Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/8.4.3.1
8.4.3.1 Opschorting van de besluitvorming
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971886:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 223 Rv.
Zie Hof Amsterdam (OK) 28 maart 2007, JOR 2007/118 m.nt. M. Brink (DSM).
Zie Hof Amsterdam (OK) 17 januari 2007, JOR 2007/42 m.nt. J.M. Blanco Fernández (Stork).
Zie Hof Amsterdam (OK) 22 december 2008, ARO 2009/6 (ASMI). De vennootschap werd eerst verboden het litigieuze agendapunt in stemming te brengen op haar jaarvergadering. Dat agendapunt diende – na overleg tussen partijen – alsnog te worden geagendeerd op een buitengewone algemene vergadering, die vervolgens een aantal keer door de Ondernemingskamer is verdaagd.
Hof Amsterdam (OK) 24 april 2017, JOR 2017/163 m.nt. M.W. Josephus Jitta (Fortuna I), r.o. 3.18.
Hof Amsterdam (OK) 24 april 2017, JOR 2017/163 m.nt. M.W. Josephus Jitta (Fortuna I), dictum onder 4.
Vooruitlopend op, of ter voorkoming van een vernietigingsactie kan een ontoereikend geïnformeerde aandeelhouder belang hebben bij voorzieningen die erop zijn gericht te voorkomen dat een (voorgenomen) besluit wordt genomen, althans de gevolgen van een reeds genomen bestreden besluit te beperken. Bij wijze van (voorlopige of onmiddellijke) voorziening kan in voorkomende gevallen de besluitvorming worden opgeschort. Die opschorting kan op verschillende wijzen worden vormgegeven, waaronder het verdagen van de algemene vergadering of een tijdelijk verbod om het litigieuze voorstel in stemming te brengen. Een dergelijke voorziening kan worden verkregen in kort geding,1 in een (spoed)enquêteprocedure,2 in een bodemprocedure3 of in arbitrage. De juridische grondslag voor de vordering kan worden gevonden in artikel 2:8 BW, artikel 6:162 BW en artikel 3:296 BW.
In de periode 2007-2008 heeft de Ondernemingskamer in een drietal spraakmakende zaken voorgenomen besluitvorming door de algemene vergadering opgeschort. Dit betrof DSM, waarin de Ondernemingskamer een stemming over de invoering van het loyaliteitsdividend verbood,4Stork, waarin het verbod zag op de stemming over een voorstel tot opzegging van het vertrouwen in de raad van commissarissen,5 en ASMI, waarin een stemming over de samenstelling van het bestuur zelfs meermaals is opgeschort.6
Van belang voor dit onderzoek is met name de eerste Fortuna-beschikking, waarin twee onmiddellijke voorzieningen werden getroffen vanwege de ontoereikende informatieverstrekking door de vennootschap in de voorfase van een aandeelhoudersvergadering. Ik noemde hiervoor al de benoeming van een ‘informatiecommissaris’. Daarnaast verbood de Ondernemingskamer het om op de algemene vergadering het litigieuze agendapunt betreffende de goedkeuring van de overname in stemming te brengen:
“Het in 3.16 gegeven oordeel [dat Fortuna ernstig tekort is geschoten in haar informatieverplichting jegens haar (minderheids)aandeelhouders – toev. PH] noopt tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen. De te treffen voorzieningen strekken er enerzijds toe dat op de bava van 26 april 2017 niet gestemd zal worden over goedkeuring van de Transactie en anderzijds dat wordt bewerkstelligd dat alsnog juiste en toereikende informatie aan de (minderheids)aandeelhouders zal worden verstrekt, zodat alsnog op juiste wijze besluitvorming kan plaatsvinden.”7
“De Ondernemingskamer:
verbiedt dat op de buitengewone vergadering van aandeelhouders van Fortuna Entertainment Group N.V. van woensdag 26 april 2017 agendapunt 3 (goedkeuring van de Transactie) in stemming zal worden gebracht;”8