Inhoudsopgave
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/5313:Eural
Omgevingsvergunning in de praktijk 2011/5313
Eural
Documentgegevens:
S.C. Kortekaas, actueel t/m 18-05-2023
- Actueel t/m
18-05-2023
- Auteur
S.C. Kortekaas
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
- Wetingang
Richtlijn 75/442/EEG (Kaderrichtlijn afvalstoffen); Richtlijn 91/689/EEG (Richtlijn gevaarlijke afvalstoffen); Regeling Europese afvalstoffenlijst; Regeling integrale tekst Afvalstoffenlijst; Verordening (440/2008/CE)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat is de EURAL en hoe kunnen stoffen worden ingedeeld?
RvS 13 december 2003, nr. 200300444/1, LJN AN9245; Hof ’s-Hertogenbosch 28 februari 2012, nr. 20-002112-07, LJN BV8864
Achtergrond
In mei 2000 heeft de Europese Commissie besloten om de Europese afvalcatalogus (1993) en de Lijst van gevaarlijke afvalstoffen (1994) samen te voegen tot één Europese afvalstoffenlijst (Eural). Dit besluit (2000/532/EG) is gebaseerd op de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 75/442/EEG) en de Richtlijn gevaarlijke afvalstoffen (Richtlijn 91/689/EEG).
Met het besluit wil de Europese Commissie het systematisch onderscheid tussen gevaarlijke en ongevaarlijke afvalstoffen in de hele Europese Unie harmoniseren. De lijst bevat de omschrijvingen en de afvalstoffencode van iedere afvalstof. Zij bevat circa 800 afvalstoffen, verdeeld over 20 hoofdstukken. De hoofdstukindeling is gebaseerd op de herkomst van de afvalstoffen. Staat er een asterisk (*) achter de afvalstoffencode, dan is de stof gevaarlijk. Dit is onafhankelijk van de concentratie.
Veel afvalstoffen zijn mengsels. Daarom is via Verordening (440/2008/CE) een vaste testmethode omschreven. Bijlage III van de Kaderrichtlijn afvalstoffen bevat een berekeningsmethodiek om uitgebreide testen als bedoeld in eerder genoemde verordening te beperken.
Complementaire categorieën
Een aantal afvalstoffen komt op de lijst voor in ‘complementaire categorieën’. Dit betekent dat de afvalstof, die in een bepaalde categorie wordt omschreven, alleen als gevaarlijk wordt beschouwd als hij gevaarlijke stoffen bevat. Bevat de afvalstof met dezelfde omschrijving géén gevaarlijke stoffen, dan wordt hij in de complementaire categorie ingedeeld als niet-gevaarlijk. Deze complementaire categorieën zijn opgenomen omdat de afvalstoffen uit sommige productieprocessen sterk uiteen kunnen lopen wat betreft de samenstelling.
Het is gebruikelijk om via berekeningen op basis van de samenstelling tot de conclusie te komen of een afvalstof gevaarlijk is of niet, en niet door middel van testen. De berekeningen moeten via een uitgebreid stappenplan uitgevoerd worden. Ten eerste moet bepaald worden of afvalstof infectueus is. Infectueuze afvalstoffen zijn ‘Afvalstoffen die levensvatbare micro-organismen of hun toxinen bevatten waarvan bekend is of waarvan sterk wordt vermoed dat zij ziekten bij de mens of bij andere levende organismen veroorzaken’ (Kaderrichtlijn afvalstoffen, Bijlage III). Als dat het geval is, dan is de afvalstof aan te merken als gevaarlijk.
De volgende stap is het bepalen of de afvalstof ontvlambaar is. Als voldaan wordt aan een van onderstaande eigenschappen dan is er sprake van een ontvlambare en dus gevaarlijke afvalstof:
• Vloeibare afvalstoffen met een vlampunt beneden 60°C of afvalstoffen van gasolie, diesel en lichte stookolie met een vlampunt van > 55°C en ≤ 75°C
• Vaste en vloeibare stoffen die bij blootstelling aan lucht bij normale omgevingstemperatuur zelfs in kleine hoeveelheden binnen vijf minuten ontbranden
• Vaste afvalstoffen die gemakkelijk brandbaar zijn of die door wrijving brand kunnen veroorzaken of bevorderen
• Gasvormige afvalstoffen die met lucht bij 20°C en een standaarddruk van 101,3 kPa ontvlambaar zijn
• Afvalstoffen die bij contact met water gevaarlijke hoeveelheden ontvlambare gassen ontwikkelen
• Ontvlambare aerosolen, ontvlambare voor zelfverhitting vatbare afvalstoffen, ontvlambare organische peroxiden en ontvlambare zelf-ontledende afvalstoffen
De volgende stap is bepalen of stoffen aanwezig zijn met een grenswaarde hoger dan opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad. Als dat het geval is, dan is de afvalstof gevaarlijk. De laatste stap bestaat uit het beoordelen van de ‘H-zinnen’, zie hiervoor onder het kopje Gevaarlijke afvalstoffen van deze publicatie.
Doorvoering in Nederland
Per 8 mei 2002 is de Eural in de plaats gekomen van drie Nederlandse regelingen: het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (BAGA), de Regeling aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (RAGA) en de Regeling aanvulling aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (RAAGA).
De Eural is omgezet in het Nederlands recht via de Regeling Europese afvalstoffenlijst. De RAGA en de RAAGA zijn daarbij ingetrokken. Hiernaast is het BAGA afzonderlijk ingetrokken. Op 4 mei 2015 is middels de Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 30 april 2015, nr. IENM/BSK-2015/86520, houdende wijziging van de Regeling Europese afvalstoffenlijst, de Nederlandse doorwerking geactualiseerd naar de laatste versie van de EURAL. De Regeling Europese Afvalstoffenlijst is een ministeriële regeling en kent haar grondslag in artikel 1.1, eerste, tiende en dertiende lid, artikel 9.5.2 en artikel 21.6, vijfde lid van de Wet milieubeheer.
Onder de Omgevingswet blijven de hoofdstukken 9 en 21, m.u.v. artikel 21.3, in de Wet milieubeheer van kracht. Dit betekent dat onder de Omgevingswet de toepassing van de EURAL niet wijzigt.
Integrale Afvalstoffenlijst
Als bijlage bij de Regeling integrale tekst Afvalstoffenlijst is een Integrale Afvalstoffenlijst gepubliceerd, die overeenkomt met de Europese afvalstoffenlijst.
De verschillende soorten afvalstoffen in de lijst worden gedefinieerd door een code van zes cijfers. De afvalstoffen zijn gegroepeerd in 20 hoofdstukken:
Afval van exploratie, mijnbouw, exploitatie van steengroeven en de fysische en chemische bewerking van mineralen;
Afval van landbouw, tuinbouw, aquacultuur, bosbouw, jacht en visserij en de voedingsbereiding en -verwerking;
Afval van houtbewerking en de productie van panelen en meubelen alsmede pulp, papier en karton;
Afval van de leer-, bont- en textielindustrie;
Afval van anorganische chemische processen;
Afval van organische chemische processen;
Afval van bereiding, formulering, levering en gebruik (BFLG) van coatings (verf, lak en email), lijm, kit en drukinkt;
Afval van de fotografische industrie;
Afval van thermische processen;
Afval van de chemische oppervlaktebehandeling en coating van metalen en andere materialen; non-ferro-hydrometallurgie;
Afval van de machinale bewerking en de fysische en mechanische oppervlaktebehandeling van metalen en kunststoffen;
Olieafval en afval van vloeibare brandstoffen (exclusief spijsolie, 05 en 12);
Afval van organische oplosmiddelen, koelmiddelen en drijfgassen (exclusief 07 en 08);
Verpakkingsafval; absorbentia, poetsdoeken, filtermateriaal en beschermende kleding (niet elders genoemd);
Niet elders in de lijst genoemd afval;
Bouw- en sloopafval (inclusief afgegraven grond van verontreinigde locaties);
Afval van de gezondheidszorg bij mens of dier en/of verwant onderzoek (exclusief keuken- en restaurantafval dat niet rechtstreeks van de gezondheidszorg afkomstig is);
Afval van installaties voor afvalbeheer, off-site waterzuiveringsinstallaties en de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water en water voor industrieel gebruik;
Stedelijk afval (huishoudelijk afval en soortgelijk bedrijfsafval, industrieel afval en afval van instellingen), inclusief gescheiden ingezamelde fracties.
Als er in de hoofdstukken 01-12, of 17- 20 geen geschikte afvalcode kan worden gevonden, moet er in de hoofdstukken 13, 14 en 15 worden gezocht om de code van de afvalstof te bepalen. Als geen van deze afvalcodes van toepassing is, moet de bepaling van de afvalcode aan de hand van hoofdstuk 16 gebeuren. Als de afvalstof ook niet in hoofdstuk 16 onder te brengen is, moet de code ‘99’ (niet elders genoemd afval) worden gebruikt in het deel van de lijst dat overeenkomt met de bij de eerste stap bepaalde activiteit.
Op te merken valt dat de activiteiten in een specifieke installatie onder verschillende hoofdstukken kunnen vallen. Zo zijn bijvoorbeeld de afvalstoffen van een autofabriek te vinden in hoofdstuk 12 (afval van de machinale bewerking en oppervlaktebehandeling van metalen), hoofdstuk 11 (anorganisch metaalhoudend afval van de behandeling en coating van metalen) en hoofdstuk 08 (afval van het gebruik van coatings).
Gevaarlijke afvalstoffen
Afvalstoffen op de afvalstoffenlijst die door middel van een asterisk (*) zijn aangeduid, zijn per definitie gevaarlijke afvalstoffen. Een nadere beoordeling van de afvalstof is niet nodig.
In sommige gevallen kunnen afvalstoffen gevaarlijk of niet-gevaarlijk zijn naargelang de specifieke omstandigheden waaronder zij zijn ontstaan. In de lijst komt dit tot uitdrukking door het gebruik van twee afvalcategorieën, een voor gevaarlijk afval en een voor niet-gevaarlijk afval; dit zijn de al eerder genoemde zogenaamde complementaire categorieën. Het afval in kwestie is alleen gevaarlijk, indien het gehalte aan gevaarlijke stoffen (in gewichtsprocent) een bepaalde waarde overschrijdt of bepaalde eigenschappen heeft. In bijlage III van de Kaderrichtlijn afvalstoffen zijn algemene eigenschappen omschreven. Zo is in onderdeel H1 opgenomen dat er sprake is van een gevaarlijke stof als de stof bij aanraking met een vlam kan ontploffen of voor stoten of wrijving gevoeliger zijn dan dinitrobenzeen. Voor de onderdelen H3 tot en met H8, H10 en H11 is een aanvullende beoordeling nodig.
Voor deze stoffen is in bijlage III van van de Afvalstoffen richtlijn een beoordelingslijst opgenomen. Indien de stof een of meer van die eigenschappen bezit is er sprake van een gevaarlijke afvalstof. Deze lijst is hieronder weergegeven:
H 1 'Ontplofbaar': stoffen en preparaten die bij aanraking met een vlam kunnen ontploffen of voor stoten of wrijving gevoeliger zijn dan dinitrobenzeen.
H 2 'Oxiderend': stoffen en preparaten die bij aanraking met andere stoffen, met name ontvlambare stoffen, sterk exotherm kunnen reageren.
H3-A 'Licht ontvlambaar':
vloeibare stoffen en preparaten die een vlampunt beneden 21 °C hebben (zeer licht ontvlambare vloeistoffen inbegrepen), of
stoffen en preparaten die, bij normale temperatuur aan de lucht blootgesteld, zonder toevoer van energie in temperatuur kunnen stijgen en ten slotte kunnen ontbranden, of
vaste stoffen en preparaten die, door kortstondige inwerking van een ontstekingsbron, gemakkelijk kunnen worden ontstoken en na verwijdering van de ontstekingsbron blijven branden of gloeien, of
gasvormige stoffen en preparaten die bij normale druk met lucht ontvlambaar zijn, of
stoffen en preparaten die bij aanraking met water of vochtige lucht, licht ontvlambare gassen in een gevaarlijke hoeveelheid ontwikkelen. H 3-B „Ontvlambaar”: vloeibare stoffen en preparaten die een vlampunt van ten minste 21 °C en ten hoogste 55 °C hebben.
H 4 'Irriterend': niet-corrosieve stoffen en preparaten die door directe, langdurige, of herhaalde aanraking met de huid of de slijmvliezen een ontsteking kunnen veroorzaken.
H 5 'Schadelijk': stoffen en preparaten die door inademing of door opneming via de mond of de huid gevaren van beperkte aard kunnen opleveren.
H 6 'Vergiftig': stoffen en preparaten die door inademing of door opneming via de mond of de huid ernstige, acute of chronische gevaren en zelfs de dood kunnen veroorzaken (zeer giftige stoffen en preparaten inbegrepen).
H 7 'Kankerverwekkend': stoffen en preparaten die door inademing of door opneming via de mond of de huid kanker veroorzaken of de frequentie van kanker kunnen doen toenemen.
H 8 'Corrosief': stoffen en preparaten die bij aanraking een vernietigende werking op levende weefsels kunnen uitoefenen.
H 9 'Infectueus': stoffen en preparaten die levensvatbare micro-organismen of hun toxinen bevatten waarvan bekend is of waarvan sterk wordt vermoed dat zij ziekten bij de mens of bij andere levende organismen veroorzaken.
H 10 'Vergiftig voor de voortplanting': stoffen en preparaten die door inademing of door opneming via de mond of de huid niet-erfelijke misvormingen veroorzaken of de frequentie daarvan kunnen doen toenemen.
H 11 'Mutageen': stoffen en preparaten die door inademing of door opneming via de mond of de huid erfelijke genetische schade veroorzaken of de frequentie daarvan kunnen doen toenemen.
H 12 Afvalstoffen die in contact met water, lucht of zuur vergiftig of zeer vergiftig gas ontwikkelen. H 13 (*) „Sensibiliserend”: stoffen en preparaten die bij inademing of bij opneming via de huid aanleiding kunnen geven tot een zodanige reactie van hypersensibilisatie dat latere blootstelling aan de stof of het preparaat karakteristieke nadelige effecten veroorzaakt.
H 14 'Ecotoxisch': afvalstoffen waarvan het gebruik onmiddellijk of na verloop van tijd gevaar voor één of meer sectoren van het milieu oplevert of kan opleveren.
H 15 Afvalstoffen die na verwijdering op de een of andere wijze een andere stof doen ontstaan (bijvoorbeeld een uitlogingsproduct) die een van de bovengenoemde eigenschappen bezit.
De H-nummers in deze opsomming slaan op de gevaarsaanduiding van de REACH verordening. Men noemt dit ook wel de gevaarsclassificatie van een stof. Niet elke gevaarseigenschap telt even zwaar. Via euralcode.nl is met een rekenschema na te gaan of er inderdaad sprake is van een gevaarlijke afvalstof. Ook biedt de Handreiking eural (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2010/11/23/europese-afvalstoffenlijst-eural) aanvullende informatie over het goed toepassen van de EURAL. Vanuit de Europese Commissie is een vergelijkbare handreiking opgesteld: Technische richtsnoeren voor de indeling van afvalstoffen (2018/C 124/01) gerectificeerd met (2019/C 83/15) op 5 maart 2019.
Gevolgen voor ontdoeners
Primaire en secundaire ontdoeners (waaronder bewerkers en verwerkers van afvalstoffen) dienen na te gaan of zij zich ontdoen van gevaarlijke of niet-gevaarlijke afvalstoffen dan wel deze bewerken of verwerken. Hiertoe dienen afvalstoffen opnieuw te worden ingedeeld conform de Integrale Afvalstoffenlijst. Het gebruik van een verkeerde Euralcode is een overtreding van Wm art. 10.39 en een economisch delict (WED art. 1a lid 1)
Jurisprudentie
RvS 12 december 2003, nr. 200300444/1, LJN AN9245.
Door inwerkingtreding van de EURAL zijn voor sommige afvalstromen de beoordelingskaders gewijzigd. In onderhavige geval is door inwerkingtreding van de EURAL een afvalstroomals gevaarlijk te classiferen terwijl dit eerst niet zo was. Bij het verlenen en herzien van vergunning dient hierbij rekening te worden gehouden.
Hof ’s-Hertogenbosch 28 februari 2012, nr. 20-002112-07,LJN BV8864.
Niet de EURAL maar de kaderrichtlijn afvalstoffen bepaalt of er sprake is van een afvalstof. Deze toets moet altijd doorlopen worden ook al is een stof expliciet in de EURAL benoemd.
Literatuur
Handreiking EURAL verkregen via www.agentschapnl.nl/sites/default/files/bijlagen/Handreiking%20EURAL.pdf.
EURAL lijst, verkregen via www.lma.nl/publicaties/downloads/doc_algemeen/Euralcodelijst.pdf.
www.minvrom.nl.
Toelichting bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst, Stcrt. 2002, 62.