Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/5.4.1
5.4.1 Opbrengstgenererend vermogen
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS298075:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
De vrijheid van goederenverkeer, de vrijheid van dienstenverkeer, de vrijheid van personenverkeer, de vrijheid van betalingsverkeer en de vrijheid van kapitaalverkeer. Zij liggen verankerd in het EGverdrag (art. 3 onderdeel c, art. 23 t/m art. 31 (goederenverkeer), art. 39 t/m art. 48 (personenverkeer), art. 56 t/m art. 60, art. 105, art. 114 en art. 117 lid 3 (betalingsverkeer), en art. 49 t/m art. 55 (dienstenverkeer), art. 56 t/m art. 60, art. 114 (kapitaalverkeer). Vgl. art. XI, XII en XIII WTO/GATT.
Aanhef considerans Accijnsrichtlijn.
Overweging 9, 13 en 14 considerans Accijnsrichtlijn.
Overweging 9 considerans Accijnsrichtlijn. Art. 1, lid 1 Accijnsrichtlijn.
Overweging 10 considerans. Accijnsrichtlijn. HvJ EG 2 april 1998, nr. C-296/95, The Queen and Commissioners of Customs and Excise vs. EMU Tabac SARL, The Man in Black Ltd, J. Cunningham, in tegenwoordigheid van Imperial Tobacco Ltd. (voorhanden hebben, lidstaat waar accijns verschuldigd is, aankoop via vertegenwoordiger), Jur. 1998, p. I-1605, r.o. 22.
Conclusie A-G Geelhoed van 8 mei 2003 voor HvJ EG 29 april 2004, nr. C-240/01, EC vs. Duitsland (productie van thermische energie), Jur. 2004, p. I-4733, r.o. 64.
Art. 1 lid 2 Accijnsrichtlijn. HvJ EG 11 november 1997, nr. C-408/95, Eurotunnel SA e.a. vs. SeaFrance, voorheen Société nouvelle d'armement transmanche SA (SNAT), Jur. 1997, p. I-6315, r.o. 7.
Overweging 2 en 3 considerans Accijnsrichtlijn. Overweging 33 considerans en art. 3, 10, 14, 20, 21, 22 en 27 Richtlijn energiebelastingen.
Conclusie A-G Colomer 9 november 2000 voor HvJ EG 5 april 2001, nr. C-325/99, G. van de Water vs. Staatssecretaris, Jur. 2001, p. I-2729, BNB 2001/204, r.o. 25. De A-G verwijst naar: HvJ EG 24 februari 2000, nr. C-434/97, EC vs. Frankrijk (socialezekerheidsbijdrage), Jur. 2000, p. I-1129, r.o. 18-19.
Overweging 13 considerans Accijnsrichtlijn.
Overweging 6 considerans Accijnsrichtlijn.
Art. 3 lid 1 Accijnsrichtlijn.
Zoals overweging 3 considerans van de Structuurrichtlijn minerale oliën.
Art. 3 lid 1, art. 5 lid 1, art. 6 lid 1, art. 7 lid 1, art. 8 en art. 9 Accijnsrichtlijn.
Met inbegrip van de binnenkomst uit een gebied bedoeld in de uitzonderingen van art. 2, lid 1, lid 2 en lid 3, Accijnsrichtlijn of uit de Kanaaleilanden.
Als bedoeld in art. 2 Accijnsrichtlijn.
Zoals in hoofdstuk 2 is uiteengezet, hebben de Nederlandse accijnzen, met uitzondering van de frisdrankenaccijns, een tweeledig doel: het fungeren als inkomstenbron voor de schatkist (opbrengstgenererend doel) en het sturen van bestedingen (marktordenend doel).
Het opbrengstgenererende doel komt primair tot uitdrukking in de Accijnsrichtlijn, onder de paraplu van het uitgangspunt van de goede werking van de interne markt, waarin onder meer de vijf Europese vrijheden besloten liggen.1 Met de Accijnsrichtlijn wordt met betrekking tot het vrije verkeer van accijnsgoederen en -diensten beoogd bij te dragen aan de goede werking van de interne markt2, door met het heffingsregime zowel de accijnsheffing als het vrije verkeer van goederen en diensten te waarborgen.3 Het vrije verkeer is een recht waarvan de uitoefening niet mag afhangen van een discretionaire bevoegdheid of van inschikkelijkheid van nationale autoriteiten.4 Het vrije verkeer van goederen en diensten wordt gerealiseerd en de goede werking van de interne markt bevorderd door middel van harmonisatie van de accijnzen en daartoe de onderlinge aanpassing van de wettelijke regelingen van de lidstaten 5 om te waarborgen dat de grondslagen, belastbare feiten en de verschuldigdheid van de accijns in alle lidstaten op gelijke voet zijn georganiseerd.6 Naarmate de geharmoniseerde grondslag ruimer is omschreven en uitzonderingen daarop zowel in aantal als in bereik zo beperkt mogelijk blijven, kan deze de goede werking van de interne markt beter waarborgen.7
Het HvJ EG omschrijft in het Eurotunnel-arrest (1997) het doel van de Accijnsrichtlijn als het scheppen vanaf 31 december 1992 van de condities voor het vrije verkeer van accijnsgoederen binnen een interne markt zonder fiscale grenzen en is de goede werking van de interne markt gestalte gegeven zonder dat daardoor de heffing van de accijns door de lidstaten in gevaar mocht komen.8
Het tweeledige doel vinden wij niet alleen terug in de Accijnsrichtlijn, maar ook bij de Europese accijnzen zelf, de accijnzen van alcohol-, energie- en tabaksproducten9, aldus A-G Ruiz-Jarabo Colomer (2000) bij het HvJ EG: ‘Accijnzen zijn indirecte belastingen op het verbruik, die, zoals de Commissie in haar schriftelijke opmerkingen zegt, een tweeledig doel hebben: in de eerste plaats fungeren zij als inkomstenbron voor de staatshuishouding, en in de tweede plaats – en dit is zeker zo belangrijk – moeten zij het gebruik van bepaalde producten ontmoedigen. Dit tweeledige doel komt tot uitdrukking in de richtlijn en is ook opgemerkt door het Hof, dat in het arrest Commissie/Frankrijk heeft verklaard, dat de richtlijn beoogt de lidstaten de mogelijkheid te bieden, andere indirecte belastingen in te voeren waarmee een specifiek, dat wil zeggen niet louter begrotingstechnisch, doel wordt nagestreefd’.10
Volgens de considerans moet de Accijnsrichtlijn nog eens twee andere dwingende vereisten verzoenen: enerzijds mag het overbrengen van het grondgebied van een lidstaat naar dat van een andere lidstaat niet leiden tot controles die het vrije intracommunautaire verkeer kunnen belemmeren11; anderzijds moet elke lidstaat er zeker van zijn dat hij de accijns kan heffen tegen het door hemzelf vastgestelde tarief en volgens de gemeenschappelijke regels van verschuldigdheid.12 Er moet een zodanig evenwicht worden bereikt, dat elk van beide doelstellingen kunnen worden bereikt zonder het andere tekort te doen.
Onder het primaat van de Accijnsrichtlijn zijn de zes specifieke uitvoeringsrichtlijnen vastgesteld betreffende de structuren en de tarieven van de accijnzen. Deze verschaffen ten behoeve van de goede werking van de interne markt gemeenschappelijke definities voor accijnsgoederen.13 De richtlijnen beperken zich tot indeling van goederen aan de hand van objectieve criteria – onder meer verband houdend met de toegepaste productieprocedés -, omschrijving van de voorwaarden voor de verschuldigdheid van de accijns, regulering van het verkeer van accijnsgoederen en vaststelling van de maatstaf van heffing en de minimumtarieven. Met de structuur- en tariefrichtlijnen wordt de heffing gewaarborgd met gemeenschappelijke regels over de uniformiteit van de essentialia van belastingheffing en door het intracommunautaire verkeer van accijnsgoederen te onderwerpen aan bepaalde vereisten en waarborgen, welke de mogelijkheid bieden accijnsgoederen waarvoor de accijns nog niet verschuldigd is geworden, terwijl het belastbare feit zich al wel heeft voorgedaan binnen het communautaire grondgebied te identificeren en lokaliseren. Voorts stellen de structuurrichtlijnen aan toepassing van facultatieve vrijstellingen de voorwaarde dat deze geen verstoring van de mededinging tot gevolg mag hebben.14 De Accijnsrichtlijn bepaalt welke goederen aan accijns zijn onderworpen, wanneer het belastbare feit zich voordoet, wanneer de accijns verschuldigd wordt, in welke lidstaat de accijns moet worden geheven en, voor enkele gevallen, door wie de accijns verschuldigd is.15 Accijnsgoederen worden aan accijns onderworpen op het moment waarop zij op de gemeenschapsmarkt verschijnen, hetzij doordat zij worden ingevoerd, hetzij doordat zij daar worden vervaardigd, hetzij doordat zij daar worden voorhanden gehouden. Als invoer van een accijnsgoed wordt beschouwd, de binnenkomst van dat goed in de Gemeenschap.16 Wanneer dat goed bij binnenkomst in de Gemeenschap onder een communautaire douaneregeling wordt geplaatst, wordt de invoer van dat goed evenwel geacht plaats te vinden op het tijdstip waarop het aan de communautaire douaneregeling wordt onttrokken. Voorts worden accijnsgoederen in de accijnsheffing betrokken bij de voortbrenging ervan op het grondgebied van de Gemeenschap.17