 'belang' in de Nederlandse belastingwetgeving', Fiscaal Wetenschappelijke Reeks nr. 22, Sdu Uitgevers, Den Haag 2014, paragraaf 5.3.23 en paragraaf 6.20

J.L. van de Streek, 'De voorgestelde wijziging van de houdsterverliesregeling in de vennootschapsbelasting met ingang van 1 januari 2016', FBN 2015/07

D.R. Post, 'Het herziene art. 20a-besluit', WFR 2015/816

F.J. Elsweier, 'Verliesverrekeningstemporisering', WFR 2020/172

D.R. Post, 'Een eenvoudige vraag met een eenvoudig antwoord...', NTFR 2021/2258

D.R. Post, 'Ruim baan voor de verrekening van houdsterverliezen', WFR 2021/146

J.H.M. Arts, 'De kwijtscheldingswinstvrijstelling in de vennootschapsbelasting vanaf 2022', WFR 2022/153

A.W. Smeijer, 'Aandelentransacties en latente verliezen; gaan de latente verliezen verloren?', WFR 2024/207

M.H.C. Ruijschop & F.P.H. van Hal, 'De interactiegevolgen van de duale kwijtscheldingswinstvrijstelling in de vennootschapsbelasting', WFR 2025/128

R.P. van der Dool e.a., Compendium Vennootschapsbelasting, vierentwintigste druk, Wolters Kluwer, Deventer 2025

F.J. Elsweier & S.A. Stevens, Hoofdzaken Vennootschapsbelasting, FED Fiscale Studieserie nr. 31, twintigste herziene druk, Wolters Kluwer Deventer 2025

Fiscale Encyclopedie De Vakstudie, Vennootschapsbelasting, Verliescompensatie in de VPB-sfeer

Cursus Belastingrecht, Vpb.4.0.0.A, Algemeen

Cursus Belastingrecht, Vpb.4.0.1, De toepassing van art. 20a

Fiscale Modellen II.B.16.9, Verzoek om een beschikking dat voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in art. 20a, vierde lid, onderdelen a of b, Wet VPB 1969